CG – 6-3-1 | ENNIA, SUNRESORTS, MULLET BAY EN DE STRIJD OM CONTROLE
Deze blog gaat over de casus Ennia en behandelt specifiek het vonnis van 29 augustus 2022, zaaknummer SXM202200990. Het vonnis zelf telt 8 pagina’s. Deze blog is 1 uit een serie van blogs die elk afzonderlijk zullen ingaan op vonnissen behorende bij deze spraakmakende zaak. Dit is overigens een vonnis in eerste aanleg.
De laatste 7 blogs gingen over het vonnis van 29 november 2021, zaaknummers CUR201902842 / 3843 / 3796 / 3844 / 3845 / 3846. Het vonnis telde 88 pagina’s en was rijk aan governance lessen. Er zijn nog diverse vonnissen te gaan, voordat ik deze Ennia-series kan afsluiten. Dit vonnis van 29 augustus 2022 gaat over: wie heeft het op dat moment eigenlijk voor het zeggen?
Laat ik meteen de juiste toon zetten. Dit is geen groot eindvonnis zoals het civiele Ennia-vonnis van 29 november 2021. Dit is een kort geding van het Gerecht in Eerste Aanleg van Sint Maarten. De rechter geeft hier dus nog geen definitief oordeel over alle onderliggende rechtsvragen. Maar bestuurlijk en governance-technisch is dit vonnis wel relevant. Het laat namelijk zien wat er gebeurt als een conflict over aandelen, bestuur en zeggenschap zo escaleert dat twee kampen zich tegelijk als het geldige bestuur presenteren. Er ontstaat verwarring, en er moet duidelijkheid komen.
FEITEN
De zaak draait om SunResorts Ltd. N.V., een vennootschap op Sint-Maarten. Ansary stond al sinds 18 juni 1985 bij de Kamer van Koophandel ingeschreven als statutair bestuurder van SunResorts en was vanaf 2011 de enige statutair bestuurder. Tegelijk was hij met 77,1% meerderheidsaandeelhouder van Parman en ook daarvan statutair bestuurder. Parman was aandeelhouder van Ennia Caribe Holding (ECH), en onder ECH vielen onder meer de bekende Ennia-verzekeraars en Banco di Caribe. ECH hield op haar beurt aandelen in EC Investments (ECI). Daarmee zat SunResorts dus niet aan de rand van de Ennia-structuur, maar in een netwerk van vennootschappen waarin eigendom, bestuur en controle nauw met elkaar verweven waren.
In de periode na de overname van Ennia door Parman vonden meerdere overdrachten van aandelen in SunResorts plaats. In december 2005 en december 2006 leverde Parman ruim 1,7 miljoen aandelen in SunResorts aan Banco di Caribe. Die gingen vervolgens via een dochtervennootschap door naar ECH. In maart 2009 gaf Banco di Caribe nieuwe aandelen uit aan Parman, waarvoor opnieuw met SunResorts-aandelen werd betaald. Daarna leverde Banco di Caribe in maart 2009 bijna 1,47 miljoen aandelen in SunResorts aan ECI. In oktober 2010 gaf ECH ruim 100 miljoen eigen aandelen uit aan Parman, die daarvoor betaalde met 3,687,044 SunResorts-aandelen, goed voor 74% van het geplaatste kapitaal van SunResorts. Vervolgens leverde ECH diezelfde 3,687,044 aandelen op 1 november 2011 weer door aan ECI.
Dat lijkt misschien technisch, maar hier zit “de crutch” van het latere conflict in. Want als deze overdrachten geldig zijn, dan heeft ECI een zeer groot meerderheidsbelang in SunResorts. Als ze niet geldig zijn, dan ligt dat heel anders.
SunResorts was bovendien niet zomaar een “lege” vennootschap. De waarde van SunResorts zat vrijwel volledig in Mullet Bay, een perceel grond op Sint-Maarten. Het vonnis zegt expliciet dat Mullet Bay vanaf 2010 meer dan 50% van de totale activa van Ennia vertegenwoordigde. Dat maakt meteen duidelijk waarom de strijd om SunResorts zo cruciaal was. Wie SunResorts beheerst, raakt aan een van de belangrijkste activa in het hele Ennia-dossier.

Daar komt nog iets belangrijks bij. In de boeken van SunResorts stond Mullet Bay voor USD 436 miljoen (zie eerdere blog: https://neetjevanderveen.com/cg-6-2-4-ennia-en-mullet-bay-wanneer-een-taxatie-geen-governance-meer-is-maar-risico/). Maar volgens een taxatie van CBRE in 2016, uitgevoerd op aandringen van CBCS, was de waarde slechts USD 35 miljoen. En na het instellen van de noodregeling kwamen latere taxaties van Cushman & Wakefield en Jones Lang LaSalle eveneens uit op een werkelijke waarde die maar een fractie bedroeg van wat in de boeken stond. Ook dat maakt de inzet van deze zaak veel groter dan een puur formeel aandeelhoudersconflict. Het gaat hier om zeggenschap over een activum dat niet alleen groot was, maar ook al jarenlang omstreden qua waardering.
De bredere Ennia-context speelt ook duidelijk mee. Het vonnis noemt dat CBCS in 2018 aan het Gerecht in Curaçao had verzocht de noodregeling uit te spreken over Ennia, dat dit verzoek op 4 juli 2018 was toegewezen, en dat daarna in een andere procedure onder meer Ansary, Parman en Palm aansprakelijk waren gesteld. Het gerecht had daar op 29 november 2021 grotendeels ten gunste van Ennia geoordeeld, al was tegen dat vonnis hoger beroep ingesteld. Met andere woorden: dit kort geding stond niet op zichzelf, maar speelde midden in de naschokken van de grotere Ennia-procedures.
GESCHIL
De directe aanleiding voor dit kort geding was een botsing over de vraag wie bevoegd was om een bijzondere aandeelhoudersvergadering van SunResorts bijeen te roepen en wie op basis daarvan rechtsgeldig bestuurders kon benoemen of ontslaan.
Op 20 mei 2022 had ECI aan Ansary gevraagd om binnen veertien dagen zo’n bijzondere aandeelhoudersvergadering bijeen te roepen. Ansary deed dat niet. Daarop riep ECI zelf bij brief van 14 juni 2022 een vergadering bijeen, te houden op 1 augustus 2022 om 15.00 uur. Op de agenda stonden onder meer het ontslag van Ansary als statutair bestuurder van SunResorts en de benoeming van M.L. Alexander en G.A.G. Martes als statutair directeuren. Die voorstellen werden aangenomen en de benoemingen werden ook ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.
Maar Ansary kwam met een eigen route. Op 22 juli 2022 riep hij zelf ook een bijzondere aandeelhoudersvergadering bijeen, eveneens op 1 augustus 2022, maar dan om 11.00 uur, dus eerder op de dag. Tijdens die vergadering werd Ansary herbenoemd als statutair bestuurder van SunResorts en werden Palm en Derby benoemd als statutair directeuren. Ook die benoemingen werden ingeschreven.
Daarmee ontstond dus een bijzondere situatie: twee vergaderingen, twee tegengestelde sets van benoemingen, en twee kampen die beiden zeiden: wij zijn het rechtsgeldige bestuur van SunResorts.
ECI c.s. stelden dat ECI met 93,3% meerderheidsaandeelhouder was van SunResorts en dus bevoegd was om zelf die vergadering bijeen te roepen en Ansary te ontslaan. Volgens hen was de door Ansary opgeroepen vergadering van 1 augustus 2022 niet rechtsgeldig, onder meer omdat de oproeping niet aan de wettelijke termijn zou hebben voldaan, de agenda niet voldoende duidelijk was en er minder dan 50% van het geplaatste kapitaal aanwezig was. Zij voerden bovendien aan dat de door Ansary aangehaalde blokkering of aanbiedingsregeling geen standhield, althans dat ECI ook op andere juridische gronden beschermd moest worden.
Ansary c.s. stelden daartegenover dat ECI juist niet bevoegd was, omdat de aandelenoverdrachten naar ECI volgens hen niet rechtsgeldig waren verlopen. Hun kernpunt was dat de statutaire aanbiedingsregeling niet in acht zou zijn genomen, waardoor ECI volgens hen in werkelijkheid geen 93,3% maar minder dan 20% van de aandelen in SunResorts zou bezitten. Daarmee werd de kernvraag van het geschil helder:
wie is hier nu eigenlijk de echte meerderheidsaandeelhouder?
Tegelijk voerden Ansary c.s. nog een procedureel verweer. Zij zeiden dat zij het omvangrijke verzoekschrift pas in de ochtend van 26 augustus 2022 hadden ontvangen, dat het in het Nederlands was opgesteld, vertaald moest worden en dat zij daarom onvoldoende tijd hadden gehad om zich behoorlijk te verdedigen of een advocaat in te schakelen.
OORDEEL
De rechter laat zich niet meeslepen in de verleiding om meteen het hele conflict definitief te beslechten. Het gerecht zegt eerst heel duidelijk: als ik nu al een definitief eindvonnis zou wijzen, dan zou het recht van hoor en wederhoor worden geschonden. De verkorte oproepingstermijn, de omvang van het verzoekschrift van 51 pagina’s met 53 producties, en het feit dat een Engelse vertaling nodig was, maakten volgens de rechter dat Ansary c.s. zich nog niet goed hadden kunnen verdedigen. Daarom besloot het gerecht de mondelinge behandeling voort te zetten.
Maar daar bleef het niet bij.
De rechter keek vervolgens naar de acute situatie en zag dat voor de door Ansary geplande aandeelhoudersvergadering van 29 augustus 2022 onderwerpen op de agenda stonden die mogelijk verstrekkende gevolgen konden hebben voor SunResorts. Het vonnis noemt uitdrukkelijk het risico dat er besluiten zouden worden genomen over forse investeringen en aanzienlijke beloningen, ten laste van de liquide middelen van SunResorts. En dat terwijl juist de bevoegdheid van Ansary, Palm en Derby om als bestuurders op te treden voluit werd betwist.
De rechter zegt in feite: ik weet nog niet definitief wie juridisch gelijk heeft, maar ik kan ook niet uitsluiten dat ECI c.s. wel degelijk gelijk hebben.
En als dat zo is, dan zijn de door Ansary op zijn vergadering van 1 augustus 2022 verrichte benoemingen misschien niet rechtsgeldig geweest en was hij mogelijk ook niet bevoegd om de vergadering van 29 augustus 2022 bijeen te roepen. Dat risico vond de rechter groot genoeg om een tijdelijke ordemaatregel te treffen.
Het gerecht verbood daarom Ansary, Palm en Derby om:
- de aandeelhoudersvergadering van 29 augustus 2022 te houden of daaraan mee te werken;
- zich voor te doen als statutair bestuurder/directeur van SunResorts;
- feitelijke of rechtshandelingen namens SunResorts te verrichten of SunResorts te binden;
- en een nieuwe aandeelhoudersvergadering van SunResorts bijeen te roepen.
Aan die verboden koppelde de rechter zeer forse dwangsommen, oplopend tot USD 10 miljoen. Alleen de vordering om Palm en Derby meteen uit te schrijven uit het handelsregister wees de rechter af, omdat daarvoor op dat moment onvoldoende spoedeisend belang bestond. Die kwestie kon wachten tot later in de procedure. De mondelinge behandeling werd voortgezet op 2 september 2022 en iedere verdere beslissing werd aangehouden.

GOVERNANCE LESSEN
Ook in dit “kleine” vonnis zijn er governance-lessen te leren.
- Governance-conflicten gaan uiteindelijk over feitelijke macht
Op papier kun je allerlei bestuurslagen, aandeelhoudersstructuren en statutaire mechanismen hebben. Maar wanneer onduidelijk wordt wie werkelijk bevoegd is om te handelen, ontstaat bestuurlijke chaos. SunResorts had hier in feite twee sets bestuurders, twee concurrerende vergaderingen en twee conflicterende inschrijvingen. Dan wordt governance geen theorie meer, maar een gevecht om feitelijke controle.
- In een crisis is stilzetten soms verstandiger dan doorbesturen
Het gerecht koos hier niet voor snelle inhoudelijke beslechting, maar voor tijdelijke bevriezing van de situatie. Als een vennootschap met een activum als Mullet Bay op de achtergrond onderwerp wordt van een machtsstrijd, dan kan één aandeelhoudersvergadering met forse besluiten enorme gevolgen hebben. Soms is de beste governance-beslissing: eerst stilzetten, dan uitzoeken.
- Boekwaarde en governance zijn nauw met elkaar verbonden
De rechter noemt de taxatiegeschiedenis van Mullet Bay niet voor niets. De enorme kloof tussen de boekwaarde van USD 436 miljoen en veel lagere externe taxaties maakt duidelijk dat het hier niet alleen om zeggenschap ging, maar ook om zeggenschap over een activum waarvan de werkelijke waarde al jarenlang onderwerp van twijfel was. Dat maakt bestuurdersmacht nog gevoeliger.
- Handelsregister en werkelijkheid kunnen uit elkaar lopen
Deze is een bijzondere les. Dit vonnis laat mooi zien dat een inschrijving bij de Kamer van Koophandel nog niet betekent dat de onderliggende benoeming inhoudelijk onaantastbaar is. In governance-conflicten kan de formele buitenkant dus al vastliggen, terwijl de materiële rechtsgeldigheid nog volop ter discussie staat.
- Langdurige machtsconcentratie werkt door, ook ná grotere procedures
De bredere Ennia-casus speelde hier duidelijk mee. Ook na de noodregeling en het civiele aansprakelijkheidsvonnis van november 2021 bleef de strijd om feitelijke controle over gelieerde entiteiten en activa doorgaan. Dat is een belangrijke les: governance-problemen verdwijnen niet automatisch wanneer een groot hoofdvonnis is gewezen. Ze verplaatsen zich vaak naar de vennootschappen, de assets en de vraag wie nog mag tekenen.
SLOT
Dit kort geding is betreft vooral een uitspraak over orde houden in een onordelijke machtsstrijd.
De rechter zegt hier nog niet definitief wie juridisch de echte meerderheidsaandeelhouder is. Maar hij zegt wel iets wat bestuurlijk minstens zo belangrijk is:
zolang dat niet helder is, laat ik niet toe dat een betwiste bestuurdersgroep verdergaat met vergaderen, benoemen, besluiten en binden.
JURIDISCHE ANALYSE PER DEELONDERWERP
| Deelonderwerp | Kern van de feiten | Juridisch geschil | Oordeel van het gerecht | Analyse / betekenis |
| Aard van de procedure | Kort geding in Sint-Maarten van 29 augustus 2022 | Spoedvoorziening tegen Ansary, Palm en Derby | Geen eindvonnis, maar tijdelijke ordemaatregelen | Dit is een stabilisatie-uitspraak, geen finale inhoudelijke beslechting. |
| Positie Ansary | Ansary sinds 1985 statutair bestuurder van SunResorts; vanaf 2011 enige statutair bestuurder | Relevantie van zijn langdurige positie in SunResorts en Parman | Niet als zelfstandig geschilpunt beslist, maar als dragende context meegenomen | Laat zien hoe langlopende machtsposities doorwerken in latere governance-conflicten. |
| Structuur Ennia / Parman / ECI / SunResorts | Aandelen liepen via Parman, Banco di Caribe, ECH en ECI | Is ECI rechtsgeldig meerderheidsaandeelhouder van SunResorts? | Nog niet definitief beslist | De hele zaak draait in essentie om de geldigheid van de aandelenketen. |
| Mullet Bay | Mullet Bay vormt de kernwaarde van SunResorts en meer dan 50% van Ennia’s activa vanaf 2010 | Geen zelfstandige vordering hierover in dit kort geding | Wel zwaar meegewogen als achtergrond | Versterkt het spoedeisend belang: wie SunResorts controleert, raakt aan een cruciaal Ennia-actief. |
| Waardering Mullet Bay | Boekwaarde USD 436 mln; CBRE 2016 USD 35 mln; latere taxaties ook fors lager | Geen inhoudelijke waarderingsbeslissing in dit kort geding | Alleen als context genoemd | Onderstreept de gevoeligheid van besluiten over SunResorts en de noodzaak tot terughoudendheid. |
| Vergadering ECI van 1 augustus 2022 | ECI riep vergadering bijeen, ontsloeg Ansary en benoemde Alexander/Martes | Was ECI bevoegd om zelf op te roepen? | Nog niet definitief beslist | Het gerecht erkent dat de positie van ECI juridisch serieus genoeg is om bescherming te rechtvaardigen. |
| Vergadering Ansary van 1 augustus 2022 | Ansary riep eerdere vergadering bijeen, herbenoemde zichzelf en benoemde Palm/Derby | Was Ansary bevoegd om dit te doen? | Nog niet definitief beslist | Conflicterende benoemingen en handelsregisterinschrijvingen maken de situatie acuut instabiel. |
| Aandelenvraag / aanbiedingsregeling | Ansary zegt: overdracht naar ECI niet rechtsgeldig wegens niet-naleving statutaire regeling | Heeft ECI 93,3% of minder dan 20%? | Rechter houdt beslissing aan | Dit is de centrale juridische knoop van de zaak. |
| Verweer over hoor en wederhoor | Gedaagden hadden te weinig tijd en geen goede mogelijkheid tot verdediging | Kon al definitief eindvonnis worden gewezen? | Nee | Het gerecht kiest bewust voor procedurele zorgvuldigheid vóór eindbeslissing. |
| Tijdelijke ordemaatregel | Geplande vergadering 29 augustus 2022 met mogelijk verstrekkende besluiten | Moet de rechter nu ingrijpen? | Ja | De mogelijkheid van investeringen en hoge beloningen ten laste van SunResorts rechtvaardigt directe interventie. |
| Verbod op optreden als bestuurder | Ansary, Palm en Derby presenteerden zich als bestuurders/directeuren | Mogen zij dat voorlopig blijven doen? | Nee | Het gerecht beschermt de vennootschap tegen verdere machtsuitoefening door een betwiste groep. |
| Verbod op handelingen namens SunResorts | Risico dat SunResorts wordt gebonden of dat middelen worden aangetast | Moeten feitelijke en rechtshandelingen worden verboden? | Ja | Dit is de kern van de noodrem: geen besluiten of binding zolang bevoegdheid onzeker is. |
| Uitschrijving handelsregister | ECI wilde Palm en Derby direct laten uitschrijven | Was dat spoedeisend genoeg? | Nee, afgewezen | Rechter onderscheidt acute machtshandelingen van minder acute registercorrectie. |
| Procesuitkomst | Verboden + voortzetting behandeling op 2 september 2022 | Geen inhoudelijke eindbeslissing | Aangehouden | Het vonnis is vooral bedoeld om escalatie te voorkomen tot de zaak inhoudelijk verder kan worden behandeld. |

Dieudonne (Neetje) van der Veen is financieel en management bedrijfsadviseur. Zijn werk en ervaring liggen vooral op het gebied van financieel management en structurering van bedrijven in nood en Governance on Planning & Control-cycli.
De heer van der Veen heeft een masterdiploma bedrijfseconomie (Erasmus Universiteit Rotterdam), is Registeraccountant (Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants), CFE (Certified Fraud Examiner) en CICA (Certified Internal Control Auditor).