CG – 6-3.3 | ENNIA, SUNRESORTS, EN HET HOGER BEROEP OVER ZEGGENSCHAP
Dit vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van 13 december 2023 betreft het hoger beroep tegen het kortgedingvonnis van 7 oktober 2022. Het vonnis zelf telt 9 pagina’s. Deze blog is 1 uit een serie blogs die elk afzonderlijk ingaan op vonnissen die behoren bij deze spraakmakende zaak.
FEITEN
Dit vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van 13 december 2023 betreft het hoger beroep tegen het kortgedingvonnis van 7 oktober 2022. De zaak draait opnieuw om SunResorts, de vennootschap waarin het terrein Mullet Bay op Sint-Maarten is ondergebracht. Dat terrein was binnen de Ennia-context van groot belang, omdat Mullet Bay vanaf 2010 meer dan 50% van de totale activa van Ennia vertegenwoordigde. In de boeken stond het terrein voor US$ 436 miljoen, terwijl een taxatie op verzoek van CBCS in 2016 uitkwam op US$ 35 miljoen. Latere taxaties kwamen zelfs uit op een fractie van de boekwaarde. Daarmee gaat deze zaak niet alleen over aandelen en bestuur, maar ook over de betrouwbaarheid van waarderingen binnen een verzekeringsgroep.
In eerste aanleg had het Gerecht geoordeeld dat ECI voorlopig als meerderheidsaandeelhouder van SunResorts mocht worden behandeld. Ansary mocht zich daarom niet langer gedragen als bestuurder van SunResorts. Ook mocht hij geen besluiten nemen of SunResorts vertegenwoordigen. Tegen dat oordeel ging hij in hoger beroep.
De achtergrond is bekend: ECI stelde dat zij bijna alle aandelen in SunResorts hield. Ansary stelde juist dat de aandelenoverdrachten niet rechtsgeldig waren, omdat de statutaire blokkeringsregeling of aanbiedingsregeling niet correct was nageleefd. Volgens hem hadden de aandelen eerst formeel aan SunResorts moeten worden aangeboden.

GESCHIL
De kernvraag bij het Hof was: wie mocht zich voorlopig als meerderheidsaandeelhouder van SunResorts beschouwen?
Die vraag was bepalend voor de volgende vraag: wie mocht zich als bestuurder gedragen en namens SunResorts besluiten nemen?
ECI c.s. wilden dat het vonnis van 7 oktober 2022 in stand bleef. Zij wilden voorkomen dat Ansary zich nog als bestuurder zou presenteren, aandeelhoudersvergaderingen zou bijeenroepen of namens SunResorts handelingen zou verrichten.
Ansary wilde het omgekeerde. Hij vroeg het Hof om het vonnis te vernietigen en ECI juist te verbieden zich als aandeelhouder van SunResorts te gedragen. Volgens hem waren de aandelenoverdrachten waarop ECI zich beriep ongeldig, omdat de aanbiedingsregeling uit de statuten niet was gevolgd.
OORDEEL
Het Hof komt tot dezelfde uitkomst als het Gerecht in eerste aanleg: ECI mag voorlopig als meerderheidsaandeelhouder van SunResorts worden beschouwd. Het hoger beroep slaagt dus niet. Het eerdere vonnis blijft in stand.
Maar het interessante zit in de motivering. Het Hof kiest namelijk een iets andere juridische route dan het Gerecht. Zo kan het dus ook.
Het Hof benadrukt eerst dat dit een kort geding is. Er komt dus geen definitieve vaststelling van wie aandeelhouder is. Daarvoor is een bodemprocedure nodig. Het Hof moet alleen voorlopig beoordelen wie zich, op basis van de stukken en omstandigheden, als meerderheidsaandeelhouder mag gedragen.
Daarbij kijkt het Hof naar verschillende stukken. In het aandeelhoudersregister van SunResorts stond dat ECI op 31 december 2015 meer dan 95% van de gewone aandelen hield. Ook had ECI volgens dat register 90% van de gewone aandelen klasse A. Verder lagen er diverse leveringsakten uit 2005, 2006, 2009, 2010 en 2011. Die aktes lieten zien dat aandelen SunResorts via Parman, BdC, BdCI en ECH uiteindelijk bij ECI terechtkwamen. Belangrijk is dat SunResorts zelf bij deze transacties betrokken was en meerdere aktes mede had ondertekend.
Ook de jaarrekeningen speelden een rol. In de jaarrekening van Parman stond dat alle aandelen SunResorts aan ECH waren verkocht en dat Parman daarna geen aandelen meer hield. In de jaarrekeningen van SunResorts over 2011 tot en met 2015 stond dat ECI de grootste aandeelhouder was. In de jaarrekeningen van ECI stond vanaf 2011 dat ECI 93,3% van de aandelen SunResorts hield. En in de geconsolideerde jaarrekeningen van ECH werd SunResorts meegeconsolideerd. Dat wijst op indirecte controle.
Dan komt het belangrijkste juridische punt: de blokkeringsregeling. Artikel 8 van de statuten bepaalde dat een aandeelhouder die gewone aandelen wilde overdragen, deze aandelen eerst aan SunResorts moest aanbieden. Formeel was dat niet precies zo gebeurd. Toch vindt het Hof dat dit in deze specifieke situatie niet ernstig is.
Waarom niet? Omdat de bedoeling van zo’n aanbiedingsregeling is dat de vennootschap de kans krijgt de aandelen zelf te kopen voordat ze naar een derde gaan. Volgens het Hof was SunResorts steeds op de hoogte van de transacties. SunResorts tekende aktes mee, verwerkte de overdrachten in het aandeelhoudersregister en liet de transacties terugkomen in de jaarrekeningen. Daarmee had SunResorts feitelijk ingestemd. Het Hof zegt daarom dat de strekking van de aanbiedingsregeling niet is geschonden.
Het Hof gebruikt hierbij ook een praktische redenering. Ansary was in die periode betrokken bij zowel Parman als SunResorts. Strikte naleving zou er in feite op neerkomen dat hij als bestuurder van Parman een aangetekende brief aan zichzelf als bestuurder van SunResorts had moeten sturen. Het Hof noemt dat in deze omstandigheden een onnodige exercitie.
De conclusie van het Hof is helder: er is voorlopig geen sprake van een schending van de blokkeringsregeling. Of anders gezegd: SunResorts heeft stilzwijgend afstand gedaan van haar rechten of de overdrachten stilzwijgend bekrachtigd. Het bezwaar dat pas vele jaren later werd opgeworpen, wordt verworpen.
GOVERNANCE-LESSEN
De belangrijkste les zit in consistentie. Als een vennootschap jarenlang in aktes, registers en jaarrekeningen een bepaalde aandeelhoudersstructuur verwerkt, dan kan een bestuurder daar niet veel later zomaar een andere werkelijkheid tegenover zetten.
De tweede les is dat formele regels belangrijk zijn, maar niet los kunnen worden gezien van hun doel. Een blokkeringsregeling is bedoeld om de vennootschap bescherming te bieden. Als de vennootschap zelf wist van de overdrachten, daaraan meewerkte en deze jarenlang administratief verwerkte, wordt het lastig om later te zeggen dat die regeling toch ernstig is geschonden. Je stond erbij en deed actief mee.
De derde les raakt toezicht. Bij een verzekeringsgroep als Ennia, waar activa en solvabiliteit centraal staan, moet de zeggenschap over belangrijke activa glashelder zijn. Onduidelijkheid over wie mag besluiten, wie mag tekenen en wie eigenaar is, creëert direct risico’s voor bestuur, toezicht en polishouders.
JURIDISCHE ANALYSE PER DEELONDERWERP
| Deelonderwerp | Juridische vraag | Overweging Hof | Conclusie | Governance-duiding |
| Kort geding | Kan het Hof definitief vaststellen wie aandeelhouder is? | Nee, het gaat om een voorlopig oordeel. Uitgebreide bewijslevering past niet in kort geding. | Alleen voorlopige beoordeling. | Bij governance-conflicten kan kort geding snel orde scheppen, maar niet alles definitief oplossen. |
| Spoedeisend belang | Had ECI nog belang bij de verboden? | Ja. Ennia verkeerde in zwaar weer en SunResorts moest kunnen handelen om verdere schade te voorkomen. | Spoedeisend belang aanwezig. | Bestuurlijke verlamming bij belangrijke activa moet snel worden doorbroken. |
| Aandeelhoudersregister | Wat zegt het register over ECI? | Het register vermeldde dat ECI meer dan 95% van de gewone aandelen hield en 90% van klasse A. | Sterke aanwijzing voor meerderheidspositie ECI. | Registers moeten betrouwbaar en actueel zijn. |
| Leveringsakten | Ondersteunen de aktes de positie van ECI? | Ja. Er waren meerdere aktes waaruit overdracht richting ECI bleek. SunResorts tekende mee. | Overdrachten zijn voorlopig aannemelijk. | Medeondertekening door de vennootschap heeft governance-betekenis. |
| Jaarrekeningen | Wat blijkt uit de financiële verslaggeving? | Parman, SunResorts, ECI en ECH verwerkten jarenlang dat ECI controle/aandelen hield. | Jaarrekeningen ondersteunen positie ECI. | Financiële verslaggeving creëert verwachtingen en bestuurlijke consistentie. |
| Blokkeringsregeling | Is de aanbiedingsregeling geschonden? | Formaliteiten zijn niet strikt gevolgd, maar de strekking is niet geschonden. | Geen fatale schending. | Doel en context van statutaire regels tellen mee. |
| Stilzwijgende afstand / bekrachtiging | Heeft SunResorts haar rechten verwerkt of overdrachten bekrachtigd? | SunResorts wist van transacties, werkte mee en verwerkte deze administratief. | Stilzwijgende afstand of bekrachtiging aannemelijk. | Gedrag van bestuur en vennootschap kan juridische gevolgen hebben. |
| Positie Ansary | Mag Ansary zich als bestuurder blijven gedragen? | Nee, omdat ECI voorlopig als meerderheidsaandeelhouder geldt. | Verboden blijven in stand. | Bestuurderschap moet steunen op geldige zeggenschap. |
| Hoger beroep | Slaagt het hoger beroep? | Nee. Het Hof bevestigt het vonnis van 7 oktober 2022. | ECI wint ook in hoger beroep. | De governance-lijn wordt bevestigd: ECI mag voorlopig handelen. |
| Proceskosten | Wie betaalt de kosten? | Ansary is de in het ongelijk gestelde partij. | Kostenveroordeling in hoger beroep. | Onvoldoende onderbouwd doorprocederen kent financieel risico. |

Dieudonne (Neetje) van der Veen is financieel en management bedrijfsadviseur. Zijn werk en ervaring liggen vooral op het gebied van financieel management en structurering van bedrijven in nood en Governance on Planning & Control-cycli.
De heer van der Veen heeft een masterdiploma bedrijfseconomie (Erasmus Universiteit Rotterdam), is Registeraccountant (Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants), CFE (Certified Fraud Examiner) en CICA (Certified Internal Control Auditor).