FUNDAMENTAL ANALYSIS EN TECHNICAL ANALYSIS (1)

FUNDAMENTAL ANALYSIS

Voordat je gaat beleggen in aandelen, obligaties en crypto (of een andere type beleggingsobject), is het wel handig je eerst te verdiepen in de markt, de sector/industrie, en het bedrijf/object waarin je wilt beleggen. Het gaat erom dat je niet blind en onvoorbereid instapt, maar eerst voldoende kennis opdoet en je risico’s goed inschat. Je moet dus eerst je “huiswerk” doen. Die huiswerk noemen we in het Engels “Fundamental Analysis” (FA). Er is een tweede vorm van analyse en die heet “Technical Analysis” (TA), maar die heeft een ander doel dan Fundamental Analysis. Fundamental Analysis komt kort aan bod in deze blog. In toekomstige blogs zal ik er verder dieper ingaan op deze twee onderwerpen. Ze zijn cruciaal voor het maken van keuzes en een beter begrip van hen is een voorwaarde om goed te investeren.

FUNDAMENTAL ANALYSIS

Waarom is Fundamental Analysis belangrijk? Fundamental Analysis stelt je in staat om te achterhalen wat de marktwaarde van een bedrijf zou moeten zijn. Veel beleggers kijken alleen naar de prijs van de belegging (bijvoorbeeld een aandeel), in plaats van te analyseren wat er achter het aandeel zit. De prijs wordt van alle kanten beïnvloed, los van de performance van het bedrijf zelf, maar ook door emotie, paniek, kuddegedrag van mensen en speculatie door grote spelers. Deze aspecten van de markt staan veelal los van wat het bedrijf (de belegging) waarde geeft. Er is dus een verschil in waarde en prijs, en daarom is Fundamental Analysis belangrijk. De kunst is dus om die verschillen in prijs en waarde te vinden en in je voordeel te gebruiken.

Eén van de belangrijkste aannames achter Fundamental Analysis is, dat de huidige prijs van een aandeel, vaak niet volledig de waarde van het bedrijf weerspiegelt, in vergelijking met openbaar beschikbare financiële gegevens. Een tweede veronderstelling is dat de waarde die wordt weerspiegeld in de fundamentele data van het bedrijf, waarschijnlijk dichter bij de werkelijke waarde van het aandeel ligt.

Analisten bestuderen datgene wat de waarde van de belegging kan beïnvloeden, van macro-economische factoren zoals de toestand van de economie en de sector-omstandigheden, tot micro-economische factoren zoals de effectiviteit van het management van het bedrijf, strategie, beleid etc. De prijs van een aandeel van een onderneming in de wapenindustrie zal zeer waarschijnlijk stijgen, als er oorlog (macro) uitbreekt, dat wil nog echter niet zeggen dat de waarde van de onderneming plotseling hoger is geworden.

Het einddoel is om een waarde te bepalen welke de belegger kan vergelijken met de huidige prijs van de potentiële belegging om te zien of de belegging ondergewaardeerd of overgewaardeerd. Als de belegging ondergewaardeerd is (prijs < waarde), is dat een potentiële kooptransactie. Als de belegging overgewaardeerd is (prijs > waarde), is dat een potentiële verkooptransactie.

HOE DAN?

Fundamental Analysis wordt meestal gedaan vanuit een macro- tot microperspectief om beleggingsobjecten te identificeren die “niet correct” zijn geprijsd door de markt.

Analisten bestuderen, in volgorde:

  1. De algemene toestand van de economie
  2. De kracht van de specifieke branche
  3. De financiële prestaties van het bedrijf dat de aandelen uitgeeft

Dit zorgt ervoor dat ze tot een gecalculeerde (onderbouwde) marktwaarde voor het aandeel komen. Fundamental Analysis maakt veelal gebruik van openbaar beschikbare financiële gegevens om de waarde van een investering te evalueren. Er zijn diverse handige websites beschikbaar, vaak die ook al zelf veel basisinformatie hebben verzameld om Fundamental Analysis te doen. Een paar hiervan (voor met name aandelen) zijn:

Op deze sites vind je informatie over de aandelen die je wilt onderzoeken. Aandelen vertegenwoordigen eigendom in vennootschappen. Voordat je aandelen koopt, wil je eerst weten wat het bedrijf doet en hoe financieel solide het is. Handig hierbij is dat je de “taal van business” begrijpt. Die heet “accounting” (boekhouding/administratie). Het gaat hierbij om bekendheid met termen zoals eigen vermogen, nettoresultaat, etc. is en hoe ze worden berekend. Dit soort informatie vind je allemaal op de genoemde websites. Het gaat erom dat je kennis van neemt, opeenvolgende jaren vergelijkt en ook comparatief onderzoek doet met soortgenoten (concurrerende bedrijven).

ECONOMIE EN AANDELENMARKT

Naast informatie over de aandelen/bedrijven zelf, is het ook handig om stil te staan hoe de economie de aandelen beïnvloed. Kennis van de werking van de economie is van belang voor de belegger. De aandelenmarkt (maar ook de huizenmarkt, cryptomarkt, etc.) en de economie staan verbonden met elkaar, alhoewel dat niet altijd even duidelijk is. In de pandemie is bijvoorbeeld de economie verzwakt, echter de aandelenmarkt was wel booming (heeft o.a. te maken met monetair beleid). Maar de algemene regel is wel: de goede en slechte dingen die in de ene markt gebeuren, hebben consequenties voor de andere markt. Kennis van de werking van de economie is handig om financieel nieuws te kunnen filteren voor relevante keuzes en besluiten om te beleggen. Hierbij zijn de volgende concepten o.a. belangrijk:

  1. Vraag en Aanbod: dit laatste komt simpelweg neer op wat beschikbaar is (Aanbod) en wat mensen willen en bereid zijn te betalen (Vraag) om hun behoeften te bevredigen. Deze 2 concepten vormen de motor van economische activiteiten en zijn ook relevant voor investeringsbeslissingen. Tijdens de COVID-Pandemie, ontstonden Aanbod-issues, welke uiteindelijk prijsopdrijvend hebben gewerkt, waardoor sommige bedrijven veel winst hebben kunnen genereren (met als gevolg hogere aandeelprijzen).
  2. Causaliteit (Oorzaak en Gevolg): Een oorzaak heeft een gevolg, en het is van belang dat je deze ook in je redeneer- en denkproces meeneemt. Een vraag zou kunnen zijn: Welke goede of slechte gevolg zou ik logischerwijs kunnen verwachten, bij het zich voordoen van een gebeurtenis. Hierbij weer mijn voorbeeld van het uitbreken van oorlog en het gevolg voor de wapenindustrie. Of bij de betere beheersing van de COVID-Pandemie, de effecten voor de “Reis- en Verblijf”-industrie.
  3. Overheidsacties en economische effecten: Overheden (maar ook regulatorische instanties zoals de Centrale Bank) hebben ook een voelbaar effect op de economie en financiële markten. Overheidsacties (en die van de Centrale Bank, waar relevant) komen veelal neer op belastingheffing, wet- & regelgeving en regulering. De Overheid kan een wet aannemen welke als gevolg kan hebben dat een hele sector wordt aangetast (milieuwetgeving bijvoorbeeld). De Centrale bank kan interest verhogen en het geld aanbod beperken, waardoor minder wordt besteed.

Net als informatie inwinnen over specifieke bedrijven en de industriesector, is het ook van belang dat je informatie inwint over de economie. Je zult op de hoogte moeten blijven van de “stand van de economie”. Als de economie goed gaat, is de kans groot dat de waarde (en prijs) van de aandelen ook goed gaan. Maar als de economie krimpt, zullen veel aandelen, waardeverliezen en ook prijsdalingen meemaken. Blijf dus ook de hoogte van de belangrijkste economische indicatoren, zoals het bruto nationaal product (BNP), Consumentenprijs Index (CPI) (lees: inflatie), werkloosheidcijfers, etc. Deze dagen hebben met name de inflatiecijfers en de Centrale Bank acties, veel invloed op de financiële markten en de prijsbewegingen. Goed opletten, zeker voor Daytraders.

LEES FINANCIEEL NIEUWS

Regelmatig lezen van financieel nieuws houdt je op de hoogte van wat er gaande is en relevant is voor je besluitvorming waarin te investeren. Vele websites (zie ook bovengenoemde) zijn daar goed voor. Het is aanbevelingswaardig dat je meerdere bronnen van informatie tot je neemt. Goede additionele sites zijn die van de Wallstreet Journal (www.wsj.com), Investor’s Business Daily (www.investors.com) en Bloomberg (www.bloomberg.com). Diverse websites vereisen wel een subscription en die, kan oplopen. Op de websites vind je informatie over de bedrijven waarin je wilt beleggen, maar ook informatie van wat er gaande is in de wereld die relevant is voor je investeringsbeslissing.

WAT DOEN DE “NAMEN” / INSTITUTEN?

Tot slot is het verstandig om ook attent te zijn wat de grote instituten en “grote namen” doen in de economie. Als een vooraanstaande econoom een uitspraak doet, of een beleggingsgigant als “Blackrock” of Warren Buffet (Berkshire Hathaway) een significante koopactie verricht, dan is er veelal iets gaande. Meestal zie je deze wel in headlines op bijvoorbeeld Yahoo Finance. Denk dan meteen in termen van “vraag/aanbod”, “oorzaak/gevolg”, etc. en handel dienovereenkomstig. Ik wil wel even stil staan bij een ander type analyse, de Technical Analysis.

TECHNICAL ANALYSIS

Tot slot: Een ander type “huiswerk” is Technical Analysis (TA). Technical Analysis probeert de prijsrichting te voorspellen, door historische marktgegevens zoals prijs en volume te analyseren. Technical Analysis maakt gebruik van prijstrends en prijsbeweging om indicatoren te creëren. Sommige indicatoren creëren patronen. Anderen gebruiken trend-, ondersteunings- en weerstandslijnen om te laten zien hoe handelaren investeringen zien en aangeven wat er zal gebeuren. Leuk werk is dit en er gaat veel tijd hierin zitten. Als je Technical Analysis onder de knie hebt, kun je goede winsten pakken op de juiste momenten. Wat Technical Analysis verder inhoudt, zal ik in meerdere toekomstige blogs uitwerken.

Even terug. Er zijn meer zaken die horen bij Fundamental Analysis, maar ik laat het voor deze blog even hierbij. In mijn volgende blogs zal ik iets meer verdiepen.

DISCLAIMER: Deze blogs zijn bedoeld voor en alleen om te worden gebruikt voor referentiedoeleinden. Dergelijke informatie die hier wordt verstrekt, vormt geen advies of een aanbeveling dat een beleggings- of handelsstrategie geschikt is voor een specifieke persoon. Gebruikers van deze blogs zijn het ermee eens dat ik geen verantwoordelijkheid neem voor uw investeringsbeslissingen.Vraag professioneel advies voordat u handelt.

HOE DE (STERKE) DOLLAR DE FEDERAL RESERVE HELPT MET INFLATIE

De laatste paar maanden is de Federal Reserve van de Verenigde Staten (de Fed), net als vele andere centrale banken ter wereld, druk bezig met het bestrijden van inflatie door o.a. de interest-rates te verhogen. De gedachte is met name dat hogere interest-rates, consumptief krediet duurder maken met als gevolg dat consumenten minder zullen kopen (in de VS draait de consument veelal op krediet) waardoor de hoge vraag naar producten zal afnemen, en daarmee ook de inflatie. Commercieel krediet wordt ook duurder, met als effect dat lenen om te investeren ook duurder wordt en mogelijke investeringen worden uitgesteld. Tot slot, een hogere interest betekent ook hogere spaarrente en couponrentes op obligaties, welke “spaargedrag” aanmoedigen. Allemaal met als gevolg, dat de vraag negatief wordt beïnvloed (en het “aanbod-tekort” kleiner wordt) en daardoor inflatie wordt afgeremd.

Natuurlijk zijn er naast de Fed nog vele andere factoren van invloed op inflatie. De wisselkoers van de Amerikaanse dollar speelt ook een rol bij inflatie. Amerikaanse export bijvoorbeeld naar Europa wordt duurder. Als de dollar sterker wordt (wat momenteel het geval is), zorgt de hogere wisselkoers ervoor dat Europeanen meer betalen voor Amerikaanse goederen, “uitsluitend” gebaseerd op de wisselkoers. Als gevolg hiervan kan de Amerikaanse exportomzet dalen als de dollar te sterk is. Een dollar welke langdurig “te sterk“ is, is ook niet goed voor de Amerikaanse economie (de VS verliest o.a. enige concurrentiekracht).

Bovendien maakt een sterke dollar import (voor de VS) goedkoper. Als Amerikaanse bedrijven goederen uit Europa kopen in euro’s en de euro is zwak, of de dollar is sterk, dan is die import goedkoper. Het resultaat is goedkopere producten in Amerikaanse winkels, en die lagere prijzen vertalen zich in een lagere inflatie. Goed voor de VS dus (tot op zekere hoogte).

Goedkope import helpt de inflatie laag te houden, aangezien Amerikaanse bedrijven die goederen in eigen land produceren, hun prijzen laag moeten houden om te kunnen concurreren met goedkope buitenlandse import. Een sterkere dollar helpt bij het goedkoper maken van import en fungeert als een natuurlijke afdekking om het inflatierisico in de economie te verminderen. Het tast wel de winstgevendheid van Amerikaanse bedrijven aan, en daarmee ook de economische groei.

Een sterke Amerikaanse dollar heeft dus ook effect op inflatie en de (wereld) economie, het tast namelijk ook handel (in het bijzonder import en export) aan. Er zijn dus “winners” (de VS in eerste instantie) and “losers” (de rest).

WAT BETEKENT DAT VOOR ONS OP CURACAO?

Curaçao is per saldo een netto importland (dat zien we ook terug op onze betalingsbalans). De inflatie die wij meemaken is voornamelijk geïmporteerde inflatie. De Antilliaanse gulden is nl. gekoppeld aan de dollar. Alles wat we uit landen importeren, waarvan hun valuta negatief gecorreleerd is aan de dollar, wordt dan bij een sterker wordende dollar, goedkoper. Op de website van de Centraal Bureau van de Statistiek (CBS), kunnen we het volgende overzicht zien (aangepast voor deze blog), en hebben we een idee waar we vandaan importeren en waar we naar toe exporteren.

Bron: website CBS-Curacao

Een sterker dollar, betekent dus een sterke gulden, en dat betekent over het algemeen een goedkopere import. Dat zouden we terug moeten zien in de prijzen in de supermarkt. Zien we dat?

Als we leningen hebben die bijvoorbeeld in Euro’s luiden, dan is versneld aflossen nu voordeliger. Als ik me niet vergis luidde de “oorspronkelijke lening” bij de schuldsanering rond 2010 in Euro’s en was de CMC-lening ook in Euro’s. Voor terugbetaling hiervan hebben we nu, met de sterkere dollar een voordeel, uitgaande dat we kunnen terugbetalen (wat gezien de financiële omstandigheden van het Land, lastig is).

Aan de andere kant wordt onze export wel duurder. Toerisme, ons grootste exportproduct, wordt duurder voor bijvoorbeeld de Europeaan, die hier feitelijk in dollars moeten betalen. Dat zal ongetwijfeld consequenties hebben voor vakanties op Curaçao. De meeste vakanties zijn al geboekt en betaald tot einde van dit jaar, dus zullen we dit moeten merken volgend jaar. Hetzelfde geldt voor onze exportproducten zoals aloë-producten, Glaciaal, Blue-Curaçao, etc.

Welk effect (import of export) heeft meer gewicht voor onze economie?  Mijn verwachting is dat de “export-effect” (Curaçao wordt duurder voor het buitenland), meer gewicht heeft bij een sterkere dollar. Het is verder de vraag of importeurs hun “dollar-voordeel” ook doorrekenen naar de consument.

Tot slot, denk aan de deviezenreserve. Dit laatste (sterke dollar) heeft ook gevolgen voor de deviezenreserve. Aan onze beleidsbepalers: zijn dit discussieonderwerpen?

PRODUCTIEFACTOR LAND

Barkjes-kade, Willemstad – Punda, Curacao

Even eerst een herhaling. Economie is de wetenschap die zich primair bezighoudt met de menselijke behoeftebevrediging. De economie bestudeert keuzes die individuen, organisaties en samenlevingen maken bij het omgaan met schaarste. Schaarste was het onderwerp van een eerdere blog. We bouwen daarop voort in deze blog met productiefactoren om het begrip schaarste concreter in te vullen. Deze blog gaat over de factor “Land”.

Niets is oneindig ([ver-]bruikbaar) en mede daarom heeft het een waarde, een prijs. “Multi-bruikbaar” is een factor meestal niet. Je gebruikt bijvoorbeeld een stuk “Land” voor landbouw, of voor veeteelt, of voor industrie, of voor woningbouw, of om een golfbaan te maken, etc. Eenmaal een keuze is gemaakt, is een andere keuze veelal uitgesloten. Elke keuze heeft een gevolg, maar welke heeft het beste (economische) gevolg?  De schaarste, maakt je keuze belangrijker dan je denkt; doe het daarom bewust en onderbouwd. “Gebruiksmotieven” kunnen ook anders dan economische zijn. Zo kan een gebouw of stuk land ook behoren tot een cultureel erfgoed, of kan het van maatschappelijk belang zijn, in ieder geval, dat meer (emotionele) waarde eraan wordt gehecht dan slechts de economische waarde.

In de vorige blogs hebben we aandacht besteed aan de productiefactor “Arbeid”. In deze Blog besteden we aandacht aan de productiefactor “Land”. De basisgedachte is dat productiefactoren gezamenlijk, inkomen en welvaart genereren.

LAND

Productiefactor “Land” (als naam wordt ook “Natuur” gebruikt) behelst alle natuurlijke bronnen en niet alleen een stuk grond. Bossen, mineralen, vissen, kippen en koeien, grondwater, de oceaan en een stuk grond vallen onder de productiefactor “Land”. “Land” kan “hernieuwbaar” en “duurzaam zijn”, maar ook “niet-hernieuwbaar”. Bomen kan je weer planten en kippen weer fokken, maar aardolie en ijzer raken op.

De prijs voor het gebruik van Land, noemen we in het Engels “rent” en in het Nederlands “pacht”. Dit is de vergoeding (huur) die je ontvangt voor het in gebruik stellen van Land of grond. Als er op of in de grond zich grondstoffen bevinden, zal de vergoeding hoger zijn. Er kan dan meer met dat stuk grond worden geproduceerd, waardoor de grond meer waard is.

In tegenstelling tot de overige productiefactoren, groeit “Land” niet (alhoewel met diverse productietechnieken wel meer uit “Land” gehaald kan worden, denk bijvoorbeeld aan het gebruik van mest, etc.). Natuurlijk zijn er uitzonderingen, zo kan je wel een stuk “Land” bij creëren (of veranderen), zoals inpolderen in Nederland, de Pond-fill op Sint-Maarten, maar ook het Zeelandia-gebied op Curaçao.

“Land” kan afnemen in kwantiteit, kwaliteit en waarde als er niet duurzaam mee wordt omgegaan. Milieuvervuiling verlaagt de kwaliteit van het “Land” en dit kan dan ook gevolgen hebben voor de kwantiteit van “Land” dat ter beschikking staat voor de economie.

GRONDBEZITTERS EN EIGENDOM

Om de overige productiefactoren in te zetten, heb je “Land” nodig en mede daarom hebben grondbezitters van oudsher een belangrijke rol gespeeld in de Economie. “Land” en ook “Arbeid” worden primaire productiefactoren genoemd, ze waren er vanaf het prille begin. In de neoklassieke economie is eigendom van grond op de voorgrond. In sommige landen, zoals de Verenigde Staten van Amerika, neemt juridisch eigendom[i] van “Land” een prominente plaats in het kapitalistisch systeem. Niet dat eigendom (juridisch) niet belangrijk is, maar tegenwoordig gaat het meer om het economisch recht on “Land” te gebruiken (economisch eigendom).

Grondeigendom heeft ook een instrumentele functie, het vergemakkelijkt handelen in het economisch verkeer. Zie ook hoeveel nadruk wordt gelegd op eigendom van grond bij het aangaan van een lening of hypotheek. Er is veel formaliteit, via een notaris, om de eigendomsrechten veilig te stellen.

Keuzes: Gebruik voor hotel en strand?
of voor industrie (refineria Isla)?

Wat je er ook mee wilt doen, je hebt grond nodig om een activiteit te ontwikkelen en geld mee te verdienen. Een deel van de waarde van grond is verweven in de bestemming van dat deel grond. Landbouwgrond is over de jaren heen minder waard geworden, maar stedelijke grond is in waarde gestegen. Ligging is ook belangrijk. De waarde van grond in de buurt van water (bijvoorbeeld een strand) of in de stad, bij uitgaanscentra, is hoger dan de waarde van grond elders afgelegen.

Het gaat er wel om wat het “Land” als juridisch eigendom en/of economisch recht, bijdraagt aan de economie. Is landbouw, economisch rendabeler dan het exploiteren van een horeca-aangelegenheid, of een industrieel complex, of woningbouw?

EILANDELIJKE ONTWIKKELINGSPLAN CURACAO

Ruimtelijk beleid is één van de beleidsinstrumenten van de Overheid. De Overheid kan publiekrechtelijke beperkingen opleggen voor “Land” middels bijvoorbeeld een bestemmingsplan, met daarmee gevolgen voor de grondwaarden en grondprijzen en ontwikkeling daarvan. Op Curaçao is in het verleden middels een Eilandsverordening een Eilandelijke Ontwikkelingsplan (EOP) met bestemmingsvoorschriften vastgesteld. Dit EOP onderkent (met inzicht van destijds) maatschappelijke veranderingen, economische ontwikkeling en consequenties daarvan voor het leven op Curaçao, te weten wonen, werken, voorzieninggebruik, recreatie, natuur en landschap voor de bewoners van Curaçao.

Uitzicht Mondi di Sapate

RELEVANTIE VOOR ONS?

Het is verstandig om ons te realiseren dat productiefactoren schaars zijn. We moeten keuzes maken vandaag en voor de toekomst hoe deze productiefactoren aan te wenden.

Als onze ruimtelijk planning niet optimaal is, zal gebruik van “Land” ook niet leiden tot de beste economische resultaten. De keuze waar en wat te (ver-)bouwen op een stuk grond is relevanter dan je denkt. Er is veel braakliggend terrein op het ISLA-terrein, welke ook bestemd kan worden naast wat al bebouwd is. Het is jammer dat trajecten zoals Guangdong Zhenrong, Klesh, Motiva/Aramco, en Corc tot dusverre niets hebben opgeleverd, want veel toegevoegde waarde zou geleverd kunnen worden uit de gezamenlijke productiefactoren “Land” (pacht), “Arbeid” (loon), “Kapitaal” (interest” en “Ondernemerschap” (winst) op het ISLA-terrein.

Centralisatie van terreinen-beheer door de Overheid is m.i. een goed idee, zolang het ook de bedoeling is om die terreinen actief productief te maken. Denk verder ook aan opgekochte terreinen die langdurig niet worden benut of leegstaande (overheids-)gebouwen die dus ook niet bijdragen aan de economie. Een leegstaand gebouw (Bestuurscollege Curaçao) levert niets op. Het Cannabis-project houdt ook in, gebruik van momenteel onproductief “Land”, met als bijkomstig voordeel het inzetten van productiefactor “Arbeid” en de overige factoren.

Maar denk ook aan de EOP (Eilandelijk Ontwikkelingsplan) en de vraagstelling in hoeverre rekening is gehouden met moderne economische uitgangspunten bij het opstellen van dat plan. En ook in hoeverre die uitgangspunten nog vandaag gelden. Curaçao heeft voldoende onbenut productiefactor “Land” om economisch productief in te zetten. We denken snel aan toerisme (hotels, etc.), maar levert dat wel de beste combinatie van (kwaliteit en kwantiteit) productiefactoren op? Wat betreft productiefactor “Arbeid” gaat het vooral om “ongeschoold Arbeid”, wat je zeker nodig hebt en productief moet inzetten. Maar een natie bouw je alleen als je een gebalanceerde mix hebt in de arbeidspool. Inzet van “Land” beïnvloedt ook inzet van “Arbeid”. Bedenk maar wat je ermee kan doen. Keuzes gisteren en vandaag, hebben consequenties morgen. “We reap what we sow”. Bemoei je actief met economisch beleid, maak bewuste keuzes, want je draagt gewild of ongewild de lusten en de lasten.

Relax and think

Ik herhaal: Het zou wie dan ook die op die beleidsstoel zit, sieren om kundig om te gaan met economisch leidinggeven, het heeft namelijk consequenties”. Economie raakt alles.

D.G van der veen


[i] Eigendom kan worden gesplitst in economische en juridisch eigendom. Tezamen vormen juridisch en economisch eigendom de volle eigendom van een onroerende zaak. De economisch eigenaar heeft recht op de gebruikswaarde van een object als ook op de positieve of negatieve waardeverandering. De juridisch eigenaar blijft voor derden zichtbaar als de eigenaar bij het kadaster. Bij economische eigendom van een onroerende zaak heeft de (juridisch) eigenaar feitelijk het recht om te beschikken alsmede het recht op de vruchten overgedragen aan een ander: de economisch eigenaar. In het Kadaster blijft als eigenaar degene geregistreerd die de juridische eigendom behoudt. De onroerende zaak komt pas in juridische eigendom van de economisch eigenaar wanneer deze bij de notaris is overgedragen en door middel van de transportakte is ingeschreven bij het Kadaster (www.tuindees.nl).

RISICO’S INSCHATTEN EN BEHEERSEN

In mijn vorige “investing-series”-blogs zijn we stil gestaan bij de persoonlijke financiële situatie, de maandelijkse financiële stromen en je mogelijke doelen om te investeren. Bij de doelen hoort ook een beleggingsstijl of een risico-appetijt. Deze blog gaat over dat laatste en dan met name over risico en risicovormen. Risico definieer ik als een situatie waarin je blootgesteld bent aan “gevaar” of “verlies”. Risico kan zich voordoen in vele vormen en we lopen uiteindelijk allemaal risico in zekere mate.

Risico nemen (lopen) en rendement maken lopen samen

Risico en (beleggings-)strategie lopen ook samen, ook als je belegt/investeert. Je hoort risicomanagement toe te passen, wat betekent, dat je bewust risico’s identificeert, evalueert en beheerst om je vermogen zoveel mogelijk te beschermen.

Bij risico hoort ook een andere term in de financiële wereld en dat is volatiliteit. Volatiliteit heeft te maken met de (snelle) “eb en vloed” van kopen en verkopen (vraag en aanbod) en de daarmee samenhangende (forse) prijsbewegingen. Volatiliteit meet je met een term genaamd “Bèta[i]”. Over dat laatste gaat deze blog niet over, maar ik meld de term “volatiliteit” alvast, daar velen de term associëren met de negatieve kant van risico. Volatiliteit heeft naar mijn mening ook een positieve kant, de prijs kan ook fors stijgen, en daar zouden we graag gebruik van willen maken, zeker als je wilt speculeren.

RISICO EN SOORTEN RISICO

Ten eerste, laat risico je niet afschrikken. Makkelijker gezegd dan gedaan, weet ik. Belangrijk is dat je bewust bent van risico, de mogelijke verschijningsvormen en deze inschat (ook de mogelijke impact), voordat je begint met beleggen.

Risico’s kunnen divers zijn, ik ben zeker niet limitatief in onderstaande opstelling. Voor de overzichtelijkheid, heb ik diverse in onderstaand tabel in kaart gebracht.

RISICOOMSCHRIJVINGWAT BETEKENT DIT VOOR JOU ALS BELEGGER/INVESTEERDER
Financial riskRisico dat je je geld kwijtraakt omdat het aandeel waarde verliest (ruimer beleggingsobject), maar ook door faillissement van het bedrijf waarin je hebt belegd.  Dit risico betekent dat je “huiswerk” moet doen voordat je belegt, door onderzoek te doen naar de financiële positie en performance van het bedrijf waarin je wilt investeren. Het komt neer op “fundamental (and technical analysis)”, waarop ik in een latere blog in zal gaan. Het komt wel op het volgende neer: als het bedrijf waarin je wilt investeren financieel gezond is en winst maakt, dan is de kans groter dat jij ook met je belegging rendement maakt.  
Interest rate riskRente beïnvloedt de financiële markten en daarmee hoe en waar geld naartoe vloeit.Historisch gezien heeft rente voornamelijk een inverse relatie met de aandelenmarkt. Stijgende rentevoeten hebben vaak als gevolg dalende aandelenprijzen. Een stijgende rente, maakt lenen ook duurder, waardoor de winstgevendheid van bedrijven (die leningen nodig hebben) daalt. Wanneer de winstgevendheid daalt, daalt ook de aantrekkelijkheid van het bedrijf en daarmee ook de prijs van het aandeel. Maar ook de consument wordt aangetast, omdat lenen voor hem ook duurder is geworden en mogelijk leidt dat tot een aangepast koopgedrag, welke weer als gevolg kan hebben dat minder producten worden gekocht. Daarmee daalt ook de winstgevendheid van bedrijven. De besluitvorming van de belegger, kan bij stijgende rente (wat in deze periode gaande is) zijn: 1) Verkoop van aandelen in interest-gevoelige bedrijven (meestal kapitaalintensieve bedrijven) en 2) Een verschuiving naar obligaties en rente-afhankelijke beleggingen.  
Market riskHet gaat hierbij om de markt als geheel. Hiermee doelen we op de miljoenen mensen die dagelijks besluiten nemen om “assets” te kopen of te verkopen. Het komt neer op krachten geassocieerd met vraag en aanbod.  Vraag en aanbod zijn te volgen met o.a. indicatoren. Als de massa wilt kopen, stijgt de vraag en daardoor de prijs. Als de massa wilt verkopen, stijgt het aanbod en daardoor daalt de prijs. Vraag en aanbod is de essentie van market risk. Begrip van market risk is van belang voor de keuze van “assets” waarin je wilt beleggen of speculeren.
Inflation riskInflatie is de algemene stijging van prijzen en daling van koopkracht van geld.  Voor de consument betekent inflatie dat de koopkracht daalt. Zeker nu ook relevant. Voor de belegger betekent inflatie dat de waardestijging van de belegging niet genoeg is ten opzichte van de inflatie-%. Als je belegging dit jaar 5% oplevert, maar inflatie is 6%, dan verlies je feitelijk geldwaarde. Maar het is beter die 1% te verliezen, dan de volle 6% omdat je niet hebt belegt.  
Political riskPolitiek kan zeer van invloed zijn op bedrijven, ook in negatieve zin. Een nieuwe reguleringswet, kan voldoende zijn om een bedrijf de verliezen in te jagen. De vraag is dan met name, hoe overheidsbeleid de marktwaarde en huidige en toekomstige mogelijkheden van je gekozen investering kunnen beïnvloeden.  Als je aandelen bezit die onder invloed staan van politiek risico, moet je daarvan bewust zijn. Dat verklaart ook voor een deel de politieke lobby van sommige sectoren. Zie bijvoorbeeld regulering: de farmaceutische sector (merkmedicijnen), de wapenindustrie (NRA in de VS), Energiesector (olie, solar, wind). Of dichter bij huis, de politieke ontwikkelingen in Venezuela van de afgelopen 25 jaar en daarna de Amerikaanse boycot. Slechts 1 besluit van de politiek kan meer winst of verlies betekenen.
Personal riskDit is een ander type risico en heeft meer te maken met je persoonlijke omstandigheden.  Dit risico wordt vaak onderschat, en is wat mij betreft één van de belangrijkste om rekening mee te houden.Dit risico is direct gerelateerd aan je vermogen om een tegenslag te incasseren. Stel je voor dat je plotseling geconfronteerd wordt door een tegenslag (ontslag of weggevlogen dak vanwege een orkaan, of auto-ongeluk, etc.) met hoge onvoorziene kosten. Dan is het niet de bedoeling dat je je beleggingsportefeuille daarvoor moet verkopen om cash te genereren. Dit risico is ook de primaire reden waarom je een “buffer” of noodfonds moet hebben (zie eerdere blog).  
Emotional riskLogica en discipline zijn onmisbaar bij succesvol investeren, echter emotie kan overnemen en leiden tot domme financiële besluiten. Onderschat dit risico niet. Het is reëel, en zeker als je dagenlang zit aan te kijken tegen dalende marktprijzen.Je moet je eigen emotie (en die in je directe omgeving) begrijpen en beheersen. Blijf eraan herinneren waarom je bepaalde weloverwogen keuzes hebt gemaakt, en dat de markt “levendig beweegt”. Begrijp dat anderen die kopen en verkopen ook meegesleurd kunnen worden door emotie. Er kan sprake zijn van Fear en Greed in de markt, met gevolgen voor vraag en aanbod en dus de prijs. Crypto is een goed voorbeeld hiervan in 2021 en 2022.  Er kan ook sprake zijn dat je “te betrokken” bent geraakt aan een asset, bijvoorbeeld aandelen van Apple in mijn geval. Je gelooft er heilig in.  
Risico tabel

Er zijn natuurlijk meerdere risico’s te noemen, zoals het koersrisico, bijvoorbeeld het beleggen in Eurolanden, terwijl “onze valuta” de gulden is. Als de Euro stijgt, is de gulden minder waard, en kun je minder in euro-luidende aandelen kopen. Andersom, als de eurokoers, bij het uitkeringsmoment daalt, ontvang je minder.

Een ander risico is het belastingrisico: als belasting wordt geheven op je inkomen (dividend, interest, huur) of vermogen (koersstijgingen). Alhoewel de belasting een feit is (en eigenlijk dan ook geen risico is), bepaalt het wel wat je overhoudt aan geld. Maar het belastingregime kan wijzigen en dat is een risico. De laatste jaren is daarvan sprake op Curaçao. Een wijziging in het belastingregime kan van invloed zijn op je vermogensopbouwplannen, op hoe je belegt en waarin je belegt.

AFWEGEN EN KIEZEN

Risicobeheersing kan makkelijker zijn dan je denkt (tenminste het deel dat bij logica en discipline hoort). Het komt neer op “inlezen”, kennis vergaren zowel in beleggen, als waarin je wilt beleggen en hoe. Bedrijven hebben de druk om te innoveren, te groeien, en te zorgen voor toegevoegde waarde voor haar aandeelhouders. Die groei zie je ook in indexen zoals Dow Jones Industrial Average, de NASDAQ en S&P500. Nu nog even wat aandacht voor “tools”.

Ik gebruik zelf sites zoals Yahoo Finance, MarketWatch en Tradingview om meer achtergrond te krijgen in beleggingsobjecten. Wat je ook in het begin kan doen, is gebruik maken van een simulator (www.investopedia.com/simulator) en spelenderwijs investeren zonder risico te lopen. Voorts, voordat je investeert, zorg ervoor dat je “noodfonds” er is, je schulden beheersbaar zijn, je baan redelijk zeker is en je sociale voorzieningen aanwezig zijn (ziektekosten, pensioen, etc.). Wat betreft je beleggingen, zorg ervoor dat je gespreid investeert in meerdere “assets” en meerdere “industrieën” (diversificatie). Indexfunds[i] zijn goed hiervoor. Hou je zelf aan regeltjes zoals niet meer dan 5% beleggen in 1 asset, beleg in 5 tot 10 verschillende industrieën, etc.  En als laatste blijf steeds je risico afwegen met je rendement.

DISCLAIMER: Deze blogs zijn bedoeld voor en alleen om te worden gebruikt voor referentiedoeleinden. Dergelijke informatie die hier wordt verstrekt, vormt geen advies of een aanbeveling dat een beleggings- of handelsstrategie geschikt is voor een specifieke persoon. Gebruikers van deze blogs zijn het ermee eens dat ik geen verantwoordelijkheid neem voor uw investeringsbeslissingen.Vraag professioneel advies voordat u handelt.



[i] Bèta is een manier om de volatiliteit van een beleggingsobject te meten in vergelijking met de algehele volatiliteit van de markt. De markt als geheel heeft een bèta van 1. Beleggingsobjecten met een waarde groter dan 1 zijn volatieler dan de markt (wat betekent dat ze over het algemeen meer stijgen als de markt stijgt, en meer dalen als de markt daalt).

[i] Een indexfonds is een type beleggingsfonds of exchange-traded fund (ETF) met een portefeuille die is samengesteld om de componenten van een financiële marktindex te evenaren of te volgen, zoals de Standard & Poor’s 500 Index (S&P 500). Van een indexfonds wordt gezegd dat het een brede marktblootstelling, lage bedrijfskosten en een lage portefeuilleomloop biedt. Deze fondsen volgen hun referentie-index, ongeacht de toestand van de markten. Indexfondsen worden over het algemeen beschouwd als goede beleggingen met pensioenoogmerk.

STAGFLATIE

In de vorige blog is stilgestaan bij inflatie en de twee algemene vormen waarin inflatie zich voordoet. Er is ook een bijzondere vorm van inflatie, genaamd stagflatie. Dit is een zeer lastige vorm, omdat het een optelsom is van diverse negatieve economische ontwikkelingen, die gezamenlijk, lastig te bestrijden zijn. Stagflatie is ook helaas een reële mogelijkheid voor de overgang van het jaar 2022 naar 2023. Reden genoeg om ook bij stagflatie stil te staan.

STAGFLATIE

Stagflatie is een bijzondere vorm van inflatie. Het komt van de combinatie van de woorden “stagnatie” en “inflatie”. Stagflatie gebeurt wanneer de economische groei stagneert of wordt afgeremd (en zelfs negatief wordt), terwijl er ook sprake is van stijgende prijzen (inflatie) en hoge werkloosheid. Economisch, maar ook sociaal gezien is stagflatie zeer slecht, want de economie gaat niet of nauwelijks vooruit (en jij dus ook niet). De prijzen stijgen en je koopkracht daalt, daar bovenop ook nog. En om het erger te maken, de werkloosheid stijgt en de bijdrage aan de economie daalt verder. Ingrijpen met maatregelen om de inflatie te beteugelen, heeft vaak ook als effect dat de economie wordt afgeremd. Dat is extra vervelend als de economie al gestagneerd is.

OORZAKEN

Hoofdoorzaken voor stagflatie zijn meestal: verstoringen aan de aanbodzijde van goederen/diensten en een te agressief fiscaal en monetair beleid. Genoemde oorzaken zijn vandaag de dag, beiden van toepassing in de omstandigheden van de COVID-pandemie en de Oekraïne-oorlog.

De pandemie heeft gezorgd voor meer werkloosheid (door faillissementen en ontslagen), minder productie (door tekorten aan grondstoffen en goederen), maar ook minder dienstenaanbod. Tijdens de pandemie hebben vele overheden geld gepompt[i] in de economie (door monetair beleid en de NOW-regeling) en belastingvoordelen aangeboden (fiscaal beleid). Dit heeft geleid tot een zeer liquide markt en een gestegen vraag naar goederen en diensten. Ook de financiële markten hebben hiervan geprofiteerd, waaronder de crypto-markt. Met de Oekraïne-oorlog, wordt daarboven op weer tekorten veroorzaakt aan grondstoffen (w.o. landbouw, olie en gas), met als gevolg wederom stijgende prijzen.

Bron CBS (bewerkt)

Deze groei in vraag deed zich voor, terwijl aan de aanbodkant, tekorten ontstonden, zoals verstoringen in de distributie vanuit China (en andere landen). Recentelijk kwam daarbij ook bovenop de oorlog in Oekraïne (met name de beschikbaarheid van landbouw en veeteelt producten) en tot slot de “Europese energiecrises” (hogere olieprijzen en gas-embargo door Rusland). Deze hogere kosten worden dan ook doorberekend in de prijzen. Curaçao is per saldo een importland met als consequentie dat wij deze inflatie ook zullen importeren, zoals gemanifesteerd in hogere productprijzen, inclusief energie als in hogere transportkosten.

GEVOLGEN

Voor een gemiddeld huishouden betekent inflatie en stagflatie, daling in koopkracht. Terwijl consumptie daardoor minder wordt, tast dat de omzet van bedrijven aan en daarmede hun winsten en groei. Op hun beurt zullen bedrijven hun bedrijfsvoering efficiënter moeten maken en besparingen zoeken, waaronder hun arbeidspool doen inkrimpen, waardoor werkloosheid weer stijgt. En zo blijft de cirkel draaien totdat het doorbroken wordt.

Dit is geen voorspelling, maar de kans is groot dat de wereldeconomie de komende tijd op een stagflatie-situatie afstevent. Diverse signalen daartoe zijn er al en de Federal Reserve van de Verenigde Staten en diverse Centrale Banken, zijn reeds begonnen hun monetair beleid aan te passen. Uiteindelijk komt het neer op het minder liquide maken van de markt en verhogen van de interest. Dit laatste tast dan weer de financiële markten aan.

Uit de berichtgevingen blijkt dat, zowel de Federal Reserve als diverse Centrale Banken, zich bewust zijn, dat een balans gezocht moet worden in maatregelen om de economie niet te laten stagneren. Zo is de Federal Reserve in de Verenigde Staten al begonnen met het maandelijks doorvoeren van renteverhogingen (interest-hike’s) en het indammen van het geld-aanbod. Met beide maatregelen wordt getracht de markt minder liquide te maken.

Beide maatregelen hebben echter meer te doen met de vraagzijde (demand-pull inflation), dan met de aanbodzijde (cost push inflation).

Restrictief Monetair Beleid is een manier om de inflatie een halt toe te roepen, omdat het lenen “duurder” maakt en de vraag “drukt”. De consument zal elke gulden drie keer omdraaien, alvorens deze uit te geven. De vraag zal daardoor dalen en daarmee ook een economische aandrijver.

Echter, een deel van de “inflatie-oorzaken” zoals al beschreven, is buiten de directe grip van de Centrale Banken, en zijn namelijk aanbod-gerelateerd (cost push inflation). Een verbetering van de aanbodzijde (productieverhoging) is noodzakelijk. De vraag is dan ook hoe lang de “oorlogs-verstoring” en de “pandemie-verstoring” zullen voortduren.

Overigens met de monetaire restricties (hogere rente en minder liquide markt), kan ook “opkrikken” van de productie tegengewerkt worden. Voor kapitaalintensieve bedrijven, wordt lenen immers ook duurder. Omdat verhoging van verkoopprijzen niet altijd kan, kan het zoeken naar besparingen om de bedrijfsvoering niet te duurder te maken, dan ook als consequentie hebben dat werkloosheid toeneemt. Een mogelijk vicieuze cirkel dus.

WAT KUNNEN WIJ DOEN?

Dit is de hamvraag. Wij op Curaçao, importeren inflatie per saldo en daar kunnen we op korte termijn niet veel aan doen. Natuurlijk zijn er ook lokale inflatieveroorzakers, maar onze inflatie is internationaal veroorzaakt (en geïmporteerd). Voor een groot deel is de geïmporteerde inflatie “cost-push inflation”. Het was handig geweest als we op Curaçao zelf voor een deel in onze behoeften konden voorzien, met eigen productie, maar dat is helaas niet voldoende. Dit is een mogelijk beleidsrichting welke nog naar de toekomst toe kan worden gestimuleerd. Neem de inflatie-historie als uitgangspunt en zet op een rij wat overwegend de oorzaken van inflatie zijn geweest. Al snel kom je uit op energie- (olie-) en voedselproducten.

Bron: CBS (bewerkt)

Onze Curaçaose economie (pre-pandemie) groeit al jaren negatief, mede veroorzaakt door het vertrek van de raffinaderij, de krimpende offshore sector en weinig tot geen beleidsruimte bij de overheid. Dit om een paar te noemen. Curaçao heeft al jaren last van een stagnerende economie, en voldoet daarmee al aan één van de elementen voor stagflatie. Het vervelende is dat de lokale financiële markt ook al jaren liquide is, omdat het investeringsklimaat onvoldoende ontwikkeld is. De werkloosheid op Curaçao vertoont al jaren ook een stijgende lijn, met een piek in de pandemie. Dat is element twee. Hoge inflatie komt daar nu bij kijken en dat is element drie.

Bron: CBS (bewerkt)

Het stimuleren van bestedingen (overheid en particuliere sector investeringen), is noodzakelijk voor het weer opstarten van de economie en verbeteren van de werkgelegenheid. Echter, met de extra bestedingen (lees: meer import, omdat we per saldo een importland zijn), lopen we weer risico, meer inflatie te importeren. Mogelijk zit de oplossing voor de bestedingen, in het verlagen van de “cost of doing business” om op die manier bedrijvigheid in de particuliere sector te stimuleren.  Om onze importafhankelijkheid te verlagen, kunnen we een meer geselecteerde autarkische strategie volgen (importvervanging), natuurlijk wel rekening houdende met de voordelen welke handel biedt.

Een lastig parket dus. De truc met ingrijpen in “cost push inflation” is om te realiseren dat het geen “demand pull inflation” is en vice versa. Het beleidsaanpak voor elke verschijningsvorm is anders en een verkeerd beleid zal meer problemen met zich meebrengen dan oplossen.

Think & Relax (foto: D.G. van der Veen)

Bemoei je actief met economisch beleid, maak bewuste keuzes, want je draagt gewild of ongewild de lusten en de lasten.

Ik herhaal: Het zou wie dan ook die op die beleidsstoel zit, sieren om kundig om te gaan met economisch leidinggeven, het heeft namelijk consequenties”. Economie raakt alles.


[i] Tijdens de pandemie hebben vele centrale banken “schulden opgekocht” en dus de overheden voorzien van meer liquiditeit. Met dat geld hebben overheden geld gepompt in de economie ter compensatie van de economische klap van de pandemie. De combinatie van minder goederen-aanbod (sluiting fabriek en kantoren) en extra geld “op straat” hebben een inflatoire werking gehad, waar we nu geconfronteerd mee worden.

“GOALSETTING” BIJ HET INVESTEREN

Net als in het leven, hebben we voor investeren ook een doelstelling te formuleren. Het leven heeft pas zin met een doel, en dat geldt ook voor investeren van geld. Een doelstelling is een gewenste situatie welke we willen bereiken en behouden. Een doel geeft ons focus, een richting voor actie en besluitvorming. Met een doel kunnen we ook voortgang meten en gemotiveed blijven. Investeer bewust met het “einde in zicht”, weet wat je wilt bereiken, wanneer en hoe. Deze blog doet een aanzet tot nadenken hierover.

In de vorige twee blogs over investeren hebben we stil gestaan bij inzicht verkrijgen in je financiële positie/ vermogen en in je inkomsten- en bestedingsgedrag. Met deze heldere inzichten ben je al ver genoeg om je financiële huishouden te verbeteren. Verreweg de meeste mensen nemen deze moeite niet, maar je kan je eigen financiële positie verbeteren door alleen maar bewuster om te gaan met je financiën.

Het doel van deze blogs is om ruimte te creëren in je financiën om te gaan beleggen. Zodra je weet dat je ruimte hebt om te beleggen, is een belangrijke vraag “Wat wil je bereiken met beleggen?”. Wat is je doel of zijn je doelen?  De vraag is bepalend voor wat je precies gaat doen. Overigens ga ik steeds uit dat het gaat om de lange termijn en niet om de korte termijn. Ik zal ook daarbij stil staan.

Benaderingswijzen om te beginnen met beleggen en investeren zijn legio, maar enkele basisvragen komen steeds terug. Deze zijn:

  • Waarom wil je beleggen/investeren (Doel)?
  • Welke termijn heb je voor ogen (Looptijd/Termijn)?
  • Wat is jouw stijl (Risicoprofiel)?

Deze vragen zijn belangrijk, want uiteindelijk moet je wel een strategie formuleren voor beleggen en investeren. Je strategie om een additioneel pensioen op te bouwen is een andere dan een wagen of een huis te kopen.

DOELEN EN TERMIJNEN

Het beleggen zelf is een middel om een doel te bereiken. Definieer eerst je doel en dat kan van alles zijn. Je algemeen doel kan zijn “groei” of “inkomen”. “Groei” als doel heeft te maken met verwachte koerstijgingen over de jaren heen. Als je naar de aandelenmarket kijkt over een lange periode, zal je zien dat de trend overwegend positief is wat betreft toename in aandelen waarde. Je hebt aandelen gekocht tegen 10 dollar per aandeel en na 10 jaar zijn ze 80 dollar per aandeel waard. In bijgaande grafiek kan je de “groei” zien in de afgelopen 40 jaar van de Amerikaanse financiële markt (Amerikaanse indexen DJIA, S&P500 en NASDAQ).

De Dow Jones Industrial Average (DJIA), is een gewogen beursindex van 30 vooraanstaande bedrijven die genoteerd zijn aan beurzen in de Verenigde Staten. Hoewel de DJIA één van de oudste en meest gevolgde aandelenindices is, beschouwen veel professionals de DJIA als een niet representatieve weergave van de totale Amerikaanse aandelenmarkt in vergelijking met bredere marktindices zoals de S&P 500 of Russell 2000 Index. De S&P500 en de NASDAQ zijn in de grafiek toegevoegd.

In de grafiek is de procentuele stijging van de DJIA, S&P500 en NASDAQ weergegeven sinds 1980. Hierin valt te zien dat de “indexen” (de amerikaanse financiele markt vertegenwoordigend) voornamelijk een stijgende trend hebben gehad sinds 1980. Bron Yahoo Finance

Inkomen” als doel heeft te maken met het genieten van jaarlijkse (stabiele) dividenden. Hierbij is het o.a. van belang om te letten op de “yield”. “Yield” is het rendement op het geinvesteerd vermogen. Heb je 100 doller gekocht aan een aandeel en je dividend is 2 dollar, dan is je yield 2%. “Yield” is een belangrijke manier om rendementen van verschillende beleggingsinstrumenten met elkaar te vergelijken en dan met name voor achtereenvolgende jaren. In onderstaande tabel wordt de “yield” weergegeven door kpi “Forward dividend & yield” van 2.20 (2.40%), maar feitelijk ook door de EPS (earnings per share) van 2.79. Het is wel van belang on deze waarden voor enkele jaren naast elkaar te zetten om de “consistentie van yield” na te gaan.

In de tabel zijn diverse statistieken weergegeven waaronder de “yield” van de aandeel RTX. De “yield” is 2.4%, dat betekent dat de aandeel 2.4% van de nominale waarde van de aandeel uitkeert in dat jaar. Als “inkomen” je doelstelling is, dan is het van belang dat de “yield” consequent acceptabel blijft over de jaren heen. Bron Yahoo Finance

Ondanks je gekozen doel, is “Termijn” ook een considerans, alhoewel deze wel nauw verbonden is met jet doel. Gaat het om de lange termijn (t > 5 jaar), middellange termijn (2 jaar > t > 5 jaar) of korte termijn (t < 2 jaar). De termijn in kwestie kan bepalen waarin je belegt.

Beleggen in aandelen past beter bij lange termijn doelen zoals pensionering, studiefinanciering kinderen, etc. Op de korte termijn, enkele uitzonderingen daargelaten, zijn aandelen vanwege hun volatiliteit minder geschikt als beleggingsobject, omdat de waarde constant fluctueert, soms plotseling en significant.

Je beleggingstermijn is idealiter afgestemd op je beleggingsdoel. Je moet ook stil staan bij je risico-voorkeur of risico-profiel.

JE INVESTING-STYLE / RISICOPROFIEL Ook je risk-appitite (hoeveel risico je bereid bent te lopen), is bepalend voor de strategie die je wilt volgen om je doelen te bereiken. Ben je conservatief of agressief (of een combinatie)? Conservatief (of risico-avers) betekent dat je cash stopt in zaken met een “goede track-record” en zichzelf al bewezen hebben. Belangrijke kwaliteiten om mee te nemen in keuze van beleggingsopjecten zijn dan: bewezen consistente winstgevendheid, hoge marktkapitalisatiewaarde[i], bewezen marktleider en weerbaarheid (stevig in de schoenen). Beleggen in bijvoorbeeld “Blue Chips” (zie verder) en ondernemingen die handelen in “levensbehoeften” zoals voedsel, drank (doelend op water, melk, etc), energie, etc. horen tot deze groep. Veelal speelt het ontvangen van een periodiek dividend een belangrijkere rol dan koersfluctuaties.

De aggressieve belegger (risico-nemer) daarintegen, zoekt naar beleggingsobjecten die de potentie hebben om zich af te zonderen van de rest (in positieve zin). Je zoekt naar kenmerken zoals: potentieel (nog niet bewezen, maar wel grote verwachtingen), innovatie, grote kans op koers-stijgingen (volatiliteit). Crypto-assets vallen zeker in deze laatste categorie. Bij “start-ups” met een innovatief karakter, loop je meer risico, maar de kans op significante koersstijgingen is ook groter. Dividend speelt hierbij een minder belangrijke rol.

Niet elke belegging is hetzelfde. Bij aandelen heb je bijvoorbeeld de “blue chips” (conservatief beleggen in aandelen met hoge marktkapitalisatiewaarde: lees grote bedrijven). Deze zijn handiger voor de middenlange en lange termijn, met relatief minder risico (dan de kleinere bedrijven). Met aandelen in de Tech-industrie kun je op korte termijn meer rendement halen, echter je loopt ook meer risico dat het ook niet lukt. Beleggen in crypto-assets kan ook zeer hoge rendementen opleveren, maar de volatiliteit van crypto is ook dusdanig dat je binnen de kortste keren 70% van je belegde waarde kwijt kunt raken.

Overigens, alhoewel geen “heilige regel”, zijn bedrijven die frequent dividend declareren, veelal stabieler in aandelenkoers (en hebben meestal ook een hoge marktkapitalisatiewaarde).

INVESTING or TRADING

Het is ook handig om stil te staan bij het verschil tussen “Investing” en “Trading”. Investeren en/of beleggen doe je voor de lange termijn en ben je niet zo geïnteresseerd in hetgeen dag op dag gebeurt. Je doel is dan met name cash omzetten in financiële activa (maar ook onroerend goed) om in de toekomst koerswinst te halen of inkomen (dividend, rente, huur) te genereren of beiden. Je kiest duidelijk voor de lange termijn.

Het “voorwerk of huiswerk” is hierbij vrij uitgebreid en je analyseert diverse aspecten van hetgeen waarin je wilt investeren. Naast strategie en uitvoeringsplannen van de onderneming waarin je belegt, zou je met een 10-jaar interval kunnen kijken naar diverse “performance indicatoren” en statistieken die een indruk geven van de historie van de onderneming. De meeste “finance-websites” geven een standaard opsomming van belangrijke statistieken. Ik gebruik zelf met name “Yahoo-Finance” en “trading view”.

O.b.v. de reeds genoemde ratio’s kun je een beeld vormen van de “performance en potentie” van datgene waarin je geld wilt stoppen.  Sterke historische indicatoren zijn nog steeds geen garantie voor de toekomst, maar wel een goede indicatie. Eenmaal je een goed beeld hebt, maak je koop en wacht af. In de tussentijd geniet je van de dividenden (als het aandelen betreft).

Trading” is anders. Dit is meer korte termijn en heeft ook een meer een speculatief-aspect. Dagelijks aandacht is nodig en speculatie is aan de orde van de dag. Het gaat meer om constant laag inkopen en hoog verkopen om op de korte termijn een winstje te pakken. Je kunt ook gebruik maken van derivaten. Ook hier moet je enige huiswerk doen voor je koopt of verkoopt. Vooral in de crypto kan je significante winsten maken als je een ervaren trader bent. Voor de volledigheid kan je naast beleggen of traden, natuurlijk ook sparen. Maar dat brengt weinig op. Los van je “noodfonds” (zie eerdere blog), heeft sparen om vermogen  te bouwen, alleen maar vanwege inflatie, niet veel zin.

In de vorige blogs heb ik handreikingen gegeven om in kaart te brengen “wat je kunt” (financiële ruimte). Deze blog moet je een idee geven “wat je wilt”. Daarbij neemt je risico-houding een belangrijke plek in. In mijn volgende “investing-blog” zal ik verder ingaan op risico-inschatting, welke een onderdeel is van je huiswerk alvorens je belegt.

Relax & Think. Foto D.G. van der Veen

DISCLAIMER

Deze blogs zijn bedoeld voor en alleen om te worden gebruikt voor referentiedoeleinden. Dergelijke informatie die hier wordt verstrekt, vormt geen advies of een aanbeveling dat een beleggings- of handelsstrategie geschikt is voor een specifieke persoon. Gebruikers van deze blogs zijn het ermee eens dat ik geen verantwoordelijkheid neem voor uw investeringsbeslissingen.Vraag professioneel advies voordat u handelt.


[i] Marktkapitalisatiewaarde heeft betrekking op de omvang van het bedrijf. De veronderstelling is dat grote bedrijven (dus hoge marktkapitalisatiewaarde) meestal ook “veiligere” beleggingsobjecten zijn. De “algemene regel” is, hoe hoger de marktkapitalisatiewaarde, hoe lager de volatiliteit. Deze algemene regel is echter niet in ijzer gegoten. De makkelijke manier van berekening van de marktkapitalisatiewaarde is “aantal aandelen * koers”.

INFLATIE

Alles heeft een waarde, een prijs. En die prijs hoeft niet constant te blijven. Het kan stijgen en het kan dalen. Vanwege de Covid-pandemie, en nu vanwege de Ukraine crisis ervaren we prijsstijgingen, mede veroorzaakt door schaarser worden van productiefactoren. Producten worden duurder en onze koopkracht daalt als gevolg. Als je leeft van een vast inkomen (de meesten van ons) is er alleen zoveel maneuvreer-ruimte mogelijk in je budget, voordat je beseft dat de hogere prijzen je financiële ruimte wegvreten.

Een ander woord voor die hogere prijzen is inflatie. Inflatie is een “concept”, als ik dat zo mag noemen, welke we moeten begrijpen, willen we de werking van een economie beter vatten. Prijs is “een balancerend mechanisme” in een economie en reflecteert ook de schaarste van producten en diensten. In een later stadium zal ik stil staan bij de totstandkoming van prijzen, zodra vraag en aanbod elkaar vinden.

Ontwikkeling Inflatie Curacao 2018 – 2021 (Bron: CBS-Curacao)

INFLATIE

Inflatie wordt gedefinieerd als de algemene stijging in prijzen (of daling in koopkracht van geld). Inflatie is de mate van stijging van het gemiddelde prijsniveau in de economie. Er zijn meerdere meet-manieren, maar meting van niveau van inflatie gebeurt meestal via de consumenten prijsindexcijfer (CPI). Inflatie raakt iedereen in de economie. Overheid, ondernemingen en huishoudens zijn allen overgeleverd aan de invloed van inflatie. Vanuit de waarde van je nationale munt bekeken, houdt inflatie in, het verlies van waarde van de munt.

Naar mijn “investing-serie”-blogs toe, is inflatie één van de redenen om zo min mogelijk cash aan te houden en om cash te investeren in activa die een hoger rendement hebben dan de inflatievoet. Mijn algemeen uitgangspunt is dat “cash is trash”, mede vanwege de devaluerende werking van inflatie. Je kunt cash beter beleggen met rendement, dan heb je tenminste een compensatie van de inflatie.

OORZAKEN INFLATIE

Inflatie wordt veroorzaakt wanneer prijzen stijgen als gevolg van stijgingen van productiekosten zoals grondstoffen en lonen. Productiefactoren worden duurder. Een sterke stijging van de vraag naar producten en diensten kan ook inflatie veroorzaken, doordat consumenten bereid zijn meer te betalen voor een product (de vraag stijgt in relatie tot de schaarste).

De eerste noemen we “cost-push inflation” en de tweede noemen we “demand-pull inflation”. Inflatie wordt voorts ook in stand gehouden doordat er veel geld in omloop is en gespendeerd wordt. Inflatie kan zich ook voordoen als hyperinflatie, indien niet tijdig wordt ingegrepen. Dit laatste heeft zich feitelijk voorgedaan bij onze buren, Venezuela, in het afgelopen 20 jaar. In de jaren ’70 hebben we ook een periode gekend van veel inflatie (OPEC-crisis, Vietnamoorlog en slecht monetair beleid).

Economen en beleidsmakers hebben idealiter aandacht voor inflatie. Immers, het is van invloed op de economie en de koopkracht. En wat burgers, stemgerechtigden, in hun portemonnee raakt, onthouden ze. Om inflatie te beteugelen zijn ook specifieke maatregelen/ingrepen noodzakelijk in de economie. De Centrale Bank kan bijvoorbeeld interest verhogen en daarmee krediet (lenen) duurder maken. De gedachte is dat daarmee minder geld beschikbaar zal zijn voor consumptie en de vraag hierdoor zal afnemen. Het kan echter ook als gevolg hebben dat de economie kracht verliest. Het is dus ook voor de Centrale Bank een lastige balanceer-actie. Te hard ingrijpen door de Centrale Bank kan ook de economische groei afremmen.

CONSUMENTEN PRIJS INDEX CIJFER

De ontwikkeling van consumentenprijzen (CPI) is voor de inflatie een belangrijke indicator. De gemiddelde prijsontwikkeling wordt berekend met een prijsindex. De CPI geeft de prijsontwikkeling weer van goederen en diensten die huishoudens aanschaffen voor consumptie. De CPI meet de gemiddelde prijs voor voedsel, kleding, huisvesting, energie, vervoer en nog een paar andere zaken voor een “gemiddelde consument”.

Om de CPI te begrijpen, moet je je voorstellen dat je en boodschappenlijst krijgt van een aantal duizenden producten met als opdracht om de prijzen te noteren op een gegeven moment en die, bij elkaar op te tellen. Op een later tijdstip, bijvoorbeeld een jaar later, doe je dezelfde exercitie en tel je weer de prijzen bij elkaar op. De stijging van de prijs tussen die twee peil-momenten is inflatie.

De CPI wordt maandelijks berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek. Dat betekent dat we maandelijks inzicht hebben in de prijzenontwikkeling. Er zijn meerdere meetmethodes voor inflatie, maar de CPI is de meest gangbare.

En zo ziet de “inflatie” eruit voor het jaar 2021 voor Curacao. Duidelijk is dat het leven met bijna 4% duurder is geworden in 1 jaar tijd. Per heden zijn de inflatiecijfers voor 2022 nog niet gepubliceerd, maar de verwachting is wel dat de trend zich (versneld) doorzet (effect Oorlog Oekraine).

SOORTEN INFLATIE

Zoals boven vermeld, zijn er in principe 2 inflatie-soorten. “Demand-pull inflation” en “Cost-push inflation”. Het begrip van welke type zich op enig moment voordoet is relevant voor beleidsmakers om met de juiste maatregelen in te grijpen. De ene type sluit de andere overigens ook niet uit, ze kunnen zich gezamenlijk voordoen. Waarom ingrijpen?  Inflatie tast de koopkracht aan, oftewel hoeveel van een bepaald product/dienst met een valuta gekocht kan worden.

Omdat inflatie de waarde van cash aantast, moedigt het consumenten aan om geld te besteden aan zaken die langzamer in waarde dalen, zoals real-estate, effecten etc. Als er niet wordt ingegrepen, bestaat ook de kans op een “loon-prijsspiraal” (continue doorrekenen van hogere kosten in de prijs) en in het ergste geval, hyperinflatie.

DEMAND-PULL INFLATION

Demand-pull inflation gebeurt als de consumptie (het kopen) van goederen en diensten, de prijzen opdrijft. De vraag is dan groter dan het aanbod. Demand-pull inflation wordt mede gevoed door inkomen. Dat betekent dat remmings-maatregelen over het algemeen zullen bestaan uit het limiteren van inkomens of aansporen van sparen of beleggen (en niet consumeren).

Lage belastingen, maar ook hoge overheidsuitgaven (lees hoge vraag) stimuleren demand-pull inflation. Bij een hoge geld-aanbod (M1) of anders gezegd bij een over liquide markt, is veel geld in circulatie hetgeen consumptief gedrag stimuleert. De Centrale Bank zal in een dergelijk geval het geld-aanbod moeten beperken door bijvoorbeeld lenen duurder en sparen aantrekkelijker te maken.

COST-PUSH INFLATION

Cost-push inflation gebeurt als de prijzen van productiefactoren stijgen. Bedrijven hebben grondstoffen (land), werknemers (arbeid), energie (land) en geld (kapitaal) nodig om te produceren. Als de prijzen van die “inputs” stijgen, dan stijgt ook de kostprijs van het gereed product (output) en wordt een deel van de winst weg geknabbeld (als het bedrijf de verkoopprijzen niet verhoogt). Als de input-prijzen fors stijgen, hebben bedrijven geen keus om ook de verkoopprijzen te verhogen. En zo ontstaat cost-push inflation. De stijging in prijzen doet het reële bruto nationaal product dalen en veroorzaakt ook werkloosheid. Bedrijven zoeken besparingsmogelijkheden door te reorganiseren, te automatiseren en goedkoper te kunnen produceren, waaronder aflvloeien van werknemers.

Prijs ontwikkeling enkele “Commodities” (Bron: Yahoo Finance)

Een voorbeeld van Cost-push inflation vinden we in bovenstaand tabel, waar meteen het effect te zien is van o.a. de Oekraine oorlog (Oekraine is een grote landbouw producent van diverse voedsel producten). Met de oorlog wordt beschikbaarheid van deze producten aangetast (in het oorloggebied) en wordt schaarste, en dus de prijs, getriggerd”.

EN WAT KUNNEN WIJ DOEN?

Verlaging van de accijnzen op brandstoffen is een sympathieke maatregel, maar hij is niet structureel van aard en zal ook alleen maar voor tijdelijke koopkracht-ondersteuning zorgen. Er zal meer moeten gebeuren.

Curaçao is per saldo een netto import-land, dat betekent dat wij dan ook inflatie importeren. “Not much we can do about that in the short term”, maar we zouden voor sommige zaken over kunnen gaan tot eigen productie, zoals stimuleren van landbouw, veeteelt en visserij. Het neemt niet weg dat diverse hulpproducten (mest, chemicaliën, machines, etc.) nog steeds geïmporteerd moeten worden. Als die eigen productie ook kan leiden tot export, des te beter. Werkgelegenheid wordt in ieder geval wel meer gestimuleerd.

Een ander actiepunt zou kunnen zijn, om de economie minder afhankelijk te maken van olie (vaak ook een belangrijke bron van inflatie). De overheid zou meer “green energy” kunnen stimuleren.

De Centrale Bank kan ook gericht monetair beleid toepassen door, hetzij de interest te verhogen waardoor lenen duurder en sparen aantrekkelijker wordt, met als gevolg dat dus minder wordt geconsumeerd. Echter wel met de kanttekening dat de nek van de economie niet wordt omgedraaid (de economie draait mede op consumptie). Een andere insteek is de economie extra te stimuleren (in ieder geval met een hogere groei dan de inflatievoet). Dit is lastig, want als te streng wordt ingegrepen, kan het juist de situatie erger maken.

Een algemeen actiepunt van de overheid en het bedrijfsleven zou kunnen zijn om de productiviteit te verhogen (verlaging kosten productiefactoren).  Het is dan een goed moment om te innoveren. Dit met als gevolg een hogere economische groei versus inflatie.

Think and Relax (foto D.G. van der Veen)

Bemoei je actief met economisch beleid, maak bewuste keuzes, want je draagt gewild of ongewild de lusten en de lasten.

Ik herhaal: Het zou wie dan ook die op die beleidsstoel zit, sieren om kundig om te gaan met economisch leidinggeven, het heeft namelijk consequenties”. Economie raakt alles.

JE EIGEN FINANCIELE STROMEN IN KAART BRENGEN, OM TE GAAN INVESTEREN

Ongetwijfeld heb je weleens, mogelijk zelfs geregeld, jezelf staan afvragen halverwege de maand wat er is gebeurd met jouw geld. Aanleiding was jouw banksaldo wat te laag leek. Wat is er met jouw geld gebeurd?  Daar gaat deze blog dan over. Uiteraard met de bedoeling uiteindelijk weer te belanden bij het onderwerp “investeren en beleggen”.  Voordat we daar weer terecht komen, moeten we eerst stil staan bij jouw cashflow.

Relax and Think

Cashflow is geld wat binnenkomt (wordt verdiend) en geld wat uitgaat (wordt gespendeerd). Het nettoverschil is idealiter positief en is sterk afhankelijk van jouw cashflowmanagement-vaardigheden. Een structureel positieve netto cashflow, verhoogt jouw nettowaarde en maakt beleggen mogelijk. Een structureel negatieve netto cashflow veroorzaakt alleen maar problemen.

Belangrijk is wederom om planmatig en bewust om te gaan met jouw cashflow, net als met jouw vermogen. En ja, cashflow management is ook Economie.

BEGIN BIJ JEZELF

Net als in mijn vorige blog (https://neetjevanderveen.com/2022/03/16/je-eigen-balans-opmaken-om-te-gaan-beleggen), is het verstandig om weer een balans op te maken. Zet op een rij wat elke maand binnenkomt aan geld en wat uitgaat aan geld. Het verschil tussen de 2 geldstromen is jouw netto cashflow. Verzamel jouw bankstatements, salaris-slips, leningsovereenkomsten, hypotheekaktes, bonnetjes, etc. en maak in MS-Excel de rekensom. Als jouw inkomsten hoger zijn dan jouw uitgaven, hou je geld over en kun je gaan nadenken over “investeren en beleggen”, tenminste als het niet “kiele kiele” is. Als jouw uitgaven hoger zijn dan jouw inkomsten, moet je jouw rode pen pakken en “niet essentiële uitgaven” gaan schrappen (en voor de volledigheid, ook werken aan meer inkomsten genereren).

STAP 1: INKOMSTEN OP EEN RIJ ZETTEN

Stap 1 is het op een rij zetten van jouw inkomsten. Jouw maandelijkse nettoloon staat op de eerste plaats. Mogelijk heb je inkomsten uit bijverdiensten, dividend, interest inkomsten, winsten uit onderneming, enzovoorts. Diverse inkomsten zijn niet maandelijks terugkerend, dus kan het handig zijn om gewoon de 12 maanden naast elkaar op een rij te zetten in MS Excel en de inkomsten afhankelijk van de periode waarop ze betrekking hebben, in de juiste kolom te plaatsen. Jouw vakantie-uitkering krijg je bijvoorbeeld alleen in de maand juni.

Jouw totale inkomsten is wat je beschikbaar hebt om mee te werken. In de onderstaand tabel heb je een geschatte jaarinkomsten van ANG 56,350, maar de maandelijkse verdeling is niet gelijk. Dit is handig om te weten, omdat dit ook kan gelden voor de uitgaven en je uiteindelijk jouw inkomsten en uitgaven moet “matchen” of het verschil van de ene maand naar de andere maand moet overbruggen. Sta ook stil bij de vraag hoe zeker je bent van de inkomsten. Dividend staat bijvoorbeeld niet vast. Denk trouwens ook aan jouw “noodfonds” welke behandeld is in de vorige blog (https://neetjevanderveen.com/2022/03/16/je-eigen-balans-opmaken-om-te-gaan-beleggen).

STAP 2: UITGAVEN OP EEN RIJ ZETTEN

Stap 2 is op een rij zetten van jouw uitgaven. De opzet is exact hetzelfde als bij de inkomsten. Bij uitgaven heb je echter wel meer categorieën. Hier is het ook handig om verder onderscheid te maken in noodzakelijke uitgaven en “niet-noodzakelijke uitgaven” (uitgaven die je kan uitstellen), vaste en variabele uitgaven, “heilige” uitgaven, etc. Dit is strikt persoonlijk en naar eigen inzicht in te richten, maar wel handig om te doen, omdat je mogelijk straks met een rode pen in jouw uitgaven moet gaan schrappen.

Het gaat voorts meer om uitgaven die met een hoge frequentie terugkomen, en niet om het eenmalig kopen van een ijskast of auto. Alhoewel we daar wel rekening mee moeten houden. Overigens worden deze uitgaven ook gereflecteerd in het aflossingscomponent van een lening. Hoe uitgebreider, hoe beter.

Het is handig om zo min mogelijk cash geld te gebruiken, en zoveel mogelijk jouw bankpas te gebruiken. Op jouw bankstatement heb je dan tenminste een goede volledige registratie van jouw bestedingsgedrag. Als cash geld niet te vermijden is, pin dan bijvoorbeeld hooguit 75 gulden per week en niet meer (dan blijft de factor onbekende uitgaven gering).

STAP 3: MAAK JE CASHFLOW STATEMENT EN ANALYSEER JE INKOMSTEN EN JE UITGAVEN

De volgende stap is het maken van een cashflow statement door jouw inkomsten naast jouw uitgaven te zetten en inzichtelijk te maken wat er maandelijks met jouw geld gebeurt. Inzicht in jouw inkomsten en bestedingsgedrag is het belangrijkste wat je haalt uit deze exercitie. Het idee is ook om ernaar toe te werken om jouw inkomsten te verhogen en jouw uitgaven te beheersen of te verlagen.

In bovenstaand overzicht is duidelijk dat in sommige maanden een negatieve netto cashflow ontstaat en dat moet vermeden worden.

STAP 4: BRENG WIJZIGINGEN IN JOUW PATROON AAN

De centrale vraag is: wat kan ik anders doen om mijn inkomsten te verhogen en/of mijn uitgaven te verlagen?  Vraag jezelf af: Heb je geld, direct of snel beschikbaar, opzijgezet voor momenten wanneer je krap bij kas bent, zoals dat in bovenstaand tabel noodzakelijk lijkt?  Welke uitgaven kan ik verlagen door te besparen (goedkoper te kopen), of de koop uit te stellen? Welke uitgaven kan ik schrappen?   Kan ik mijn lening herfinancieren en de aflossing verlagen? Kan ik mijn inkomsten verhogen? Kan ik mijn hobby’s “moneytizen” of kosten mijn hobby’s teveel geld?  Kan ik mijn creditcard aflossingen schrappen, door versneld/in één keer af te lossen? Is er een goedkopere verzekering te regelen? Maak ik gebruik van de maximale aftrek voor belastingen? Heb ik wel al deze abonnementen nodig?

Mogelijk ziet jouw persoonlijke cashflow statement er als volgt uit nadat je klaar bent met “aanpassingen” aanbrengen. Resultaat: meer positieve netto cashflow gedurende het jaar, en mogelijk ruimte om te beleggen.

STAP 5: WAT KAN IK OPZIJ ZETTEN OM TE BELEGGEN?

Ik herhaal: Inzicht in jouw inkomsten en bestedingsgedrag is het belangrijkste wat je haalt uit deze exercitie. Door aanpassingen te maken in jouw gedrag, kan je jouw netto cashflow verbeteren en ruimte creëren om te starten met “investeren en beleggen”. Alléén varen op jouw salaris, zal je niet vermogend maken. Je zult moeten investeren of beleggen.

Voordat je gaat beleggen en investeren, is het van belang dat je weet waar je staat en wat je aankan. De bovenstaande stapsgewijze benadering kan je die inzicht geven en mogelijk zelf aanleiding geven om veranderingen door te voeren. Je kunt het uitgebreid doen of je slechts richten op de hoofdzaken. “Meten is weten” en “Beseffen gaat vóór beleggen”.

Relax and Think (foto: D.G. van der Veen)

DISCLAIMER

Deze blogs zijn bedoeld voor en alleen om te worden gebruikt voor referentiedoeleinden. Dergelijke informatie die hier wordt verstrekt, vormt geen advies of een aanbeveling dat een beleggings- of handelsstrategie geschikt is voor een specifieke persoon. Gebruikers van deze blogs zijn het ermee eens dat ik geen verantwoordelijkheid neem voor uw investeringsbeslissingen. Vraag professioneel advies voordat u handelt.

HUMAN RESOURCE / HUMAN CAPITAL (deel 2 productiefactor “Arbeid”)

Mijn vorige blog ging over “Arbeid” als productiefactor. De bedoeling was om in deze blog aandacht te besteden aan productiefactor “Land”, echter het leek me beter om nog een addendum aan “Arbeid” toe te voegen. In deze blog wil ik er verder tijd aan besteden, daar dit zeker één van de pilaren moet zijn waar Curaçao aan moet bouwen om de economie op te krikken.

Duidelijk is dat de meeste landen die economische groei boeken, ook hebben geïnvesteerd in onderwijs en training van hun productiefactor “Arbeid”. Dit geldt vanaf basisschool tot de universiteit overigens. De relatie tussen onderwijs/training met economische groei is een duidelijke. Immers, dat zie je terug in groei van inkomens (vergoeding voor “Arbeid” is Loon), als onderdeel van het bruto nationaal product. Ook via de census zou je de link tussen inkomen en educatie terug moeten zien. En natuurlijk als je meer weet en kan, kan je ook meer verdienen en bijdragen.

“HUMAN RESOURCE” EN “HUMAN CAPITAL”

Andere, meer gebezigde, woorden voor productiefactor “Arbeid” zijn “Human Resource” en/of “Human Capital”. Het kan denigrerend klinken, maar termen zoals “Human Resource” en “Human Capital”, daar is blijkbaar over nagedacht (in economische termen), want ze benadrukken het economisch belang van de mens. De mens is een “Resource” en de mens is “Capital”, tenminste in de Economische Wetenschap. Je zou bijna kunnen denken dat de mens is gereduceerd tot de economische waarde van zijn/haar kennis, vaardigheid en inzet. “Slaves to the Machine” als het ware, en in zekere mate is dat ook zo in de Economie. Tijdens de industriële revolutie, maar ook in de tijden van de slavenhandel, heeft die interpretatie zeker gronden gekregen.

People in the street on Curacao

Human Capital” betekent echter ook investeren in mensen. Investeren kan van alles zijn, in onderwijs, training, medische zorg, entertainment, “family-day” op het werk, kinderopvang, etc. Als de mens comfortabel is, gezond is, aandacht krijgt, voorzien wordt in zijn “levenslust”, is dat goed voor zijn productiviteit en daarmee dan ook voor waarde-toevoeging aan de economie. De essentie is dat investeren in de mens (w.o. onderwijs), en breder gezien in onszelf, vruchten afwerpt.

JAPAN, ZUID KOREA, VERENIGDE STATEN, NEDERLAND

Direct na de 2de wereldoorlog hebben landen als Japan en Zuid Korea geïnvesteerd in training, onderwijs en technologie met als gevolg dat ze grote sprongen konden maken in welvaart. In de VS was de toelating van “minderheden” (lees verbreding van beroepsbevolking) aan alle scholen ook positief voor maatschappij en economie als geheel. Op de lange termijn wordt integratie geassocieerd met een hoger opleidingsniveau en een hoger beroepsniveau in alle etnische groepen. Tevens wordt dit geassocieerd met betere relaties tussen groepen, een grotere kans om in een geïntegreerde omgeving te leven en te werken, een kleinere kans op betrokkenheid met criminaliteit, en een grotere maatschappelijke betrokkenheid. Allemaal argumenten die bijdragen aan factor “Arbeid”. Hetzelfde argument gaat ook op voor “toelating” van vrouwen aan het onderwijs (Women’s Rights, Title IX, USA 1972) en de arbeidsmarkt[i]. Welvaart begint met investeren in de mens.

In Nederland heeft de introductie van de mammoetwet[ii] eind jaren 60 gezorgd voor een hogere deelname van leerlingen aan het voortgezet onderwijs, waar ook Curaçao voordeel uit heeft getrokken. De hogere deelname aan het onderwijs leidde ook tot een beter opgeleide beroepsbevolking en heeft gezorgd voor een brede middenklasse-basis. Investeren in onderwijs heeft ook hier welvaart verhogend gewerkt.

Uiteindelijk komt het erop neer dat een brede en divers gevormde beroepsbevolking de economie een goede duw zal geven.

Bovenstaand zijn enkele historische voorbeelden hoe landen zijn omgegaan met “Human Capital”, waaronder investeren in onderwijs.

CURACAO

Hoe staat het nu met onze “Human Capital”?  Onderstaand is een tabel (en aangepast overigens), gehaald van de website van het Centraal Bureau voor de Statistiek van Curaçao. Dit tabel bevat data over het hoogst afgerond opleidingsniveau naar leeftijdscategorie op Curaçao.

Opleidingsniveau naar leeftijdscategorie (afkomstig van CBS Curacao)

Op het eerste gezicht lijkt de verdeling redelijk gelijk. Ruim 24% van de respondenten is hoger opgeleid (HBO en hoger), 44% heeft ten hoogste beroepsonderwijs genoten en 12% heeft ten hoogste HAVO/VWO gedaan. Als we echter kijken naar de leeftijdsverdeling en ook in ogenschouw nemen hoe bevolkingsaantallen (die dalende zijn) zich de afgelopen jaren hebben ontwikkeld, is er echter wel reden tot zorg naar de toekomst toe.

Ten eerste zijn de professionals (HBO en hoger) geconcentreerd in de hogere leeftijden en is de “nieuwe aanwas” dalende.

Deze dagen (maart 2022) staan de kranten vol van artikelen over het afnemende bevolkingsaantal op Curaçao. Het komt er samenvattend op neer dat er sprake is van een netto-emigratie. Niet alleen het bevolkingsaantal neemt af, maar ook de beroepsbevolking neemt af. Een relevante vraag is ook wie (van welke type “Human Capital”) zijn de vertrekkers?   In onderstaande grafiek (ook data van de CBS) (met een 5 jaar interval) valt te lezen dat met het doorschuiven van de leeftijdsgroepen, steeds uitvallers zijn. Ook een indicatie dat de “nieuwe aanwas” aan het uitdunnen is.

Bevolking naar leeftijdscategorie (afkomstig van CBS Curacao)

Dit laatste is natuurlijk zorgwekkend, omdat dit betekent dat de beroepsbevolkingsbasis (waaronder de professionals-basis) aan het inkrimpen is. Hoe ziet de samenstelling van de beroepsbevolking straks uit?  Wat betekent dat voor de economie?  Voor de economie betekent de inkrimping dan ook dat de arbeidsbasis dat bijdraagt aan het bruto nationaal product (BNP) minder wordt. Het betekent ook dat de basis welke moet zorgdragen voor belastingbetaling, sociale premies, pensioenpremies, aan het afnemen is. Dit heeft niet alleen economische gevolgen maar ook sociale gevolgen, althans als er geen bijsturing plaatsvindt.

SLOT

De productiefactoren “Land”, “Kapitaal” en “Ondernemerschap” maken dingen mogelijk, maar het is de factor “Arbeid” die dingen doet gebeuren. Minder “Human Capital” zal op termijn dan ook minder beweging betekenen. Anders gezegd, de productiefactor “Arbeid” wordt schaarser, en dus waardevoller. De economie bestudeert keuzes die individuen, organisaties en samenlevingen maken bij het omgaan met schaarste. Bestuderen en discussiëren waard dus.

Tot slot, je zou kunnen stellen dat de productiefactoren elkaar onderling zouden kunnen compenseren, en in zekere mate is dat ook waar. Echter, sta wel even bij stil dat het spenderen van het “loon” (lees: consumeren/ koopkracht) van factor “Arbeid” evengoed een bijdrage levert aan de economie. Een daling in consumptief gedrag is ook een daling in de economie.

Relax and Think (foto D.G. van der Veen)

Bemoei je actief met economisch beleid, maak bewuste keuzes, want je draagt gewild of ongewild de lusten en de lasten.

Ik herhaal: Het zou wie dan ook die op die beleidsstoel zit, sieren om kundig om te gaan met economisch leidinggeven, het heeft namelijk consequenties”. Economie raakt alles.


[i] The Causes and Consequences of Increased Female Education and Labor Force Participation in Developing Countries Rachel Heath and Seema Jayachandran, The Oxford Handbook of Women and the Economy Edited by Susan L. Averett, Laura M. Argys, and Saul D. Hoffman

[ii] https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2018/40/50-jaar-mammoetwet-bijna-iedereen-gaat-nu-naar-school

JE EIGEN BALANS OPMAKEN, OM TE GAAN BELEGGEN

Beleggen in aandelen, obligaties, crypto, etc. kan een belangrijk onderdeel zijn van een plan om vermogen op te bouwen naar de toekomst toe. Met de markt zoals het er nu voor staat, een “bear-market”, is het interessant om een instap planmatig voor te bereiden. Eenmaal de vloer is bereikt, gaat de markt weer omhoog, immers kapitalisme impliceert waarde-toevoeging.

Belangrijk is wel dat je eerst stil staat bij jezelf, wat je opzij kan zetten en wat je uiteindelijk wilt bereiken. Beleggen doe je voor een langere termijn met een duidelijk plan en het zou zeer jammer zijn als je van jouw plan moet afwijken en aandelen moet verkopen omdat je geld nodig hebt om alledaagse kosten te betalen en schulden af te lossen.

Beleggen in aandelen, obligaties, etc. moet onderdeel zijn van jouw portfolio, met nadruk op het woord “onderdeel”. Je zou ook geld op je bankrekening moeten hebben, in onroerend goed, etc. Diversificatie en liquide blijven, is belangrijk.

Deze blog gaat over het in kaart brengen van jouw eigen financiële huishouden voordat je begint met beleggen. Het kan overkomen dat het onderstaande lijkt op “bedrijfsboekhouding”, en tot op zekere hoogte is dat ook zo. Maar de ervaring leert dat jouw persoonlijke financiële situatie er beter voor staat als je dat zakelijk benadert. Uiteindelijk willen we ruimte maken om, naast ons arbeidsinkomen, passief inkomen te creëren. Een manier om dat te doen is beleggen.

En ja, ook dit is Economie.

BEGIN BIJ JEZELF

Voordat je begint met beleggen is het verstandig om eerst op een rij te zetten wat je bezit en wat je schuldig bent. Het is hetzelfde als een balans opmaken van bezittingen en schulden bij een bedrijf. Aan de linkerkant zet je jouw bezittingen neer en aan de rechterkant jouw schulden. Het verschil tussen de twee, is je nettowaarde. Weten wat jouw waarde is, is belangrijk voor jouw financieel succes. Verzamel jouw bankstatements, salaris-slips, leningsovereenkomsten, hypotheekaktes, etc. en maak in MS-Excel de rekensom.

STAP 1: ZORG VOOR EEN NOODFONDS

Eerste stap in het opmaken van de balans is “cash”. Afhankelijk van jouw situatie, zorg ervoor dat je enkele maanden (3 tot 6 maanden) cash opzijgezet hebt voor noodsituaties. Maak een inschatting van wat je ongeveer nodig hebt per maand (uitgaven in kaart brengen, zoals huur, hypotheek, water & elektra, telefoon, supermarket, etc.) door jouw bankstatements na te lopen (dat is handig als je niets contant betaalt). Een alternatief is ook om gewoon uit te gaan van de netto maandsalaris.

Dit geld zet je apart op een interest dragende spaarrekening of makkelijk converteerbare money market fund. Voor de duidelijkheid, dit is een noodfonds en geen belegging. Het gaat erom dat als je tijdelijk financieel krap zit, je deze fondsen kunt aanspreken (en niet je beleggingsportfolio).

STAP 2: OPSOMMEN VAN JE BEZITTINGEN IN VOLGORDE VAN LIQUIDITEIT

De bezittingen en hun rendement

Een bezitting is liquide als het snel geconverteerd kan worden in cash. Het is verstandig om goed inzicht te hebben in hoeveel cash (of snel in cash converteerbare bezittingen) je hebt om te kunnen schakelen als het nodig is (kopen van aandelen, aflossen van schulden, etc.).

Het is mogelijk dat jouw vermogen vastzit in illiquide bezittingen als bijvoorbeeld Real-Estate. Een evenwicht tussen liquide en illiquide bezittingen is handig (mede vanwege rendementsverschillen).

Maak een overzicht van je bezittingen in volgorde van afnemende liquiditeit, met inbegrip van de marktwaarde (niet hetzelfde als historische kostprijs). Gebruik bij jouw woonhuis bijvoorbeeld een taxatiewaarde i.p.v. aankoopbedrag. Zet naast het bedrag, het gemiddeld jaarrendement van het type bezitting (ook 0%). Het rendementspercentage moet je inzicht verschaffen in de verdien-potentie van jouw bezittingen. En het maakt ook mogelijk om geïnformeerd aanpassingen te doen in jouw samenstelling van bezittingen, zeker als je teleurstellende renderende bezittingen hebt.

STAP 3: OPSOMMEN VAN JE SCHULDEN IN VOLGORDE VAN LIQUIDITEIT

Zonder inzicht in jouw schulden te hebben kan je de illusie hebben “rijker” te zijn dan je daadwerkelijk bent. Het gaat hierbij om categorieën zoals creditcards, persoonlijke leningen en jouw hypotheek. Ook bij schulden heb je een volgorde in liquiditeit. Creditcard-schulden zijn meestal korte termijn en de hypotheek is lange termijn. Ook hier zet je de bedragen en de interest kosten (negatief-rendement als het ware). Je kunt verbaasd staan kijken hoe hoog bijvoorbeeld de interest-percentages op jouw creditcards zijn, als je daar nooit bij hebt stilgestaan.

De schulden en wat ze kosten

STAP 4: BEREKEN JE NETTO WAARDE

Trek het totaal van jouw schulden af van jouw bezittingen, en je hebt jouw nettowaarde. Als je wilt beleggen, is het handig als de waarde van jouw bezittingen hoger is dan de waarde van jouw schulden. De bedoeling van beleggen is uiteindelijk dat de nettowaarde jaarlijks stijgt. Elk jaar maak je een update van het bovenstaande en heroverweeg je jouw situatie.

Berekening persoonlijke nettowaarde

STAP 5: ANALYSEER JE “BALANS”

Inzicht in jouw financiële positie is het belangrijkste wat je haalt uit deze exercitie. Heb je geld, direct of snel beschikbaar, opzijgezet voor momenten wanneer je krap bij kas bent?  Wat leveren jouw bezittingen op en wat kosten jouw schulden? Staan ze in verhouding met elkaar?  Kan je laag renderende investeringen vervangen met hoogrenderende investeringen?  Kan je dure schulden afbetalen met laag renderende bezittingen en per saldo jouw netto cashflow verbeteren? Als je schulden hebt, gebruik je dat geld voor een investering waarvan het rendement hoger is dan de interestkosten die je betaald?  Kan ik bezittingen verkopen voor cash? 

Met de overzichten van bezittingen (stap 2) en schulden (stap 3), kan je afwegen wat je aan schulden in welke volgorde kunt elimineren. Een creditcard schuld tegen 18% interest staat niet in verhouding met een spaarrekening saldo tegen 0.05%. Per saldo kost dit je dus geld. Het kan lonen de creditcard schuld zoveel mogelijk af te lossen met jouw spaargeld. Als dat niet mogelijk is, is een alternatief om je creditcard schuld te herfinancieren met een persoonlijke lening tegen een lagere interest-percentage.

SLOT

Voordat je gaat beleggen en investeren, is het van belang dat je weet waar je staat en wat je aankan. De bovenstaande stapsgewijze benadering kan je die inzicht geven en mogelijk zelf aanleiding geven om veranderingen door te voeren. Je kunt het uitgebreid doen of slechts richten op de hoofdzaken. “Meten is weten” en “Beseffen gaat vóór beleggen”.

De volgende blog in deze serie zal gaan over jouw persoonlijke cashflow-statement om te bepalen wat je elke maand overhoudt.

Relax and think on the beach

Deze blogs zijn bedoeld voor en alleen om te worden gebruikt voor referentiedoeleinden. Dergelijke informatie die hier wordt verstrekt, vormt geen advies of een aanbeveling dat een beleggings- of handelsstrategie geschikt is voor een specifieke persoon. Gebruikers van deze blogs zijn het ermee eens dat ik geen verantwoordelijkheid neem voor uw investeringsbeslissingen. Vraag professioneel advies voordat u handelt.

Disclaimer