CG-6.6.2 | ENNIA TEGEN ANSARI C.S., HOGER BEROEP, wat het Hof anders doet (deel 2).
Deze blog gaat over de Casus Ennia en behandelt specifiek het vonnis van 12 September 2023, Registratienummers CUR2022H00008/-H00009/-H00010/-H00011/-H00012/-H00013. Het vonnis zelf telt 143 pagina’s. Deze blog is 1 uit een serie van blogs die elk afzonderlijk zullen ingaan op vonnissen bijhorende bij deze spraakmakende zaak. Dit is een vonnis in Hoger Beroep, welke overigens nog lopende is.
In eerste aanleg kwam het Gerecht tot stevige veroordelingen. Hier volgt het Hoger Beroep, althans een deel daarvan, want de zaak loopt nog. In Hoger Beroep blijft veel kritiek op de governance overeind, maar het Hof kijkt “anders en technischer”: wie deed wat, namens welke vennootschap, met welke schade als gevolg? Deze blog behandelt het tweede deel van de analyse van de verschillen in aanpak, argumentatie en conclusies tussen het Gerecht (GEA) en het Hof. Ook in de verschillen zitten leerzame governance-lessen.
PARMAN INTERNATIONAL: VAN AANDEELHOUDERSAANSPRAKELIJKHEID NAAR PRECIEZERE GRONDSLAG
Ook de rol van Parman International verschuift. In eerste aanleg werd Parman International veroordeeld bij de dividenduitkeringen. Het Gerecht leunde daarbij op het idee dat een aandeelhouder onder omstandigheden onrechtmatig kan handelen als hij uitkeringen ontvangt of bevordert terwijl de vennootschap en schuldeisers daardoor worden benadeeld.
Het Hof houdt de deur open, maar formuleert anders. Het Hof geeft aan dat Parman International niet zomaar op dezelfde grond aansprakelijk is als bestuurders of commissarissen. Bij dividend kijkt het Hof meer naar onverschuldigde betalingen aan Parman International en naar de vraag of Mullet Bay daadwerkelijk te hoog was gewaardeerd. Dat is juridisch zuiverder, maar ook voorzichtiger.

EXCESSIEVE UITGAVEN: HET HOF KNIPT MEER OP
Bij donaties, adviseurskosten, salarissen, commissarisvergoedingen, reis- en verblijfkosten en NetJets had het Gerecht veel concrete bedragen toegewezen. In de beslissing van eerste aanleg worden grote posten toegewezen voor donaties, adviseurs, salarissen aan personen die niet in dienst waren, commissarisbeloningen en NetJets.
Het Hof gaat daar minder grof doorheen. Het splitst meer uit. Sommige posten blijven deels overeind. Andere worden verlaagd, nader onderzocht of aangehouden.
Bij adviseurskosten kijkt het Hof bijvoorbeeld concreter naar PwC Houston, Petrello en Henze. Het Hof vindt dat Ansary als commissaris vragen had moeten stellen bij aanzienlijke betalingen aan partijen die vooral met Parman, S&S of Ansary zelf verbonden leken. Maar voor bepaalde onderdelen verlangt het Hof nog nadere toelichting.
Bij commissarisvergoedingen en reis-/representatiekosten wacht het Hof deels op de waardering van Mullet Bay. Logisch: als Ennia Holding financieel veel zwakker was dan voorgesteld, worden hoge vergoedingen en kosten sneller onverantwoord. Als de vermogenspositie anders blijkt, kan de beoordeling verschuiven.
Bij NetJets neemt het Hof aansprakelijkheid in beginsel aan, maar vraagt het meer duidelijkheid over de exacte betalingen en schade. Ook hier: geen automatische overname van de eerste aanleg, maar herberekening per periode, per persoon en per vennootschap.
DE TOON VERSCHILT: EERSTE AANLEG IS NORMATIEF, HOGER BEROEP IS ANALYTISCH
Wat opvalt: het Gerecht schrijft vanuit het grote governance verhaal. Het beeld is duidelijk: een verzekeraar werd jarenlang blootgesteld aan concentratierisico, interne waarschuwingen werden onvoldoende opgevolgd en de belangen van polishouders raakten uit beeld.
Het Hof ontkent dat beeld niet. Maar het Hof vraagt steeds: hoe vertaal je dat naar civiele aansprakelijkheid? Het Hof wil causaliteit. Het Hof wil schadeberekening. Het Hof wil onderscheid tussen Ennia Holding, Ennia Investments, ECII, Energy Equipment en de verzekeraars. Het Hof wil ook onderscheid tussen Ansary als feitelijk bestuurder, Ansary als commissaris, Palm en Andraous als bestuurders, Nina als commissaris en Parman als aandeelhouder.
Dat maakt het arrest juridisch sterker, maar voor het brede publiek misschien minder bevredigend. Het grote verhaal voelt eenvoudiger dan de juridische uitwerking.
GOVERNANCE-LESSEN
Hier zijn de belangrijkste governance-lessen uit de vergelijking tussen het vonnis in eerste aanleg en het hoger beroep. Wat mij vooral opvalt: het Gerecht kijkt meer naar het grote governance-falen als geheel, terwijl het Hof dat beeld niet wegneemt, maar juridisch veel gedetailleerder ontleedt per persoon, per vennootschap en per schadepost.
LES 1: Governance-falen is niet automatisch juridische aansprakelijkheid
Dit is misschien de belangrijkste les. In eerste aanleg zegt het Gerecht in feite: de structuur, het beleggingsbeleid en de besluitvorming zijn zó veranderd dat het belang van Ennia en de polishouders niet langer centraal stond. Het Gerecht benadrukt dat niet is voldaan aan de bijzondere zorgplicht van bestuurders en toezichthouders van een levensverzekeraar.
Het Hof neemt dat governance-beeld grotendeels over, maar zegt juridisch: wacht even, aansprakelijkheid moet per persoon, per handeling en per schadepost worden vastgesteld. Niet iedereen is automatisch aansprakelijk voor alles. Governance-falen opent dus de deur naar aansprakelijkheid, maar het bewijs van schade en causaliteit blijft noodzakelijk.
Les: een governance-analyse mag breed zijn, maar een aansprakelijkheidsanalyse moet precies zijn. Governance falen kan duidelijk zijn, terwijl de juridische schade nog steeds lastig moet worden bewezen.
LES 2: Groepsfalen bestaat, maar groepsaansprakelijkheid werkt niet zomaar
In beide vonnissen wordt de route van groepsaansprakelijkheid afgewezen. Dat is governance-technisch interessant. Het voelde misschien als één groot groepsfalen, maar juridisch moet je aantonen wie concreet welke schadeveroorzakende gedraging heeft verricht.
Het Hof kijkt daarom niet naar “de groep” als één blok, maar naar afzonderlijke rollen: Ansary als dominante aandeelhouder/commissaris/feitelijk bestuurder, Palm en Andraous als bestuurders, Nina Ansary als commissaris, Van Doorn binnen zijn bestuursperiode en Parman International als aandeelhouder.
Les: een bestuur of groep kan collectief falen, maar accountability moet individueel worden vastgelegd. Notulen, mandaten, tegenstemmen en escalaties zijn daarom cruciaal.
LES 3: Bestuurders moeten zelf blijven denken
Een goeie governance-les uit de vergelijking is dat Het Hof Palm en Andraous bij S&S juist zwaarder in beeld brengt dan Het Gerecht. In eerste aanleg lag de nadruk bij Ansary en Nina Ansary. In hoger beroep kijkt Het Hof naar de concrete S&S-verkoop in 2014 en zegt: Palm en Andraous hadden als bestuurders moeten ingrijpen.
Dat is belangrijk. Je hoeft niet persoonlijk te profiteren om aansprakelijk te kunnen zijn. Het laten passeren van een onverantwoorde transactie kan genoeg zijn.
Les: “ik voerde alleen uit” is voor een bestuurder geen sterk governance-verweer. Besturen betekent zelf beoordelen, doorvragen en zo nodig weigeren.
LES 4: Commissarissen moeten actief toezicht houden, maar aansprakelijkheid blijft concreet
Bij Nina Ansary zie je een ander accent. Het Gerecht legt haar in eerste aanleg ruime aansprakelijkheid op. Het Hof is terughoudender. Het Hof vindt haar toezicht wel beperkt, maar stelt strengere eisen aan het bewijs dat zij concrete kennis had of had moeten hebben van de schadelijke transactie.
Dat is geen vrijbrief voor passieve commissarissen. Het is wel een belangrijke juridische nuance.
Les: commissarissen hebben een actieve toezichtrol, zeker bij rode vlaggen. Maar voor aansprakelijkheid moet concreet worden vastgesteld welke informatie zij hadden, welke vragen zij hadden moeten stellen en welk ingrijpen redelijkerwijs mogelijk was.
LES 5: Waarderingen zijn governance-documenten, geen administratieve bijlage
Mullet Bay is hier het beste voorbeeld. In eerste aanleg verbindt het Gerecht stevige gevolgen aan de twijfelachtige waardering van Mullet Bay en de daarop gebaseerde dividenduitkeringen. Het Hof zegt: eerst moet een deskundige vaststellen wat de fair value daadwerkelijk was. Pas dan kan worden bepaald of de dividenduitkeringen schade hebben veroorzaakt.
Dat verschil is belangrijk. Het Gerecht kijkt meer normatief: bij zoveel twijfel had je niet mogen uitkeren. Het Hof kijkt schade-technisch: was de waarde daadwerkelijk te hoog?
Les: als waarderingen de basis vormen voor solvabiliteit, dividend of beloningen, moeten ze onafhankelijk, controleerbaar en verdedigbaar zijn. Een zwakke taxatie kan later een governance-bom worden.
LES 6: Related-party transacties zijn hoog-risico
S&S, oil rigs en Mullet Bay hebben één ding gemeen: transacties met gelieerde partijen. Bij de oil rigs is het Hof zelfs strenger dan het Gerecht. Waar eerste aanleg niet tot aansprakelijkheid kwam, oordeelt het Hof dat de transactie vooral S&S leek te dienen en onvoldoende zakelijk was voor Ennia.
Les: bij verbonden partijen moet de lat omhoog. Je hebt onafhankelijke waardering nodig, duidelijke besluitvorming, zakelijke onderbouwing, vastlegging van belangenconflicten en goedkeuring door onafhankelijke organen.
LES 7: Decharge en verjaring redden je niet altijd
Het Gerecht en het Hof zijn terughoudend met verweren zoals decharge en verjaring wanneer de relevante informatie niet echt transparant was of wanneer de vennootschap feitelijk werd gecontroleerd door de personen tegen wie zij later moest optreden. Het Hof zegt zelfs dat bekendheid van bestuurders Palm en Andraous niet zomaar aan Ennia Holding kan worden toegerekend, omdat hun belang tegengesteld was aan dat van Ennia.
Les: formele decharge of tijdsverloop is geen veilige haven als informatie verborgen, onvolledig of verweven was met belangenconflicten. Zorg ervoor dat de jaarrekening voldoende informatie bevat.
LES 8: Kosten, donaties en beloningen vragen zakelijke discipline
In eerste aanleg worden excessieve uitgaven stevig aangepakt: donaties, commissarisbeloningen, privévliegtuigen en vergoedingen aan personen die niet voor Ennia werkten. Het Hof knipt dit later meer op, maar de governance-les blijft hetzelfde: uitgaven moeten passen binnen het vennootschappelijk belang en de financiële positie van de onderneming.
Les: hoe zwakker de financiële positie, hoe zwaarder de onderbouwing van uitgaven moet zijn. Zeker bij donaties, reis- en representatiekosten, commissarisvergoedingen en luxevoorzieningen.
LES 9: Documenteer dissent, escalatie en tegenkracht
Een praktische les voor bestuurders en commissarissen: als je het niet eens bent met een besluit, leg dat vast. Stel vragen. Vraag externe opinies. Escaleer naar de RvC, toezichthouder of aandeelhouder. En als je structureel wordt genegeerd: trek consequenties.
In de Ennia-zaak zie je dat sommige personen wel signalen gaven, maar het systeem als geheel onvoldoende corrigeerde.
Les: tegenkracht zonder vastlegging (zie in een ander blog, ook het belang van formaliteit en vastlegging) verdwijnt later gemakkelijk uit beeld. Governance leeft in gedrag, maar aansprakelijkheid wordt bewezen met documenten.
De vergelijking tussen eerste aanleg en hoger beroep levert één centrale governance-les op: (Goed) Bestuur is breed, maar aansprakelijkheid is precies.
UITWERKING PER RECHTSVRAAG
| Deelvorm / rechtsvraag | Overeenkomst tussen beide vonnissen | Eerste aanleg | Hoger beroep | Juridische analyse verschil |
| Algemene governance-norm | Beide rechters erkennen dat Ennia als verzekeraar een bijzondere positie had. Het belang van polishouders en solvabiliteit weegt zwaar. | Het Gerecht legt sterk de nadruk op het grote governancefalen: Ennia is niet bestuurd zoals van een verzekeraar mocht worden verwacht. | Het Hof neemt dat beeld over, maar toetst strakker per persoon, per vennootschap en per schadepost. | Het verschil zit niet in de governance-kritiek, maar in de juridische vertaling daarvan naar aansprakelijkheid en schadevergoeding. |
| Karakter van de uitspraak | Beide zaken gaan over dezelfde kernverwijten: S&S, Mullet Bay, dividend, oil rigs en excessieve uitgaven. | Het vonnis is een eindvonnis met concrete veroordelingen en uitvoerbaar bij voorraad. | Het Hof doet op veel punten al inhoudelijke oordelen, maar houdt belangrijke beslissingen aan, vooral vanwege de deskundige waardering van Mullet Bay. | Eerste aanleg is beslissender. Hoger beroep is preciezer/gedetailleerder, maar nog niet volledig afgerond. |
| Groeps-aansprakelijk-heid | Beide rechters wijzen algemene groepsaansprakelijk-heid af. | Het Gerecht oordeelt dat geen sprake is van handelen in groepsverband in de zin van art. 6:166 BW. Aansprakelijkheid moet worden gebaseerd op ieders formele verantwoordelijkheid en eigen gedragingen. | Het Hof bevestigt dat contacten, verweven functies en gezamenlijke betrokkenheid niet genoeg zijn voor groepsaansprakelijkheid. Er moet bewuste gezamenlijke deelname aan schadeveroorzakend gedrag zijn. | Het Hof maakt is scherper en meer gefocussed. Governancefalen kan collectief zijn, maar civiele aansprakelijkheid blijft individueel en concreet. |
| Feitelijke rolverdeling | Beide vonnissen werken met de rollen van Ansary, Nina Ansary, Palm, Andraous, Van Doorn en Parman International. | Het Gerecht neemt enkele rollen ruimer aan, onder meer bij Nina Ansary. | Het Hof “corrigeert” feitelijke punten, waaronder de positie van Nina Ansary bij Parman Capital. | Dit heeft gevolgen voor aansprakelijkheid. Het Hof kijkt scherper naar feitelijke functie, kennispositie en betrokkenheid. |
| Dominante aandeelhouder / feitelijk bestuurder | Beide rechters zien Ansary als zeer dominante figuur binnen de Ennia-structuur. | Het Gerecht verbindt daaraan ruime aansprakelijkheid voor meerdere posten. | Het Hof erkent Ansary’s dominante rol, maar koppelt die steeds aan specifieke gedragingen: commissaris, feitelijk bestuurder, aandeelhouder of betrokkene bij gelieerde transacties. | Het Hof accepteert dominantie niet als algemene aansprakelijkheidsgrond. Er moet telkens een concrete normschending zijn. |
| S&S – aard van de investering | Beide rechters erkennen dat S&S een risicovolle investering was met groot concentratierisico. | Het Gerecht wijst op lage ratings, kritiek van interne en externe toezichthouders en het feit dat S&S een groot deel van de beleggingen vormde. | Het Hof neemt de risico’s mee, maar ziet de schade vooral in de latere verkoop van het 40%-belang in 2014. | Het Gerecht kijkt breder naar de hele S&S-constructie. Het Hof knipt de schadevraag specifieker op. |
| S&S – schadeberekening | Beide vonnissen vinden dat bij S&S onrechtmatig is gehandeld. | Het Gerecht begroot de schade op basis van gemiste extra winst bij de verkoop aan Kirby NAf 743,94 miljoen. | Het Hof verwerpt die brede winstbenadering en komt uit op schade van afgerond USD 117 miljoen voor de te lage verkoopprijs van het 40%-belang in 2014. | Dit is één van de grootste verschillen. Het Hof kiest niet voor “wat is later bij Kirby gemist?”, maar voor “wat was de concrete schade op het moment van de verkoop in 2014?” |
| S&S – aansprakelijke personen | Ansary blijft centraal staan. | Het Gerecht veroordeelt vooral Ansary en Nina Ansary voor de S&S-schade. Van Doorn, Palm en Andraous worden voor die schade niet aansprakelijk gehouden. | Het Hof houdt Ansary aansprakelijk, laat Nina Ansary voor S&S buiten aansprakelijkheid, maar brengt Palm en Andraous juist wél in beeld voor de verkoop in 2014. | De aansprakelijkheid verschuift. Het Hof kijkt niet naar wie uiteindelijk profiteerde, maar naar wie betrokken was bij de concrete onzakelijke transactie. |
| Nina Ansary | Beide rechters bespreken haar rol als commissaris en haar positie binnen de Ansary/Parman-structuur. | Het Gerecht legt haar aanzienlijke aansprakelijkheid op, vooral bij S&S en dividend. | Het Hof is terughoudender. Bij S&S is onvoldoende aangetoond dat zij over de informatie beschikte die tot ingrijpen noopte. | Het Hof maakt duidelijk dat passief of beperkt toezicht niet automatisch leidt tot aansprakelijkheid voor elke schadepost. Concrete kennis en ingrijpmogelijkheid blijven nodig. |
| Oil rigs / olieplatforms | Beide rechters erkennen dat verlies is geleden van USD 11.032.776. | Het Gerecht wijst aansprakelijkheid af. Het enkele verlies is onvoldoende. Ook is onvoldoende onderbouwd dat de investering per definitie ongebruikelijk of onverantwoord was. | Het Hof draait dit om. De transactie diende vooral S&S, was gelieerd en onvoldoende zakelijk voor Ennia. Ansary en Van Doorn zijn in beginsel aansprakelijk voor USD 11.032.776. | Hier is het Hof strenger dan het Gerecht. Related-party transacties worden zwaarder getoetst, zeker als het belang van Ennia onvoldoende duidelijk is. |
| Mullet Bay – waardering | Beide rechters zien Mullet Bay als cruciaal voor de vermogenspositie van Ennia. | Het Gerecht acht de taxaties onvoldoende betrouwbaar en verbindt daaraan direct gevolgen voor dividenduitkeringen. | Het Hof vindt de taxatieproblemen ook ernstig, maar wil eerst deskundigen-onderzoek naar de fair value op meerdere peildata. | Het Gerecht redeneert normatief: bij zulke twijfel had men niet mogen uitkeren. Het Hof redeneert schade-technisch: eerst vaststellen of de waarde daadwerkelijk te hoog was. |
| Dividend-uitkeringen | Beide rechters vinden dat dividenduitkeringen bij een zwakke of onzekere vermogenspositie zeer problematisch zijn. | Het Gerecht veroordeelt Ansary, Parman International, Nina Ansary, Andraous en Palm hoofdelijk tot NAf 188.975.969. | Het Hof houdt dit aan. Eerst moet blijken of Mullet Bay is overgewaardeerd en of daardoor meer is uitgekeerd dan wettelijk en statutair mocht. | Het verschil is juridisch belangrijk: het Hof verlangt een directer verband tussen overwaardering, uitkering en schade. |
| Artikel 2:118 BW / uitkeringstest | Beide vonnissen koppelen dividend aan eigen vermogen en bescherming van de vennootschap/schuldeisers. | Het Gerecht past de uitkeringsnorm feitelijk ruim toe vanuit het perspectief van onverantwoorde dividendbesluiten. | Het Hof formuleert nadrukkelijk dat uitkeringsbesluiten geen rechtskracht hebben als het eigen vermogen negatief is of door de uitkering negatief wordt. | De vraag wordt: was het eigen vermogen door juiste waardering negatief of ontoereikend? |
| Verjaring / rechtsverwerking bij dividend | Beide vonnissen laten technische verweren niet zonder meer slagen. | In eerste aanleg leiden deze verweren niet tot afwijzing van de dividendclaim. | Het Hof verwerpt verjaring en rechtsverwerking uitvoerig. Mede door de bestuurlijke verhoudingen was eerder optreden feitelijk niet reëel. | Het Hof geeft een governancekleur aan verjaring: als dezelfde personen de vennootschap beheersten, kan men niet makkelijk zeggen dat de vennootschap te laat klaagde. |
| Donaties | Beide rechters vinden dat aanzienlijke donaties zonder duidelijke zakelijke grond problematisch zijn. | Het Gerecht wijst grote bedragen toe aan Ennia, verdeeld over verschillende perioden en personen. | Het Hof bevestigt aansprakelijkheid deels, maar knipt bedragen en aansprakelijke personen anders op. | Overeenkomst: donaties kunnen onrechtmatig zijn als ze niet passen bij het vennootschappelijk belang. Verschil: het Hof corrigeert de omvang en persoonlijke toerekening. |
| Adviseurskosten: PwC Houston, Petrello, Henze | Beide rechters zijn kritisch op kosten die niet duidelijk ten goede kwamen aan Ennia. | Het Gerecht wijst bedragen toe voor adviseurskosten. | Het Hof beoordeelt per adviseur. Voor Petrello en Henze ziet het Hof aansprakelijkheid, maar voor PwC Houston verlangt het nadere toelichting. | Het Hof vraagt meer bewijs van betaling, prestatie en vennootschappelijk belang. Niet elke twijfelachtige factuur leidt automatisch tot schadevergoeding. |
| ‘Spookpersoneel’ / salarissen | Beide rechters vinden betalingen aan personen zonder duidelijke werkzaamheden voor Ennia problematisch. | Het Gerecht wijst meerdere bedragen toe, waaronder bedragen tegen Ansary, Van Doorn, Palm en Andraous. | Het Hof beperkt en splitst de aansprakelijkheid verder uit naar specifieke personen, vennootschappen en perioden. | Het verschil is vooral kwantitatief en toerekeningsgericht. Het Hof wil exact weten wie waarvoor verantwoordelijk was. |
| Commissaris-vergoedingen | Beide rechters zien hoge commissaris-vergoedingen als mogelijk problematisch, zeker bij financiële druk. | Het Gerecht veroordeelt voor meerdere bedragen aan commissarisbeloningen. | Het Hof houdt dit punt deels aan, omdat de financiële positie van Ennia mede afhangt van de waardering van Mullet Bay. | Het Hof koppelt beloningsaansprakelijkheid sterker aan de daadwerkelijke vermogenspositie. Als die positie nog onzeker is, wordt de schadevraag aangehouden. |
| Reis-, verblijf- en representative-kosten | Beide rechters kijken kritisch naar kosten die mogelijk privé, excessief of onvoldoende zakelijk waren. | Het Gerecht beoordeelt deze kosten als onderdeel van de excessieve uitgaven en wijst posten toe. | Het Hof houdt ook hier onderdelen aan, mede afhankelijk van de financiële positie en verdere onderbouwing. | Ook hier schuift het Hof van morele afkeuring naar bewijsbare schade en concrete toerekening. |
| NetJets | Beide rechters vinden NetJets-kosten juridisch risicovol en onvoldoende vanzelfsprekend zakelijk. | Het Gerecht veroordeelt Ansary, Van Doorn, Palm en Andraous voor aanzienlijke bedragen. | Het Hof neemt aansprakelijkheid in beginsel aan, maar verlangt nadere specificatie van betalingen en schade per periode/persoon. | Het Hof aanvaardt de normschending, maar wil de schade nog preciezer vastgesteld zien. |
| Resorts Caribe | Beide vonnissen behandelen Resorts Caribe als aparte schadepost. | Het Gerecht wijst deze vordering niet toe of niet in de gevorderde omvang. | Het Hof geeft aan dat deze vordering voor afwijzing gereedligt. | Hier is de lijn grotendeels gelijk: niet elke discutabele transactie leidt tot civiele schadevergoeding. |
| Van Doorn | Beide rechters beoordelen zijn rol vooral in de periode waarin hij CEO/bestuurder was. | Het Gerecht houdt hem aansprakelijk voor enkele excessieve uitgaven, maar niet voor S&S en niet voor oil rigs. | Het Hof houdt hem nog steeds buiten S&S, maar acht hem wél aansprakelijk voor oil rigs en bepaalde uitgaven. | Voor Van Doorn wordt het Hof dus deels strenger, vooral bij transacties uit zijn bestuursperiode. |
| Palm en Andraous | Beide vonnissen zien hen als belangrijke bestuurders na 2011. | Het Gerecht houdt hen aansprakelijk voor dividend en enkele excessieve uitgaven, maar niet voor S&S-schade. | Het Hof brengt hen juist wél in beeld voor de S&S-verkoop in 2014 en beoordeelt andere posten preciezer. | Het Hof legt meer nadruk op hun actieve bestuursrol bij concrete transacties. |
| Parman International | Beide rechters zien Parman als aandeelhouder /ontvanger binnen de structuur. | Het Gerecht veroordeelt Parman International bij de dividenduitkeringen. | Het Hof houdt dit aan en kijkt vooral naar onverschuldigde betaling/nietige uitkeringen als Mullet Bay inderdaad was overgewaardeerd. | Het Hof kiest een zuiverder route: niet zomaar aandeelhoudersaansprakelijkheid, maar terugbetaling als uitkeringen juridisch geen standhouden. |
| Schadebegrip | Beide rechters erkennen dat Ennia schade kan hebben geleden door onjuist bestuur en toezicht. | Het Gerecht begroot schade op meerdere punten direct en ruim. | Het Hof verlangt meer causaliteit, waardering en specificatie. | Dit is de rode draad. Het Hof zegt: slecht bestuur is niet automatisch hetzelfde als exact bewezen schade. |
| Governance-les | Beide vonnissen zijn harde waarschuwingen voor bestuurders en commissarissen van gereguleerde instellingen. | Eerste aanleg benadrukt normschending en verantwoordelijkheid. | Hoger beroep benadrukt juridische precisie, individuele rolverdeling en bewijs van schade. | Samen geven de vonnissen een compleet beeld: governance-falen opent de deur naar aansprakelijkheid, maar de rechter blijft streng op causaliteit en schadeomvang. |

Dieudonne (Neetje) van der Veen is financieel en management bedrijfsadviseur. Zijn werk en ervaring liggen vooral op het gebied van financieel management en structurering van bedrijven in nood en Governance on Planning & Control-cycli.
De heer van der Veen heeft een masterdiploma bedrijfseconomie (Erasmus Universiteit Rotterdam), is Registeraccountant (Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants), CFE (Certified Fraud Examiner) en CICA (Certified Internal Control Auditor).