CG – 6.2.6 | ENNIA EN DONATIES: wanneer vrijgevigheid bestuurlijk onverantwoord wordt
Deze blog gaat over de casus Ennia en behandelt specifiek het vonnis van 29 november 2021, zaaknummers CUR201902842/3843/3796/3844/3845/3846. Het vonnis zelf telt 88 pagina’s. Deze blog is één uit een serie blogs die elk afzonderlijk zullen ingaan op vonnissen die horen bij deze spraakmakende zaak. Dit is overigens een vonnis in eerste aanleg. Er loopt nog een hoger beroep. Er is ook een tussenvonnis met een deels andere insteek, maar dat is een andere blog.
Dit vonnis van 29 november 2021 in de zaak Ennia c.s. tegen Ansary c.s. is in een eerdere blog “algemeen samenvattend” behandeld. In deze blog wil ik verder uitweiden over een deelaspect en de governance-lessen daaruit, omdat er toch diepgaandere leermomenten zijn. Deze keer gaat het over Donaties.
FEITEN
In het Ennia-vonnis gaat het onderdeel over donaties niet zomaar over “goede doelen”. Het gaat over de vraag of bestuurders van een verzekeraar geld van de onderneming mogen gebruiken voor doelen die nauwelijks of geen verband houden met de onderneming, haar polishouders of de regio waarin zij actief is. “Corporate Citizenship” is belangrijk, maar blijkbaar ook risicovol.
Volgens het vonnis zijn in de jaren 2010, 2011, 2013 en 2014 substantiële donaties gedaan vanuit Ennia Investments en Ennia Holding. Het totaalbedrag komt in de aansprakelijkheidstabel van het gerecht uit op NAf 20.791.970. De donaties gingen grotendeels naar Amerikaanse instellingen en personen. Alleen de Cesar Foundation had een directe Sint-Maartense link.

De donaties waren als volgt verdeeld:
| Ontvanger / doel | Bedrag in NAf |
| United States / US Peace Institute |
11.830.000 |
| Museum of Fine Arts |
2.184.000 |
| President George W. Bush Jr. / Bush Legacy |
1.820.000 |
| Points of Light Institute |
1.456.000 |
| James Baker Institute |
1.001.000 |
| Taking Charge Foundation |
728.000 |
| Pentagon Memorial Fund |
546.000 |
| International Crisis Group |
455.000 |
|
Ansary Foundation / Meal Packages |
389.470 |
| Cesar Foundation |
382.500 |
| Totaal |
20.791.970 |
Wat direct opvalt: dit zijn geen kleine sponsorbedragen of lokale maatschappelijke bijdragen. Het gaat om miljoenen. En dat terwijl Ennia een verzekeringsgroep was met circa 50.000 polishouders, waaronder veel pensioenpolishouders. Het geld dat binnen zo’n onderneming wordt beheerd, heeft dus een ander karakter dan gewoon ondernemingsgeld. Het raakt aan vertrouwen, solvabiliteit en bescherming van verzekerden.
Een belangrijk intern signaal kwam al in 2010 van legal counsel Voigt. Hij schreef dat sprake was van “vrijgevige substantiële donaties zonder enig aanwijsbaar doel voor de samenleving waarin ENNIA opereert of voor ENNIA”. In dezelfde memo schetste hij een alarmerend beeld: dominante functionarissen rond Parman International en de voorzitter van de RvC zouden financiële transacties initiëren zonder duidelijke baat voor Ennia, terwijl de directie daarin meeging.
Een detail uit het vonnis maakt het beeld nog gevoeliger. Bij een donatie aan de Cesar Foundation van NAf 45.500 schreef Van Doorn per e-mail dat de donatie “zonder de verdere details te onthullen” in gang moest worden gezet en dat dit “op Ennia Investments uiteraard” moest gebeuren. Dat klinkt niet als normale, transparante besluitvorming over maatschappelijke sponsoring. Het klinkt eerder als iets wat buiten het gewone zicht moest blijven.
GESCHIL
Ennia stelde dat deze donaties buitensporig waren en geen redelijk verband hadden met haar bedrijfsvoering. De kern van het verwijt was: een verzekeraar mag niet zomaar miljoenen weggeven aan doelen die vooral passen bij persoonlijke voorkeuren, reputatiebelangen of netwerken van de aandeelhouder of dominante bestuurder.
Ansary c.s. betwistte dat sprake was van onrechtmatig handelen. Hun lijn was, kort gezegd, dat donaties op zichzelf niet verboden zijn. Een onderneming mag maatschappelijk betrokken zijn. Dat is natuurlijk waar. Bedrijven doen vaker aan sponsoring, maatschappelijke projecten of filantropie.
Maar daar zit precies het verschil. Bij een normale donatie of sponsoring is er meestal een aantoonbare link met de onderneming: lokale zichtbaarheid, reputatie, maatschappelijk draagvlak, klantenbinding of een duidelijk CSR-beleid. Hier zag het gerecht die link niet. De donaties waren vooral groot, ver weg en onvoldoende verbonden met Ennia.
OORDEEL
Het gerecht behandelt de donaties onder de bredere categorie “excessieve uitgaven”. De toon van het oordeel is scherp. Volgens het gerecht had Ansary geld van Ennia gebruikt alsof het rechtstreeks zijn eigen geld was. Het gerecht verwijst daarbij naar het eerder besproken “supermarkt-verweer”: alsof Ennia een gewone kleine onderneming was waarin de eigenaar vrijelijk kon schuiven met geld. Maar Ennia was geen eenmanszaak en ook geen gewone supermarkt. Ennia was een verzekeraar met polishouders en een bijzondere maatschappelijke verantwoordelijkheid.
Het gerecht concludeert dat Ennia Investments schade heeft geleden ter hoogte van de donaties. De donaties waren niet in het belang van Ennia en hadden onvoldoende relatie met haar activiteiten of omgeving. Daarmee werd het vermogen van Ennia verminderd zonder zakelijke rechtvaardiging.
Voor de aansprakelijkheid maakt het gerecht onderscheid naar bestuursperiode. Voor de donaties tot en met 2010 zijn Van Doorn en Ansary hoofdelijk aansprakelijk. Voor de latere donaties, gedaan tijdens de bestuursperiode van Andraous en Palm, zijn Andraous, Palm en Ansary hoofdelijk aansprakelijk. Samen leidt dit tot het totaal van NAf 20.791.970 aan schade wegens donaties.
Opvallend is dat het gerecht voor Nina Ansary anders oordeelt. Ennia had onvoldoende onderbouwd dat zij als commissaris van Ennia Holding op de hoogte was van donaties die vanuit Ennia Investments werden betaald en die niet direct zichtbaar waren in de jaarrekeningen. Daarom kon volgens het gerecht niet worden vastgesteld dat haar op dit specifieke punt een ernstig verwijt viel te maken.

GOVERNANCE-LESSEN
De eerste governance-les is: maatschappelijk verantwoord ondernemen mag, maar het moet zakelijk uitlegbaar zijn. Zeker bij een verzekeraar. Donaties moeten passen binnen beleid, budget, doelstellingen en maatschappelijke context. Anders wordt filantropie al snel vermogensonttrekking.
De tweede les: geld van een verzekeraar is geen privé-instrument van bestuurders, aandeelhouders of commissarissen. Eigenlijk geldt dit voor de meeste ondernemingen. Het vermogen van de onderneming dient mede ter bescherming van polishouders. Dat vraagt een hogere mate van zorgvuldigheid.
De derde les zit in transparantie. Een donatie die niet openlijk kan worden besproken, hoort waarschijnlijk niet thuis in de boeken. De e-mail over de Cesar Foundation laat zien hoe snel governance ontspoort als besluiten buiten het normale zicht worden gehouden.
De vierde les is dat bestuurders niet alleen aansprakelijk kunnen zijn wanneer zij zelf profiteren. Van Doorn, Andraous en Palm voerden aan dat zij persoonlijk niet van de donaties hadden geprofiteerd. Het gerecht vond dat niet doorslaggevend. Als bestuurder moet je voorkomen dat de onderneming schade lijdt door uitgaven die niet in haar belang zijn. Persoonlijk voordeel is dus niet nodig voor aansprakelijkheid.
SLOT
Dit onderdeel van het vonnis laat zien dat “goede doelen” governance-technisch helemaal niet onschuldig zijn. Juist omdat donaties sympathiek klinken, worden ze soms minder kritisch bekeken. Maar bij Ennia ging het om miljoenen aan polishouder-gerelateerd vermogen. Dan is de vraag niet: is het doel mooi? De vraag is: mag dit geld hiervoor worden gebruikt?
Op naar de volgende.
JURIDISCHE ANALYSE PER DEELONDERWERP
| Deelonderwerp | Juridische kernvraag | Feiten / bedragen | Oordeel van het gerecht | Governance-betekenis |
| Aard van de donaties | Waren de donaties zakelijk gerechtvaardigd? | Totaal NAf 20.791.970 aan donaties in 2010, 2011, 2013 en 2014. | De donaties hadden onvoldoende verband met Ennia, haar bedrijfsvoering of haar regio. | Donaties moeten passen binnen strategie, beleid en maatschappelijk doel van de onderneming. |
| Belang van Ennia | Dienden de donaties het vennootschappelijk belang? | Groot deel ging naar Amerikaanse instellingen en personen. | Nee. Het gerecht ziet de uitgaven als schade voor Ennia Investments. | Bestuurders moeten ondernemingsbelang en polishoudersbelang centraal stellen. |
| Rol Ansary | Handelde Ansary alsof Ennia-geld eigen geld was? | Ansary was feitelijk bestuurder en dominante beleidsbepaler. | Ja. Het gerecht zegt dat hij Ennia-geld gebruikte alsof het eigen geld was. | Dominante aandeelhoudersinvloed vereist sterke tegenmacht. |
| Bestuurdersaansprakelijkheid Van Doorn | Is Van Doorn aansprakelijk voor donaties in zijn actieve periode? | Donaties tot en met 2010: NAf 10.574.500. | Ja, hoofdelijk met Ansary. Zijn feitelijke vertrek vanaf januari 2011 beperkt zijn aansprakelijkheid tot 2010. | Bestuurders blijven verantwoordelijk voor uitgaven in hun bestuursperiode. |
| Bestuurdersaansprakelijkheid Andraous en Palm | Zijn zij aansprakelijk voor latere donaties? | Donaties na 2010: NAf 10.217.470. | Ja, hoofdelijk met Ansary. | Ook uitvoerende of mede-ondertekenende bestuurders dragen verantwoordelijkheid. |
| Geen persoonlijk voordeel | Maakt het uit dat bestuurders zelf niet profiteerden? | Van Doorn, Andraous en Palm stelden dat zij niet persoonlijk profiteerden. | Nee. Dat is niet doorslaggevend voor bestuurdersaansprakelijkheid. | Schade voor de vennootschap is genoeg; privévoordeel is geen vereiste. |
| Positie Nina Ansary | Was zij als commissaris aansprakelijk voor de donaties? | Donaties liepen via Ennia Investments en waren niet direct zichtbaar in jaarrekeningen. | Nee, onvoldoende onderbouwd dat zij hiervan wist of had moeten weten. | Toezichthouders zijn aansprakelijk bij ernstig verwijt, maar kennis en zichtbaarheid blijven relevant. |
| Interne waarschuwingen | Waren er signalen dat de donaties problematisch waren? | Legal counsel Voigt waarschuwde in 2010 voor substantiële donaties zonder aanwijsbaar doel voor Ennia of haar samenleving. | Deze waarschuwingen ondersteunen het beeld dat de uitgaven niet normaal waren. | Interne signalen moeten formeel worden opgepakt, besproken en vastgelegd. |
| Cesar Foundation e-mail | Waarom is deze e-mail relevant? | Van Doorn vroeg een donatie zonder verdere details te delen en via Ennia Investments te laten lopen. | Dit ondersteunt het beeld van gebrekkige transparantie. | Besluiten die geheimhouding nodig hebben, zijn governance-risico’s. |
| Schadeomvang | Welke schade werd toegewezen? | NAf 10.574.500 voor Van Doorn/Ansary; NAf 10.217.470 voor Andraous/Palm/Ansary. | Toewijzing op basis van de gedane donaties per bestuursperiode. | Schade wordt gekoppeld aan periode, rol en betrokkenheid. |

Dieudonne (Neetje) van der Veen is financieel en management bedrijfsadviseur. Zijn werk en ervaring liggen vooral op het gebied van financieel management en structurering van bedrijven in nood en Governance on Planning & Control-cycli.
De heer van der Veen heeft een masterdiploma bedrijfseconomie (Erasmus Universiteit Rotterdam), is Registeraccountant (Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants), CFE (Certified Fraud Examiner) en CICA (Certified Internal Control Auditor).