O – 14 | RIJK EILAND, ARME BEVOLKING
Wat Curaçao kan leren van “Poor Economics”
Door Dieudonne van der Veen | oktober 2026
De Centrale gedachte: Curaçao hoeft niet eerst een allesomvattend antwoord op armoede te vinden. Het moet concrete belemmeringen herkennen, oplossingen op kleine schaal testen en alleen uitbreiden wat aantoonbaar werkt.
Curaçao heeft in vergelijking met veel landen in de regio een relatief hoge levensstandaard. Het eiland beschikt over een groeiende toerismesector, een financiële sector, internationale verbindingen en menselijk kapitaal. Toch leeft een groot deel van de bevolking met voortdurende financiële onzekerheid. Dat is de paradox: Curaçao is geen arm eiland, maar telt wel veel arme huishoudens.
De Census 2023 maakt die tegenstelling zichtbaar. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) leeft 30,4 procent van de huishoudens onder de armoedegrens. In 2011 was dat 25,1 procent. Van de eenpersoonshuishoudens bevindt 39,4 procent zich onder de grens. De geografische verschillen zijn groot: in Scharloo gaat het om 57,1 procent van de huishoudens, in Fortuna en Paradijs om 53,2 procent en in Koraal Specht om 51,2 procent. Achter deze percentages zitten geen abstracte gevallen. Het zijn buren, familieleden, collega’s en oud-klasgenoten.
Tegelijkertijd groeide de economie na de coronacrisis en nam het toerisme sterk toe. Meer bezoekers, volle hotels en hogere economische activiteit blijken dus niet automatisch te leiden tot meer bestaanszekerheid. Groei kan aan de bovenkant zichtbaar zijn, terwijl huishoudens aan de onderkant moeite houden met voeding, elektriciteit, huur, vervoer en zorg.
Hier kan “Poor Economics: A Radical Rethinking of the Way to Fight Global Poverty” van Abhijit Banerjee en Esther Duflo een bruikbaar perspectief bieden. Het boek geeft geen universeel recept tegen armoede. Het leert ons vooral anders te kijken: minder vanuit ideologie (wat wij economen graag doen) en grote beloften (wat politici graag doen), meer vanuit het dagelijks leven van mensen. Waar loopt een huishouden concreet vast? Welke kleine verandering kan dat knelpunt wegnemen? En werkt die maatregel aantoonbaar?

Geen groot verhaal, maar kleine vragen
Armoede wordt vaak verklaard met grote begrippen: onvoldoende economische groei, slecht onderwijs, een zwakke overheid, gebrekkige eigen verantwoordelijkheid of te weinig marktwerking. Al deze verklaringen kunnen deels kloppen. Maar ze vertellen nog niet wat morgen anders moet.
Banerjee en Duflo beginnen daarom niet met de tegenstelling tussen meer markt en meer overheid. Zij onderzoeken hoe mensen met weinig middelen feitelijk leven en beslissingen nemen. Waarom maakt iemand geen gebruik van “gratis” preventieve zorg? Waarom spaart een huishouden niet, maar leent het later tegen hoge kosten? Waarom gaat een kind wel naar school, maar leert het onvoldoende? Waarom blijven veel kleine ondernemingen klein?
De centrale gedachte is dat armoede uit meerdere, onderling verbonden beperkingen bestaat. Een gezondheidsprobleem kan het inkomen verminderen. Een laag inkomen kan behandeling uitstellen. Schulden veroorzaken stress, en stress maakt plannen moeilijker. Slecht vervoer beperkt toegang tot werk, onderwijs en zorg. Het resultaat is geen enkele armoede-val, maar een netwerk van kleine vallen.
Voor Curaçao betekent dit dat armoedebeleid niet alleen naar inkomen mag kijken. Ook de kosten van wonen, energie, voeding en vervoer, de toegankelijkheid van dienstverlening en de aanwezigheid van een financiële buffer bepalen of een huishouden werkelijk kan rondkomen. De Sociaal-Economische Raad heeft terecht aandacht gevraagd voor werkende armen: mensen met betaald werk die toch geen stabiele en behoorlijke levensstandaard bereiken.
De eerste les: stel eerst de juiste diagnose
Goedbedoeld beleid mislukt vaak omdat de waargenomen uitkomst wordt verward met de oorzaak. Stel dat een leerling veel verzuimt. Mogelijke verklaringen zijn desinteresse van de ouders, maar ook gebrekkig vervoer, geen ontbijt, zorgtaken thuis, schaamte over kleding, taalproblemen of een leerachterstand waardoor de lessen niet meer te volgen zijn. Een campagne over het belang van onderwijs helpt niet wanneer het werkelijke probleem vervoer of honger is.
Hetzelfde geldt voor werkloosheid. Een opleiding aanbieden klinkt logisch, maar heeft weinig effect wanneer iemand geen kinderopvang kan betalen, geen auto heeft of vacatures alleen via informele netwerken worden ingevuld. Een lening voor een kleine ondernemer werkt niet als de markt verzadigd is of als de ondernemer vooral uit noodzaak werkt en geen schaalbaar bedrijfsmodel heeft.
Curaçao heeft daarom lokale armoedediagnoses nodig, per wijk en per doelgroep. Niet alleen: hoeveel mensen zijn arm? Maar ook: welke combinatie van problemen houdt hen arm? Een alleenstaande AOV’er heeft iets anders nodig dan een jonge ouder met twee tijdelijke banen. Een langdurig werkzoekende vraagt een andere aanpak dan een zelfstandige met wisselende inkomsten.
Een bruikbaar startpunt is één integraal intakebeeld per huishouden: inkomen, schulden, wonen, gezondheid, onderwijs, vervoer, digitale toegang en arbeidsmogelijkheden. Daarmee wordt zichtbaar waar een interventie de meeste beweging kan veroorzaken.

De tweede les: mensen zijn niet dom, maar hebben weinig speelruimte
Mensen met een laag inkomen worden gemakkelijk beoordeeld op hun keuzes. Waarom sparen zij niet? Waarom sluiten zij een dure lening af? Waarom besteden zij geld aan een telefoon, feest of televisie? Poor Economics waarschuwt voor dergelijke snelle conclusies.
Wie vrijwel geen buffer heeft, moet voortdurend kiezen tussen dringende behoeften. De rekening die vandaag moet worden betaald, wint het van een voordeel dat pas later ontstaat. Schaarste vraagt bovendien mentale aandacht. Wie zich zorgen maakt over huur, boodschappen en elektriciteit, heeft minder ruimte voor financiële planning, formulieren en lange procedures.
Ook sociale deelname heeft waarde. Mensen willen waardigheid, contact en momenten van ontspanning. Een uitgave die van buitenaf onnodig lijkt, kan voor het sociale leven van een huishouden belangrijk zijn. Dat betekent niet dat iedere keuze verstandig is. Het betekent wel dat beleid moet aansluiten bij werkelijk gedrag, niet bij het beeld van een volledig rationele burger met voldoende tijd en rust.
Praktisch kan Curaçao sparen en betalen eenvoudiger maken. Denk aan automatische kleine spaarbedragen op de dag van loonbetaling, betaalrekeningen zonder hoge vaste kosten, tijdige WhatsApp-herinneringen en betalingsregelingen die aansluiten op het moment waarop inkomen binnenkomt. Financiële educatie blijft nuttig, maar werkt beter wanneer producten en procedures goed gedrag ondersteunen.
De derde les: gratis is niet hetzelfde als toegankelijk
Banerjee en Duflo laten zien dat mensen soms geen gebruikmaken van gratis vaccinaties of controles, maar later wel geld uitgeven aan een behandeling. Preventie lijkt rationeel, maar de opbrengst is onzeker en onzichtbaar. De kosten zijn direct: vervoer, wachttijd, vrij nemen en administratieve moeite.
Dat inzicht is relevant voor Curaçao. Een voorziening kan formeel bestaan en toch praktisch onbereikbaar zijn. Een loket dat alleen tijdens werktijd open is, kost een werknemer mogelijk een deel van zijn loon. Een digitale aanvraag is niet eenvoudig voor iemand zonder computer, digitale vaardigheden of stabiel internet. Een zorgafspraak aan de andere kant van het eiland is niet gratis wanneer vervoer een probleem is.
De oplossing ligt niet altijd in een nieuw programma, maar soms in een beter ontwerp. Preventieve controles kunnen naar scholen, buurten en werkplekken worden gebracht. Afspraken kunnen buiten reguliere werktijden plaatsvinden. Verschillende controles kunnen op één dag worden gecombineerd. Een herinnering of een kleine stimulans kan deelname verhogen.
Dezelfde gedachte geldt voor sociale voorzieningen. Meet niet alleen hoeveel geld beschikbaar is, maar ook hoeveel rechthebbenden de voorziening daadwerkelijk bereiken, hoeveel stappen nodig zijn en hoeveel mensen tijdens de aanvraag afhaken.

De vierde les: onderwijs telt pas als kinderen leren
Onderwijs wordt vaak als belangrijkste route uit armoede genoemd. Dat is terecht, maar schoolinschrijving en aanwezigheid zijn nog geen leerresultaten. Een leerling kan dagelijks in de klas zitten en toch onvoldoende leren lezen, rekenen of schrijven.
Arme gezinnen kunnen bovendien gedwongen worden hun beperkte tijd en geld te concentreren op het kind dat volgens hen de grootste kans op succes heeft. Kinderen met een achterstand krijgen dan juist minder ondersteuning. Zonder interventie wordt de achterstand groter en werkt zij door naar het vervolgonderwijs en de arbeidsmarkt.
Voor Curaçao is een combinatie nodig van vroege signalering, taal- en rekenmetingen, begeleiding op feitelijk leerniveau, schoolmaaltijden, ouderondersteuning en betrouwbaar vervoer. Gezien de meertalige samenleving moet ook worden onderzocht in welke taal kinderen uitleg het beste begrijpen en hoe de overgang naar de instructietaal wordt begeleid.
De aansluiting met de arbeidsmarkt vraagt eveneens om bewijs. Niet het aantal deelnemers aan een cursus is de relevante prestatie, maar hoeveel deelnemers de opleiding afronden, werk vinden, na een jaar nog werken en een inkomen verdienen waarmee zij vooruitkomen.
De vijfde les: krediet maakt niet automatisch een ondernemer
Microkrediet werd lange tijd gepresenteerd als een bijna universele oplossing: geef iemand een lening en die persoon bouwt een onderneming op. Poor Economics maakt dit beeld realistischer. Veel mensen beginnen een kleine activiteit omdat zij geen beter betaald werk kunnen vinden. Zij zijn ondernemend, maar beschikken niet noodzakelijk over een onderneming die kan groeien.
Ook op Curaçao is een lening niet altijd het juiste antwoord. Een extra schuld kan het probleem vergroten wanneer de omzet onzeker is. Ondernemers moeten daarom worden onderscheiden. Een zelfstandige die vooral zijn eigen inkomen verdient, heeft mogelijk behoefte aan eenvoudige administratie, betaalbare verzekeringen, een zakelijke rekening en toegang tot opdrachten. Een bedrijf met groeipotentie heeft daarnaast kapitaal, personeel, managementkennis en toegang tot markten buiten Curaçao nodig.
Niet iedere werkzoekende hoeft ondernemer te worden. Soms is stabiel betaald werk, aangevuld met scholing en kinderopvang, een betere route naar bestaanszekerheid.
De Curaçaose paradox: groei zonder voldoende doorwerking
De Census 2023 laat zien dat armoede en ongelijkheid sterk ruimtelijk en sociaal zijn geconcentreerd. Huishoudens die uitsluitend afhankelijk zijn van onderstand of AOV bevinden zich volgens het CBS vrijwel allemaal onder de armoedegrens. Tegelijk zijn er wijken waar maar een klein deel van de huishoudens onder die grens valt. Curaçao kent dus niet alleen armoede, maar ook een scherpe scheiding in kansen en bestaanszekerheid.
Daar komt huisvesting bij. De wachtlijst voor sociale huurwoningen telt volgens recente berichtgeving meer dan 8.000 personen, terwijl ook achterstallig onderhoud speelt (en hier moeten we niet verwachten dat een Woningbouw Stichting, geplaagd door jarenlang falend beleid, achterstanden in financiële verantwoording en politieke inmenging, voor oplossingen zal zorgen). Wie een groot deel van het inkomen aan huur, reparaties of energie kwijt is, houdt weinig over voor voeding, zorg, scholing en sparen.
De groei van het toerisme biedt kansen, maar de relevante vraag is hoe de baten doorwerken. Hoeveel banen zijn duurzaam en voltijds? Welk loon wordt betaald? Hoeveel lokale ondernemingen leveren aan hotels en restaurants? Welk deel van de opbrengsten blijft op het eiland? Groei van bezoekersaantallen is geen sociaal resultaat op zichzelf.
Dit pleit voor een realistisch sociaal minimum, maar ook voor meer dan inkomensoverdracht. Minimumloon, onderstand en AOV moeten worden beoordeeld in relatie tot de werkelijke kosten van bestaan. Tegelijk moet beleid de structurele kosten en beperkingen aanpakken die huishoudens arm houden: wonen, vervoer, energie, gezondheid, onderwijs en schulden.
Van beleidsplan naar Curaçaos armoedelaboratorium
Banerjee en Duflo zijn bekend door beleidsexperimenten waarbij wordt onderzocht of een concrete interventie een meetbaar verschil maakt. Curaçao is te klein om ieder onderzoek op dezelfde manier uit te voeren. Groepen zijn beperkt, mensen kennen elkaar en informatie verspreidt zich snel. Maar de onderliggende werkwijze is juist geschikt voor een klein eiland.
Selecteer bijvoorbeeld twee wijken of enkele scholen. Definieer vooraf het probleem, de doelgroep, de interventie, de kosten en de indicatoren. Test een aanpak gedurende twaalf maanden. Vergelijk de ontwikkeling met een goede nulmeting of een vergelijkbare groep. Beoordeel daarna niet alleen hoeveel activiteiten zijn uitgevoerd, maar wat voor inwoners veranderde.
Een pilot voor schoolmaaltijden kan worden beoordeeld op aanwezigheid, concentratie en leerresultaten. Schuldhulp op betalingsachterstanden en financiële stabiliteit. Kinderopvang op arbeidsdeelname en netto-inkomen. Wijkgerichte gezondheidszorg op deelname aan controles en vermijdbare ziekenhuiszorg. Een leveranciersprogramma in het toerisme op lokale omzet en duurzame banen.
Daarbij hoort vooraf een ongemakkelijke maar noodzakelijke afspraak: een programma dat niet werkt, wordt aangepast of beëindigd. Tijdelijke projecten blijven nu te gemakkelijk bestaan omdat er inmiddels budgetten, functies en politieke belangen aan verbonden zijn. Meten heeft alleen zin als de uitkomst gevolgen heeft.

Eén huishouden, één samenhangend probleem
Armoede past zelden binnen de grenzen van één ministerie. Een alleenstaande ouder kan niet werken zonder opvang. Zonder werk blijft het inkomen laag. Door het lage inkomen ontstaan schulden. De stress beïnvloedt gezondheid en opvoeding. Kinderen beginnen vervolgens met een achterstand.
Toch behandelt iedere instantie vaak slechts één onderdeel. Het huishouden moet dezelfde informatie herhaaldelijk aanleveren en zelf de samenhang organiseren. Dat is precies wat mensen onder financiële druk moeilijk kunnen dragen.
Curaçao heeft daarom geen vrijblijvende overlegstructuur nodig, maar een integrale uitvoeringsaanpak met duidelijke bevoegdheden. Per huishouden kan één regisseur verantwoordelijk zijn voor een gezamenlijk plan rond inkomen, schulden, wonen, zorg, onderwijs en werk. Gegevensdeling moet zorgvuldig en rechtmatig gebeuren, maar privacy mag geen standaardargument worden om verkokering in stand te houden.
Ook betere data zijn noodzakelijk. Het CBS heeft met de Census 2023 een waardevolle basis gelegd. Die informatie moet regelmatiger worden aangevuld met wijkgegevens, uitvoeringsinformatie en resultaten van interventies. Wat niet wordt gemeten, wordt al snel bestuurd op indrukken en incidenten.
Geen liefdadigheid, maar economisch beleid
Armoedebestrijding wordt soms behandeld als sociaal beleid dat pas aan bod komt nadat de economie is geregeld. Dat is een vergissing. Armoede veroorzaakt hogere zorgkosten, slechtere leerprestaties, lagere productiviteit, schuldenproblematiek en verlies van menselijk kapitaal. Langdurige onzekerheid ondermijnt bovendien vertrouwen in overheid en instituties.
Een gulden die effectief wordt ingezet voor vroege ondersteuning kan later uitgaven aan zorg, uitkeringen en crisisinterventies voorkomen. Maar het woord effectief is doorslaggevend. Meer geld voor een programma is niet automatisch beter beleid. De vraag blijft wat het oplevert voor het huishouden en voor de samenleving.
Poor Economics geeft Curaçao uiteindelijk geen kant-en-klaar actieplan. Het boek geeft iets waardevollers: een methode om eerlijker en praktischer te handelen. Begin bij het dagelijkse leven van mensen. Splits het grote probleem op in concrete belemmeringen. Test oplossingen op beperkte schaal. Meet resultaten, leer van fouten en schaal alleen op wat werkt.
Curaçao is geen arm eiland. De kennis, instituties en economische mogelijkheden zijn aanwezig. Maar groei zonder brede doorwerking is geen vooruitgang. Wanneer bijna een derde van de huishoudens onder de armoedegrens leeft terwijl hotels vol zitten en de economie groeit, is armoede geen persoonlijk falen. Dan is het ook een vraagstuk van economische inrichting en bestuurlijke keuzes.
De oplossing zal niet bestaan uit één fonds, één verhoging of één nieuw beleidsdocument. Vooruitgang begint waarschijnlijk kleiner: bij een kind dat dankzij ontbijt en begeleiding beter leert; een werknemer die door kinderopvang een baan kan aannemen; een oudere die preventieve zorg in de wijk ontvangt; of een huishouden dat voor het eerst een kleine buffer opbouwt. Los van elkaar lijken dat bescheiden resultaten. Samen kunnen zij het verschil vormen tussen een rijk eiland met een arme bevolking en een eiland waarvan de welvaart werkelijk breder wordt gedeeld.

Dieudonne (Neetje) van der Veen is financieel en management bedrijfsadviseur. Zijn werk en ervaring liggen vooral op het gebied van financieel management en structurering van bedrijven in nood en Governance on Planning & Control-cycli.
De heer van der Veen heeft een masterdiploma bedrijfseconomie (Erasmus Universiteit Rotterdam), is Registeraccountant (Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants), CFE (Certified Fraud Examiner) en CICA (Certified Internal Control Auditor).
Bronnen
Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek Curaçao, Inkomens en inkomensverdeling in Curaçao 2023.
Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek Curaçao, Census 2023.
Bron: Sociaal-Economische Raad Curaçao, advies over bestaanszekerheid en werkende armen.

One Response
Sterk en herkenbaar artikel van de heer Van der Veen. Een belangrijke boodschap is dat economische groei op macroniveau niet automatisch leidt tot betere leefomstandigheden op microniveau. Juist daar ligt vaak de uitdaging.
Om de dieperliggende oorzaken van armoede en ongelijkheid aan te pakken, is een samenhangende aanpak nodig waarin economie, onderwijs, arbeidsmarkt en institutionele ontwikkeling elkaar versterken. Macro-economische cijfers kunnen positief zijn, maar uiteindelijk gaat het erom of mensen, gezinnen en ondernemers daar daadwerkelijk de voordelen van ervaren.
Dank voor deze waardevolle bijdrage aan het debat. Dergelijke inzichten helpen ons om verder te kijken dan de cijfers en gezamenlijk te werken aan duurzame en inclusieve vooruitgang voor Curaçao.