CG-6.5.2 | ENNIA VERSUS PALM: twee faillissementen
Deze blog gaat over Casus – Ennia, zaaknummer CUR202502297 en CUR202502298, beide vonnissen van 18 juli 2025 van het Gerecht in eerste Aanleg, en is een samenvatting van die vonnissen. Beide vonnissen tellen 3 pagina’s elk en behandelen de zaak EC investments BV en VEHIE NV (Ennia c.s) tegen Palm en Palm management Services BV afzonderlijk.
FEITEN
Deze blog behandelt 2 bijna identieke vonnissen, het eerste gericht tegen R.A.R. Palm Management Services B.V. en één tegen Ralph A. R. Palm persoonlijk. Deze twee vonnissen zijn duidelijk “familie” van elkaar. De opbouw is bijna identiek, de juridische toets is hetzelfde en de uitkomst ook: zowel Palm Management als Palm persoonlijk worden failliet verklaard.
Maar onder de oppervlakte zitten belangrijke verschillen.
In beide zaken vragen E.C. Investments B.V. en VEHIA N.V., samen aangeduid als Ennia c.s., om faillietverklaring. Het gaat dus niet meer om de inhoudelijke discussie over bonussen, woonvergoedingen, autokosten of creditcarduitgaven. Die fase lag al eerder bij de rechter. Deze vonnissen gaan over de volgende stap: kunnen Ennia c.s. hun vorderingen gebruiken om faillissement aan te vragen?
Bij Palm Management baseert Ennia c.s. zich op twee vonnissen. Ten eerste het vonnis van 6 maart 2023, waarin Palm Management is veroordeeld tot betaling van bijna Cg 3,4 miljoen plus wettelijke rente. Ten tweede het Hof-vonnis van 15 april 2025, waarin Palm Management is veroordeeld tot betaling van ruim Cg 23.000 aan Ennia c.s. Als steunvordering noemt Ennia c.s. een vonnis van 7 oktober 2024, waarin Palm Management is veroordeeld tot betaling aan Banco di Caribe van ruim Cg 1,7 miljoen.

Bij Palm persoonlijk is het pakket zwaarder. Ennia c.s. beroept zich daar op drie vonnissen. Naast het vonnis van 6 maart 2023, ditmaal voor bijna Cg 4 miljoen, en het Hof-vonnis van 15 april 2025 voor ruim Cg 23.000, is er ook nog een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis van 29 november 2021 waarin Palm persoonlijk is veroordeeld tot betaling van ongeveer Cg 200 miljoen. Als steunvordering wordt een Banco di Caribe-vonnis genoemd van ruim Cg 2,2 miljoen.
Dat is meteen het grootste verschil: bij Palm persoonlijk speelt een veel grotere financiële exposure. Het faillissement van Palm Management draait om miljoenen. Het faillissement van Palm persoonlijk draait, door het vonnis van 2021, om honderden miljoenen.
GESCHIL
De kernvraag in beide zaken is hetzelfde: zijn Palm Management en Palm in de toestand dat zij hebben opgehouden te betalen?
Volgens artikel 5 lid 3 van het Faillissementsbesluit 1931 moet summierlijk blijken dat de schuldenaar is opgehouden te betalen. Er moet ook blijken van het vorderingsrecht van de verzoekende schuldeiser. Daarnaast geldt het pluraliteitsvereiste: er moeten meerdere schuldeisers zijn. Maar pluraliteit alleen is niet genoeg. De rechter moet ook kijken of daadwerkelijk sprake is van een toestand van niet-betalen.
Palm Management voert aan dat de vorderingen allemaal voortkomen uit hetzelfde conflict met dezelfde groep. Volgens Palm Management gaat het feitelijk om vennootschappen uit de Ennia-groep die vorderingen pretenderen te hebben. De vraag is dan of er wel echte pluraliteit is. Daarnaast stelt Palm Management dat zij geen activa en geen inkomsten heeft. Een faillissement zou dus snel worden opgeheven bij gebrek aan baten. Daarom zou Ennia c.s. geen belang hebben.
Palm persoonlijk voert vergelijkbare argumenten aan, maar voegt daar iets belangrijks aan toe. Hij stelt dat Ennia c.s. misbruik maken van hun bevoegdheid. Volgens Palm lijkt het faillissementsverzoek bedoeld om hem in lopende procedures “monddood” te maken. Ook stelt hij dat hij al zeven jaar geen werk heeft en geen vermogen.
Dat laatste argument komt alleen terug in het vonnis tegen Palm persoonlijk. Het maakt dat vonnis juridisch en governance-matig net iets interessanter dan het vonnis tegen Palm Management.
OORDEEL
Het Gerecht wijst beide faillissementsverzoeken toe.
Over het pluraliteitsvereiste is het Gerecht kort maar duidelijk. Banco di Caribe heeft weliswaar in het verleden deel uitgemaakt van de Ennia-groep, maar is een zelfstandige entiteit met eigen vorderingen. Die vorderingen kunnen dus als steunvordering dienen. Daarmee zijn er meerdere schuldeisers.
Ook het argument dat de zaken nog onder de rechter zijn, helpt Palm en Palm Management niet. De vonnissen zijn uitvoerbaar bij voorraad. Dat betekent dat de vorderingen opeisbaar zijn, ook als er nog hoger beroep loopt of verdere procedures aanhangig zijn. Dat is hard, maar juridisch logisch: uitvoerbaarheid bij voorraad betekent dat je niet mag wachten tot de laatste juridische ronde voorbij is.
Vervolgens kijkt het Gerecht naar de feitelijke betalingstoestand. Zowel Palm Management als Palm kunnen niet betalen. Daarmee is volgens het Gerecht voldaan aan de toestand van te hebben opgehouden te betalen.
Dan het belang bij faillissement. Palm Management en Palm zeggen eigenlijk: er is toch geen vermogen, dus wat heeft Ennia hieraan? Het Gerecht gaat daar niet in mee. Het belang van een schuldeiser bij faillissement is juist dat een curator onderzoek kan doen naar vermogensbestanddelen, die kan gelde maken en de opbrengst kan verdelen onder schuldeisers. Ennia hoeft niet vooraf aannemelijk te maken dat er vermogen is. Dat is precies het werkterrein van de curator. De enkele stelling “er is niets” is onvoldoende.
Bij Palm persoonlijk gaat het Gerecht nog een stap verder, omdat daar het verwijt van misbruik van bevoegdheid speelt. Het Gerecht erkent dat een faillissementsverzoek kan worden afgewezen als voldoende belang ontbreekt of als sprake is van misbruik van bevoegdheid. Maar daarvan is volgens het Gerecht geen sprake. Het is in een faillissement niet aan Ennia om te bepalen of Palm zijn procedures kan voortzetten. Voor zover procedures betrekking hebben op verifieerbare vorderingen, zal Palm met de curator moeten overleggen over voortzetting. Het argument dat hij monddood wordt gemaakt, wordt dus verworpen.
De uitkomst is hetzelfde: zowel Palm Management als Palm persoonlijk worden failliet verklaard. In beide zaken wordt mr. I. Tubben benoemd tot rechter-commissaris en mr. B. Nagelmakers tot curator.

GOVERNANCE-LESSEN
Wat mij opvalt, is dat deze vonnissen minder gaan over de oude Ennia-governance zelf, en meer over de nasleep daarvan. Dit is de fase waarin vonnissen, aansprakelijkheden en verhaalsacties hun eigen dynamiek krijgen.
De eerste les is dat governanceproblemen niet eindigen bij een inhoudelijk vonnis. Als eenmaal aansprakelijkheid of terugbetaling is vastgesteld, begint de executiefase. Dan verschuift de discussie van “wie had gelijk?” naar “waar kan worden verhaald?”
De tweede les is dat een management-BV geen veilige juridische muur is als er ook persoonlijke aansprakelijkheden of parallelle vorderingen bestaan. In deze twee vonnissen zie je dat mooi: Palm Management en Palm worden afzonderlijk beoordeeld. De argumenten lijken op elkaar, maar de financiële basis verschilt fors.
De derde les is dat “geen vermogen” geen sterk schild is tegen faillissement. Juist de curator krijgt de taak om te onderzoeken of er toch vermogen, transacties, vorderingen of andere verhaalsmogelijkheden zijn.
De vierde les is dat groepsverhoudingen niet automatisch pluraliteit uitsluiten. Banco di Caribe had vroeger banden met de Ennia-groep, maar dat maakt haar nog niet dezelfde schuldeiser. Juridische zelfstandigheid telt.
De vijfde les is processtrategie. Een faillissementsaanvraag kan druk zetten. Dat is duidelijk. Maar druk zetten is niet automatisch misbruik. Zeker niet als er uitvoerbare vonnissen liggen en niet wordt betaald.
Mijn conclusie: deze twee vonnissen zijn bijna kopieën, maar de verschillen doen ertoe. Bij Palm Management is het faillissement vooral een verhaalsinstrument tegen een lege managementvennootschap. Bij Palm persoonlijk is het veel zwaarder, omdat daar ook de grote claim van ongeveer Cg 200 miljoen meespeelt en omdat Palm het faillissement neerzet als poging om hem procedureel uit te schakelen. Het Gerecht gaat daar niet in mee. De curator krijgt nu de sleutel in handen.
JURIDISCH ANALYSE PER DEELVORM
| Deelvorm | Palm Management | Palm persoonlijk | Verschil / analyse |
| Partijen | Verzoek tegen R.A.R. Palm Management Services B.V. | Verzoek tegen Ralph Albert Rutger Palm persoonlijk | Zelfde verzoekers, maar andere schuldenaar: rechtspersoon versus natuurlijke persoon. |
| Verzoekers | E.C. Investments B.V. en VEHIA N.V., samen Ennia c.s. | Idem | In deze faillissementsvonnissen is Ennia c.s. dus ECI + VEHIA. |
| Juridische basis | Artikel 5 lid 3 Faillissementsbesluit 1931 | Idem | De toets is hetzelfde: vorderingsrecht, pluraliteit en toestand van opgehouden betalen. |
| Hoofdvorderingen Ennia | Twee vonnissen: bijna Cg 3,4 miljoen en ruim Cg 23.000 | Drie vonnissen: bijna Cg 4 miljoen, ruim Cg 23.000 en ongeveer Cg 200 miljoen | Grootste verschil. Bij Palm persoonlijk is de financiële grondslag veel zwaarder. |
| Steunvordering | Banco di Caribe-vordering van ruim Cg 1,7 miljoen | Banco di Caribe-vordering van ruim Cg 2,2 miljoen | Beide steunvorderingen komen van Banco di Caribe, maar bedragen verschillen. |
| Pluraliteitsverweer | Palm Management stelt dat alles feitelijk uit de Ennia-groep komt. | Palm stelt hetzelfde. | Verworpen in beide zaken. Banco di Caribe is zelfstandige entiteit met eigen vordering. |
| Opeisbaarheid | Vonnissen zijn uitvoerbaar bij voorraad. | Idem | Dat procedures nog lopen, doet niet af aan de opeisbaarheid. |
| Toestand van opgehouden betalen | Palm Management heeft geen activa en inkomsten en betaalt niet. | Palm heeft volgens eigen stelling geen werk/vermogen en betaalt niet. | In beide gevallen ziet het Gerecht betalingsonmacht als voldoende duidelijk. |
| Belang bij faillissement | Palm Management stelt dat faillissement zinloos is wegens gebrek aan baten. | Palm stelt hetzelfde. | Verworpen. De curator mag juist onderzoeken of er vermogen is. |
| Misbruik van bevoegdheid | Niet echt zelfstandig uitgewerkt als “monddood”-argument. | Wel expliciet: Palm stelt dat Ennia hem procedureel monddood wil maken. | Belangrijk verschil. Alleen bij Palm persoonlijk behandelt het Gerecht dit expliciet. |
| Oordeel over misbruik | Niet afzonderlijk centraal. | Geen misbruik. Voortzetting van procedures loopt via overleg met curator. | Het persoonlijke faillissement heeft directere gevolgen voor Palm’s procespositie. |
| Curatorrol | Curator onderzoekt vermogen van Palm Management. | Curator onderzoekt vermogen van Palm en kan rol krijgen bij lopende procedures. | Bij Palm persoonlijk is curatorrol breder en gevoeliger door lopende procedures. |
| Uitkomst | Palm Management failliet verklaard. | Palm persoonlijk failliet verklaard. | Zelfde uitkomst, maar andere impact. |
| Rechter-commissaris | Mr. I. Tubben | Mr. I. Tubben | Gelijk. |
| Curator | Mr. B. Nagelmakers | Mr. B. Nagelmakers | Gelijk. |
| Governance-betekenis | Laat zien dat een management-BV niet per se bescherming biedt als er grote uitvoerbare vorderingen liggen. | Laat zien dat persoonlijke aansprakelijkheid uiteindelijk ook persoonlijk verhaals- en faillissementsrisico kan worden. | Samen tonen de vonnissen de juridische nasleep van falende governance en betwiste bestuurdersbetalingen. |

Dieudonne (Neetje) van der Veen is financieel en management bedrijfsadviseur. Zijn werk en ervaring liggen vooral op het gebied van financieel management en structurering van bedrijven in nood en Governance on Planning & Control-cycli.
De heer van der Veen heeft een masterdiploma bedrijfseconomie (Erasmus Universiteit Rotterdam), is Registeraccountant (Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants), CFE (Certified Fraud Examiner) en CICA (Certified Internal Control Auditor).