O – 12 | INTERNATIONAAL RECHT: WANNEER REGELS ALLEEN VOOR ANDEREN GELDEN
Ik begin met te verwijzen naar een artikel in Reuters (https://www.reuters.com/world/eu-can-no-longer-rely-rules-based-system-against-threats-von-der-leyen-says-2026-03-09). Dit artikel is mede de basis voor deze blog. Dit artikel meldt dat voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen heeft verklaard dat de Europese Unie niet langer uitsluitend kan vertrouwen op het internationale “rules-based system” om haar veiligheid en belangen te beschermen. Volgens haar is de wereld geopolitiek instabieler geworden en nemen dreigingen toe, waardoor Europa meer macht en invloed moet kunnen inzetten in plaats van alleen te vertrouwen op regels en internationale afspraken.
Deze opinie-blog past in “mijn straatje” van “desilusie” met wat om mee heen gebeurt. Klinkt dramatisch, maar het is een (teleurstellende) constatering van allerdaagse realiteit. Onderwerp deze keer is: Might makes Right, of te wel het Recht zit bij de sterken.
De afgelopen jaren hoor je leiders van landen steeds vaker plechtig spreken over de “rules-based international order”. Het klinkt indrukwekkend. Alsof er ergens een strak juridisch handboek bestaat waar iedereen zich aan houdt.
Alleen… wanneer je naar de praktijk kijkt, lijkt het soms meer op een menukaart dan op een wetboek.

Neem de “recente” gebeurtenissen rond Gaza, Venezuela en Iran (maar ook vele anderen). Drie totaal verschillende situaties, drie verschillende geopolitieke contexten, maar één opvallende constante: het debat over mogelijke schendingen van internationaal recht en vooral de opmerkelijke stilte van veel landen wanneer het politiek ongemakkelijk wordt om daar iets van te vinden.
Bij Gaza wijzen verschillende landen en organisaties op mogelijke schendingen van het humanitair recht en de proportionaliteit van militair geweld. Tegelijkertijd zien we landen die normaal gesproken de mond vol hebben van mensenrechten ineens diplomatiek fluisteren. Niemand wil zijn bondgenoot te hard aanspreken.
Bij Venezuela gebeurde iets vergelijkbaars. De militaire interventie van de Verenigde Staten werd door juristen en de VN bekritiseerd als een mogelijke schending van het verbod op geweld uit het VN-Handvest. Maar de internationale reactie bleef opmerkelijk gematigd. Veel landen vonden het blijkbaar verstandiger om voorzichtig te kijken… en verder niets te doen.
En nu Iran. De recente militaire aanvallen en escalaties in de regio hebben opnieuw het debat geopend over de vraag wat nu eigenlijk onder zelfverdediging valt en wat niet. Sommige Europese ministers stellen ronduit dat bepaalde aanvallen het internationaal recht schenden.
Maar tegelijkertijd zien we vooral diplomatieke formuleringen als “maximale terughoudendheid” en “alle partijen moeten zich aan het recht houden”.
Even een zijstraatje. Voor de geinteresseerde lezer, verwijs ik naar onderstaande Youtube-video Internationaal recht voor wat meer achtergrond informatie.
Dat klinkt mooi. Maar het betekent vaak vooral dat niemand echt verantwoordelijkheid wil nemen.
Het patroon is inmiddels vrij herkenbaar. Wanneer een geopolitieke tegenstander het internationaal recht schendt, is de verontwaardiging luid en principieel. Wanneer een bondgenoot dat doet of wanneer de situatie strategisch ingewikkeld is wordt het ineens stil.
En zo komen we terug bij twee thema’s waar ik eerder over schreef.
In mijn blog “Waarom checks and balances afbrokkelen” (https://neetjevanderveen.com/cg-5-waarom-checks-en-balances-afbrokkelen/) ging het over instituties die langzaam hun kracht verliezen wanneer niemand ze nog actief verdedigt. Hetzelfde gebeurt op internationaal niveau. Regels bestaan alleen zolang landen bereid zijn ze consequent toe te passen.
In “Wanneer zwijgen rationeel wordt” (https://neetjevanderveen.com/cg-5-1-wanneer-zwijgen-rationeel-wordt-vervolg-blog-op-waarom-checks-en-balances-afbrokkelen/) beschreef ik hoe mensen binnen organisaties soms liever hun mond houden dan risico nemen. Dat mechanisme lijkt inmiddels ook op landen van toepassing. Zwijgen is vaak veiliger dan consequent zijn.
En eerlijk gezegd: het is ergens ook begrijpelijk. Internationale politiek draait nu eenmaal om belangen, energieprijzen, handelsroutes en militaire allianties. Principes zijn belangrijk… totdat ze economisch of strategisch duur worden.
Maar dat brengt ons bij een ongemakkelijke vraag.
Waarom hebben we eigenlijk internationaal recht als we het alleen serieus nemen wanneer het ons uitkomt?
Internationaal recht was ooit bedoeld om macht te begrenzen. Om te voorkomen dat de sterkste simpelweg kon doen wat hij wilde. Maar wanneer handhaving selectief wordt, verandert het systeem langzaam in iets anders: een moreel vocabulaire dat landen gebruiken om hun eigen positie te legitimeren.
Dan wordt het recht een retorisch instrument. Geen grens aan macht, maar een argument in het geopolitieke debat. En dat is misschien wel het cynische van deze tijd. Iedereen blijft het belang van internationaal recht benadrukken. Conferenties, resoluties, verklaringen het klinkt allemaal indrukwekkend. Maar ondertussen leren landen vooral één les van elkaar:
Regels zijn belangrijk. Vooral wanneer ze voor anderen gelden.
Maar als regels alleen gelden wanneer het uitkomt, laten we dan eerlijk zijn: dan is internationaal recht geen recht meer. Dan is het gewoon geopolitiek… met een juridische verpakking.
Misschien zei Ursula von der Leyen het wel eerlijker dan de meeste diplomaten durven: Europa kan niet langer alleen op regels vertrouwen. Dat is waarschijnlijk ook de eerste regel van het internationale recht die nooit officieel wordt opgeschreven: regels werken vooral wanneer er macht achter staat.
Misschien is dat wel de ongemakkelijke conclusie van deze tijd. Zoals ik eerder schreef over afbrokkelende checks and balances en over hoe zwijgen soms rationeel wordt: ook staten blijken daar gevoelig voor. In een wereld waar macht steeds vaker de doorslag geeft, wordt stilte soms eenvoudiger dan consequent zijn.

Dieudonne (Neetje) van der Veen is financieel en management bedrijfsadviseur. Zijn werk en ervaring liggen vooral op het gebied van financieel management en structurering van bedrijven in nood en Governance on Planning & Control-cycli.
De heer van der Veen heeft een masterdiploma bedrijfseconomie (Erasmus Universiteit Rotterdam), is Registeraccountant (Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants), CFE (Certified Fraud Examiner) en CICA (Certified Internal Control Auditor).