CG-6-8 | ENNIA VERSUS DERBY OP SINT MAARTEN, SALARIS ZONDER FUNCTIE

CG-6-8 | ENNIA VERSUS DERBY OP SINT MAARTEN, SALARIS ZONDER FUNCTIE

Deze blog gaat over zaak EC Investments B.V., Ennia Caribe Holding N.V. en Ennia Caribe Leven N.V. tegen Clarence Otto Bernard Derby op Sint Maarten, zaaknummer SXM202301272, van 26 NOVEMBER 2024 van het Gerecht in Eerste Aanleg, en is een samenvatting van die vonnis. Dit vonnis telt 10 pagina’s.

FEITEN

We kennen inmiddels het grote verhaal: Ennia werd in 2006 overgenomen door Hushang Ansary via Parman International. In de jaren daarna kwam SunResorts, met het bekende Mullet Bay-terrein op Sint Maarten, een centrale rol te spelen in de balans van Ennia. Op enig moment stond Mullet Bay voor ruim US$ 430 miljoen in de boeken van Ennia. De investering in SunResorts vertegenwoordigde zelfs ongeveer 55% van de totale balanswaarde van Ennia. Dat alleen al laat zien hoe groot het belang van dit dossier was.

 

Clarence Derby werkte al sinds 1973 voor SunResorts. Hij kreeg van SunResorts een maandelijks nettosalaris van ongeveer US$ 5.309. Daarnaast ontving hij vanaf 2008 tot 2018 ook betalingen via Ennia: eerst US$ 4.166,67 per maand, later US$ 9.600,25 per maand. Volgens Ennia was daar geen juridische basis voor. Geen arbeidsovereenkomst met Ennia. Geen opdrachtovereenkomst. Geen aantoonbare dienst. Ennia stelde daarom dat Derby feitelijk een soort “spookwerknemer” was: iemand die wel werd betaald, maar niet voor Ennia werkte.

De betalingen stopten na de noodregeling. Op 3 juli 2018 trok de Centrale Bank de vergunningen van de verzekeraars in. Op 4 juli 2018 werd de noodregeling uitgesproken. Daarna begon Ennia haar dossiers uit te pluizen. In 2019 en later in 2022 en 2023 werd Derby aangeschreven. Uiteindelijk vorderde Ennia terugbetaling van NAf 3.845.575.

GESCHIL

De kernvraag was simpel, maar juridisch belangrijk: mocht Derby deze betalingen houden, of waren ze onverschuldigd betaald?

Ennia stelde dat Derby tussen 2008 en 2018 geld kreeg zonder rechtsgrond. Volgens Ennia werkte Derby voor SunResorts, niet voor Ennia. Als hij al werkzaamheden verrichtte voor The Towers of Mullet Bay, dan had The Towers hem moeten betalen, niet Ennia. Ook wees Ennia erop dat op de loonbelastingkaarten van Derby als functie “commissaris” stond vermeld, terwijl vaststond dat Derby geen commissaris van Ennia was. Dat is nogal veelzeggend. Een verkeerde functienaam op een loonbelastingkaart is niet meteen fataal, maar in deze context werd het een belangrijk signaal dat de administratieve werkelijkheid niet klopte.

Derby verweerde zich op meerdere manieren. Ten eerste stelde hij dat de vordering verjaard was. Volgens hem wist Ennia uiterlijk bij de noodregeling in juli 2018 dat de betalingen hadden plaatsgevonden. Omdat Ennia pas in november 2023 procedeerde, zou de vijfjaarstermijn zijn verstreken. Daarnaast stelde Derby dat hij meerdere functies had: General Manager van SunResorts, General Manager van The Towers en Senior Vice-President van SunResorts. Volgens hem was het totale bedrag dat hij ontving gewoon zijn totale beloning. Het deel via Ennia was volgens hem niet door hem bedacht, maar door Ansary en de groep zo georganiseerd.

In reconventie wilde Derby dat de conservatoire beslagen werden opgeheven. Hij vond dat de vordering van Ennia ondeugdelijk was en dat de beslagen niet rechtsgeldig waren gelegd.

OORDEEL

Het Gerecht gaat stevig door de feiten heen en komt uiteindelijk tot een duidelijke conclusie: Derby moet terugbetalen.

Eerst behandelt het Gerecht het beroep op verjaring. Een vordering uit onverschuldigde betaling verjaart na vijf jaar vanaf het moment waarop de schuldeiser bekend is met de vordering en met de ontvanger. Maar belangrijk is dat de schuldeiser ook daadwerkelijk in staat moet zijn om een rechtsvordering in te stellen. Het Gerecht neemt, net als partijen, als uitgangspunt dat de termijn begon bij de noodregeling op 4 juli 2018. Dan zou de termijn op 4 juli 2023 eindigen. Maar Ennia had de verjaring tijdig gestuit, onder meer door de e-mail van 14 oktober 2019 en de brief van 12 december 2022. Het beroep op verjaring faalt dus.

Daarna kijkt het Gerecht naar de vraag of Derby recht had op de extra betalingen. Derby kon volgens het Gerecht onvoldoende onderbouwen dat hij twee of drie afzonderlijke functies had waarvoor hij apart betaald moest worden. Dat hij werkzaamheden voor The Towers zou hebben verricht, overtuigde het Gerecht ook niet. Voor de periode daarvoor gaf Derby onvoldoende uitleg. Bovendien: als Derby voor The Towers werkte, dan had The Towers hem moeten betalen. Niet Ennia.

Het Gerecht vindt ook de uitleg over werkzaamheden voor Ennia zelf onvoldoende. Derby had nog aangevoerd dat hij bijvoorbeeld vergaderingen voor Ennia op Sint-Maarten organiseerde. Maar één e-mail over een Ennia Board Meeting was daarvoor veel te mager. En zelfs als hij dat soort dingen deed, dan is een maandelijkse nettobetaling van US$ 9.600,25 daarvoor buiten-proportioneel.

Een belangrijk stuk bewijs was de verklaring van Andraous uit 2020. Daarin stond dat Derby in dienst was van SunResorts en een salaris van SunResorts ontving van ongeveer US$ 5.300 per maand. Het woord “only” speelde daarbij een grote rol. Volgens het Gerecht ondergraaft die verklaring juist Derby’s verhaal dat hij daarnaast recht had op een aparte betaling via Ennia.

Daarmee komt het Gerecht tot de conclusie: tegenover de betalingen van Ennia stond geen tegenprestatie van Derby. Er was dus geen rechtsgrond. De maandelijkse betalingen waren onverschuldigd betaald. Ook het deel van de onkostenvergoedingen wordt toegewezen, omdat Derby daartegen onvoldoende verweer had gevoerd.

Dan nog een vraag: moet Derby het netto ontvangen bedrag terugbetalen, of het bruto bedrag inclusief loonbelasting en premies? Derby stelde dat hij slechts ongeveer NAf 1,856 miljoen had ontvangen. Ennia vorderde het brutobedrag. Het Gerecht volgt Ennia. De redenering is praktisch: loonbelasting en premies zijn onderdeel van de loonkosten. Die zijn namens of ten behoeve van Derby afgedragen. Dus moet het brutobedrag worden terugbetaald.

Het eindresultaat is hard: Derby wordt veroordeeld tot betaling van NAf 3.845.575, vermeerderd met wettelijke rente. Daarnaast moet hij de beslagkosten en proceskosten betalen. Zijn reconventionele vordering tot opheffing van de beslagen wordt afgewezen.

GOVERNANCE – LESSEN

Interessant is hoe gewone administratieve keuzes later ineens grote juridische betekenis krijgen. Wie betaalt? Op basis van welke overeenkomst? Voor welke prestatie? Onder welke functiecode? Via welke entiteit? In gezonde governance zijn dat basale vragen. In dit dossier werden ze blijkbaar jarenlang niet strak genoeg gesteld.

De eerste les is dat groepsverhoudingen geen excuus zijn voor slordige geldstromen. Dat Ansary binnen de groep veel macht had, betekent niet dat elke groepsvennootschap zomaar betalingen mag doen voor een andere entiteit. Een verzekeraar beheert middelen die uiteindelijk polishouders moeten beschermen. Dan moet elke betaling zakelijk, controleerbaar en verdedigbaar zijn.

De tweede les: functies moeten echt zijn. Als iemand als “commissaris” wordt verloond, terwijl hij geen commissaris is, gaat er iets fundamenteel mis. Niet alleen fiscaal of administratief, maar ook governance-technisch. Titels, rollen en verantwoordelijkheden zijn geen decoratie. Ze bepalen bevoegdheid, verantwoording en legitimiteit.

De derde les zit in het bewijs. Derby zei: ik deed werk voor SunResorts, The Towers en misschien ook Ennia. Maar het Gerecht kijkt naar onderbouwing. Waar is de overeenkomst? Waar is de rekening-courant? Waar is de administratie waaruit blijkt dat Ennia dit namens The Towers betaalde? Waar is de prestatie? Als die stukken ontbreken, blijft er vooral een ongemakkelijke conclusie over: geld is betaald, maar de zakelijke basis ontbreekt.

De vierde les is misschien de belangrijkste voor bestuurders en commissarissen: langdurige praktijk maakt een betaling niet automatisch rechtmatig. Dat iets tien jaar lang gebeurt, betekent niet dat het juridisch klopt. Integendeel, hoe langer het doorgaat, hoe groter vaak de schade en hoe pijnlijker de herstelactie.

Voor Ennia is dit vonnis daarom meer dan een incassoprocedure. Het is opnieuw een stukje reconstructie van een bestuurscultuur waarin groepsbelang, persoonlijke verhoudingen en administratieve werkelijkheid door elkaar gingen lopen. En juist daar ontstaat governance-schade: niet in één grote klap, maar in terugkerende betalingen die niemand hard genoeg bevraagt.

 


 

JURIDISCHE ANALYSE PER DEELVORM

Deelvorm Kernvraag Standpunt Ennia Verweer Derby Oordeel Gerecht Analyse / betekenis
Onverschuldigde betaling Was er een rechtsgrond voor de betalingen via Ennia? Nee. Derby werkte niet voor Ennia en er was geen overeenkomst of prestatie. De betalingen vormden onderdeel van zijn totale beloning voor werkzaamheden bij SunResorts, The Towers en als Senior Vice-President. Geen rechtsgrond. Derby leverde geen tegenprestatie aan Ennia. Dit is de kern van het vonnis. Betaling alleen is niet genoeg; er moet een juridische titel en zakelijke prestatie zijn.
Verjaring Was Ennia te laat met procederen? Nee. De verjaring is tijdig gestuit door correspondentie in 2019, 2022 en 2023. Ja. Volgens Derby begon de termijn in juli 2018 en was geen geldige stuiting verricht. Het beroep op verjaring faalt. Belangrijk is dat een vordering uit onverschuldigde betaling een verbintenis uit de wet is. Stuiting kon hier door schriftelijke mededeling.
Bewijslast en onderbouwing functies Had Derby meerdere functies die extra betaling rechtvaardigden? Nee. SunResorts betaalde hem voor zijn werk; extra functies zijn onvoldoende aangetoond. Ja. Hij had meerdere key functions. Onvoldoende onderbouwd. Functietitels zonder contractuele, administratieve en feitelijke onderbouwing dragen weinig gewicht.
Werkzaamheden voor The Towers Kon Ennia betalen voor werk bij The Towers? Als Derby voor The Towers werkte, moest The Towers betalen of moest dit in rekening-courant worden geboekt. De betalingen zagen mede op werkzaamheden voor The Towers. Niet overtuigend. The Towers is een aparte entiteit. Hier trekt het Gerecht een duidelijke governance-lijn: groepsmaatschappijen zijn juridisch geen grabbelton.
Werkzaamheden voor Ennia Heeft Derby iets voor Ennia gedaan dat US$ 9.600,25 per maand waard was? Nee. Hij organiseerde onder meer vergaderingen op Sint Maarten. Onvoldoende onderbouwd en disproportioneel. Incidentele ondersteuning is niet hetzelfde als structureel recht op een hoog maandelijks bedrag.
Loonbelastingkaarten / functie “commissaris” Wat betekent het dat Derby als commissaris stond vermeld? Dit bevestigt dat de administratie niet klopte; Derby was geen commissaris. Geen doorslaggevend argument volgens Derby. Het weegt mee tegen Derby. Administratieve labels kunnen later bewijswaarde krijgen. Een onjuiste functieomschrijving is dus niet onschuldig.
Bruto of netto terugbetaling Moet Derby bruto of netto terugbetalen? Bruto, inclusief afgedragen belastingen en premies. Netto, omdat hij het bruto bedrag niet volledig zelf ontving. Bruto bedrag wordt toegewezen. Voor de terugvordering tellen ook bedragen mee die ten behoeve van Derby zijn afgedragen.
Onkostenvergoedingen Moesten ook onkostenvergoedingen terug? Ja, ook daarvoor ontbrak een rechtsgrond. Onvoldoende concreet verweer. Toegewezen. Wie vergoedingen ontvangt, moet kunnen uitleggen waarvoor die zakelijk waren.
Beslagen / reconventie Moesten de conservatoire beslagen worden opgeheven? Nee, de vordering is toewijsbaar en de beslagen zijn correct gelegd. Ja, volgens Derby waren de beslagen onterecht en nietig. Vorderingen Derby afgewezen. Omdat Ennia inhoudelijk wint, blijven de beslagen staan. Ook de formele bezwaren halen het niet.
Proceskosten Wie betaalt de kosten? Derby moet betalen. Derby vorderde juist kostenveroordeling van Ennia. Derby wordt veroordeeld in beslag- en proceskosten. De financiële gevolgen lopen verder op door rente, beslagkosten en proceskosten.

 


 

Dieudonne (Neetje) van der Veen is financieel en management bedrijfsadviseur. Zijn werk en ervaring liggen vooral op het gebied van financieel management en structurering van bedrijven in nood en Governance on Planning & Control-cycli.

De heer van der Veen heeft een masterdiploma bedrijfseconomie (Erasmus Universiteit Rotterdam), is Registeraccountant (Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants), CFE (Certified Fraud Examiner) en CICA (Certified Internal Control Auditor).

Share This Post

Leave a Reply