CG-5 | WAAROM CHECKS EN BALANCES AFBROKKELEN.

WAAROM CHECKS EN BALANCES AFBROKKELEN.

Een governance-perspectief op waarom samenlevingen hun fouten blijven herhalen

Samenlevingen hebben geen gebrek aan historische waarschuwingen. Die zijn er genoeg. De geschiedenis staat vol voorbeelden van institutioneel verval, machtsmisbruik, politieke inkapseling en morele erosie. Grondwetten worden herschreven, governance-codes aangescherpt en toezichtmechanismen versterkt, vaak als directe reactie op eerdere mislukkingen. En toch, “we vergeten”, en bewegen samenlevingen zich keer op keer weer in de richting van dezelfde patronen die zij juist wilden voorkomen.

Vanuit een governance-perspectief is dit echter geen kwestie van vergeten of gebrek aan kennis. Het is een structurele zwakte die besloten ligt in de manier waarop checks and balances zich in de tijd ontwikkelen. Governance-systemen falen niet omdat mensen de geschiedenis niet kennen, maar omdat macht, prikkels en menselijk gedrag instituties geleidelijk hervormen, totdat waarborgen vooral symbolisch zijn geworden.

Governance is gebaseerd op wantrouwen, maar wordt uitgevoerd op basis van vertrouwen

De intellectuele basis van checks and balances is uitgesproken realistisch. Politieke denkers zoals Montesquieu begrepen dat machtsconcentratie gevaarlijk is, niet omdat leiders per definitie slecht zijn, maar omdat zelfs goedbedoelende mensen vatbaar zijn voor eigenbelang, bias en rationalisatie. Scheiding der machten, onafhankelijk toezicht en tegenmacht zijn daarom geen uiting van cynisme, maar van realisme.

In de praktijk wordt governance uitgevoerd door mensen die moeten samenwerken. Besturen, toezichthouders, bestuurders en politieke verantwoordelijken opereren in voortdurende interactie en vaak onder druk om resultaten te leveren. Gaandeweg maakt institutionele afstand plaats voor persoonlijke vertrouwensrelaties. Samenwerking wordt belangrijker dan kritische afstand en afstemming belangrijker dan tegenspraak. Toezichtorganen worden terughoudender, niet omdat regels veranderen, maar omdat handhaving als verstorend, ongemakkelijk of zelfs illoyaal wordt ervaren.

Hier ontstaat het eerste paradox van governance: systemen die zijn ontworpen op basis van institutioneel wantrouwen, worden in de praktijk gedragen door mensen die van nature vertrouwen en harmonie zoeken.

Onafhankelijkheid verdwijnt zelden abrupt

Een hardnekkig misverstand over governance-falen is dat het plotseling optreedt. In werkelijkheid verdwijnt onafhankelijkheid stap voor stap, via kleine beslissingen die op zichzelf verdedigbaar lijken. Er worden uitzonderingen gemaakt vanwege bijzondere omstandigheden. Tijdelijke maatregelen worden structureel. Personen krijgen het voordeel van de twijfel “voor deze ene keer”. Formeel blijft alles compliant, terwijl de feitelijke onafhankelijkheid afneemt.

Juist deze geleidelijke erosie is gevaarlijk, omdat er ogenschijnlijk niets breekt. Reglementen bestaan nog, commissies vergaderen, procedures worden gevolgd. Maar de kwaliteit van het debat verschraalt. Escalaties worden uitgesteld. Kritische stemmen verdwijnen of verplaatsen zich naar informele circuits. Tegen de tijd dat een crisis het probleem zichtbaar maakt, is het verval vaak al jaren aan de gang.

Macht herschikt prikkels sneller dan regels kunnen volgen

Governance-kaders zijn bewust stabiel ontworpen. Wetgeving, codes en institutionele structuren moeten continuïteit bieden over politieke cycli en bestuurswisselingen heen. Machtsverhoudingen daarentegen zijn dynamisch. Naarmate organisaties groeien of de omgeving complexer wordt, nemen informatie-asymmetrieën toe, groeit politieke invloed en worden toezichthouders afhankelijker van toegang en medewerking.

Tegelijkertijd nemen de persoonlijke kosten van het handhaven van checks and balances toe. Tegenspraak kan leiden tot uitsluiting, reputatieschade, politieke tegenwerking of verlies van invloed. De opbrengsten van goed bestuur stabiliteit, vertrouwen en veerkracht zijn collectief en langetermijngericht, terwijl de kosten van weerstand individueel en onmiddellijk zijn.

Mensen reageren rationeel op deze prikkels. Gaandeweg wordt zwijgen veiliger dan doorvragen en meebewegen aantrekkelijker dan begrenzen. Governance faalt niet omdat mensen er niet meer in geloven, maar omdat handelen ernaar steeds duurder wordt.

Rolverwarring ondermijnt verantwoordelijkheid van binnenuit

Een andere structurele oorzaak van governance-verval is het vervagen van rollen. Raden van toezicht gaan meebesturen, politici gedragen zich als informele bestuurders, bestuurders presenteren toezicht als operationele inmenging en adviseurs schuiven op richting besluitvorming. Deze rolverschuivingen ondermijnen verantwoordelijkheid doordat onduidelijk wordt wie waarvoor aanspreekbaar is.

Wanneer rollen helder zijn, is tegenspraak institutioneel en onpersoonlijk. Wanneer rollen vervagen, wordt tegenspraak persoonlijk. Toezicht is dan niet langer “het systeem dat zijn werk doet”, maar een individu dat de loyaliteit of het oordeel van een ander in twijfel trekt. Zodra governance wordt gepersonaliseerd, wordt zij kwetsbaar. Persoonlijke relaties zijn eenvoudiger onder druk te zetten dan institutionele mandaten.

Systemen die afhankelijk zijn van uitzonderlijke moed in plaats van structurele tegenmacht zijn per definitie fragiel.

 

 

Succes is de stille vijand van governance

Ironisch genoeg verzwakken governance-waarborgen vaak juist in tijden van succes. Wanneer financiële resultaten goed zijn, maatschappelijke druk afneemt en schandalen uitblijven, voelt streng toezicht overdreven. Besturen en toezichthouders vragen zich af waarom zij “onrust zouden veroorzaken” als alles lijkt te functioneren.

Dit is menselijk, maar ook gevaarlijk. De geschiedenis laat zien dat grote institutionele mislukkingen zelden volgen op chaos, maar op lange perioden van schijnbare stabiliteit. Het ontbreken van zichtbare problemen wordt verward met het ontbreken van risico’s.

Juist wanneer governance het minst urgent lijkt, is zij het meest noodzakelijk.

Politieke druk framet toezicht als obstakel

Met name in publieke en semipublieke instellingen botst governance vaak met politieke realiteit. Checks and balances vertragen besluitvorming, dwingen tot verantwoording en maken spanningen zichtbaar. Politiek beloont daarentegen snelheid, daadkracht en korte-termijnresultaten.

Onder toenemende druk verandert het narratief. Toezicht wordt bureaucratie. Onafhankelijkheid wordt gebrek aan loyaliteit. Tegenspraak wordt obstructie. Zodra dit frame dominant wordt, versnelt de erosie, zonder dat formele regels worden overtreden. De waarborgen bestaan nog, maar hun legitimiteit staat ter discussie.

Dit is een cruciaal kantelpunt. Wanneer checks and balances als optioneel worden gezien in plaats van essentieel, wordt handhaving onderhandelbaar.

Institutioneel geheugen verdwijnt sneller dan instituties zelf

Instituten overleven vaak de mensen die ze hebben opgericht en de crises die hun vorm bepaalden. Na verloop van tijd vervagen de oorspronkelijke redenen voor bepaalde waarborgen. Nieuwe generaties erven de structuren, maar niet het emotionele besef van waarom deze nodig waren.

Zonder die ervaring voelen regels al snel overdreven, achterhaald of onnodig voorzichtig. Het uitblijven van recente crises wordt gezien als bewijs dat waarborgen overbodig zijn, in plaats van als teken dat zij hebben gewerkt.

Het verlies van institutioneel geheugen is een van de meest consistente voorspellers van herhaald falen.

Van inclusieve governance naar extractieve dynamiek

Onderzoek binnen de politieke economie, onder meer van Daron Acemoglu (https://neetjevanderveen.com/o-7-why-nations-fail/), laat zien hoe instituties kunnen verschuiven van inclusieve naar extractieve vormen. Vanuit governance-perspectief is deze overgang subtiel. Inclusieve governance verdeelt macht, beschermt tegenspraak en borgt tegenmacht. Extractieve governance concentreert macht, onderdrukt kritiek en holt toezicht uit.

Deze verschuiving kondigt zich zelden expliciet aan. Zij voltrekt zich via benoemingen, budgettaire controle, framing en selectieve toepassing van regels. Wanneer de extractieve aard van het systeem zichtbaar wordt, is terugdraaien vaak kostbaar en destabiliserend.

Conclusie: governance faalt niet door onwetendheid, maar door vermoeidheid

Samenlevingen herhalen hun fouten niet omdat de geschiedenis onbekend is, maar omdat het in stand houden van checks and balances voortdurende inspanning, morele moed en de bereidheid vereist om ongemakkelijk te zijn. Macht neigt altijd naar efficiëntie en concentratie. Governance moet daar voortdurend tegenwicht aan bieden. Zodra dat tegenwicht verzwakt, begint het verval geruisloos.

Checks and balances zijn niet zelfdragend. Ze moeten steeds opnieuw worden verdedigd, gelegitimeerd en toegepast, juist wanneer dat overdreven of lastig voelt.

De geschiedenis herhaalt zich niet met een klap, maar met een schouderophalen. En wanneer stilte de plaats inneemt van tegenspraak, zijn de lessen uit het verleden al terzijde geschoven. Your silence is their strenght.

 

Dieudonne (Neetje) van der Veen is a financial and management business advisor. His work and experience are mainly in the field of financial management and structuring of companies in distress and Governance on Planning & Control cycles.

Mr. van der Veen has a master’s degree in business economics (Erasmus University Rotterdam), is a Registered Accountant (Royal Dutch Professional Organization of Accountants), CFE (Certified Fraud Examiner) and CICA (Certified Internal Control Auditor).

Share This Post

Leave a Reply